De brieven van Stols en Greshoff; Beste Jongetjen Xavierius Hoozenwater

Hoera, de briefwisseling A. A. M. Stols J. Greshoff is uit! Want wie zo'n moddervette pil zeshonderdnegenenvijftig brieven, tweehonderd pagina's noten, een naamregister van veertig pagina's en verschillende bijlagen als publieksboek uitgeeft, moet wel gerekend hebben op een gretig onthaal. Maar in weerwil van de uitnodigende presentatie wordt de lezer koel ontvangen; na de energieke titel 'Beste Sander, do it now!' leest hij in de inleiding dat Greshoff Stols nooit tot de intimi van zijn 'kleine gemeente' heeft gerekend, en dat de brieven 'mogelijk een wat utilitair karakter' bezitten. Dat belooft een aangename lezing te worden!Alexander A. M. Stols (1900-1973) was een uitgever van uitzonderlijke allure, die er welbewust voor koos 'gesoigneerde texten met een gesoigneerd uiterlijk' te doen verschijnen. Tot op de dag van vandaag trekt zijn fonds actieve bewonderaars. Nog onlangs verzorgde Stols-onderzoeker C. van Dijk een uitgave over Halcyon, 'het mooiste typografische tijdschrift ooit in Nederland gemaakt'. Halcyon was het (typo)-grafische uiteinde van Stols' fonds dat verder voornamelijk Nederlandse en vertaalde poezie en proza bevatte, en daarnaast ook onvertaald, vooral Frans werk, zoals een complete, zesdelige Moliere.

Stols, een gesjeesd rechtenstudent, debuteerde als uitgever met de serie Trajectum ad Mosam. Het eerste deeltje, Vondels Aenleidinge ter Nederduitsche dichtkunste (1922) was nog niet uit of daar kwam een brief van Palladium-redacteur Jan Greshoff die ontsteld aandrong op overleg omdat slechts door 'heel toevallige omstandigheden' diezelfde tekst niet tegelijkertijd bij Palladium was verschenen.

Greshoffs inbreng overtrof in de jaren die volgden alles wat dat 'overleg' eventueel had kunnen inhouden. Al in zijn derde brief brengt hij het manuscript van Van Schendels Angiolino en de lente aan.

Hij bemiddelt bij auteurs en teksten voor het nederlandstalige fonds, helpt bij moeilijkheden, sust dreigende conflicten, steunt Stols in zijn handelwijze, prijst de meeste uitgaven, vervloekt andere, wijst Stols op diens uitgeversverplichtingen, houdt hem op de hoogte van nieuwtjes en roddels, beschermt hem tegen auteursplagerijtjes, bespreekt zijn boeken in de media en voert de redactie over enkele aan Stols' uitgeverij verbonden reeksen, waaronder de serie Ursa Minor. Er is kortom geen vriendendienst die hij niet aan dat 'Braven Sandertjen' heeft bewezen, en gaandeweg ontstaat de indruk dat het Greshoffs drijfkracht was die de persen van Stols draaiende hield.

Dat daar ook anders over geoordeeld kon worden bewijst de lichtelijk zuurzoete opmerking die Stols veel later zou maken: 'Als er iemand op de hoogte was van de Nederlandse letteren dan was dat Greshoff. Hij zat altijd vol plannen voor het uitgeven van boeken, boekjes en tijdschriften. Hij had aardige ideeen, genoeg om een dozijn uitgevers aan een faillissement te helpen.' Greshoff verkeerde in een positie om te adviseren. Niet alleen had hij een uitgesproken talent voor vriendschap, maar hij was ook twaalf jaar ouder dan Stols en had op beide gebieden tekst en boekverzorging al aanzienlijke ervaring opgedaan bij de redactie van het tijdschrift voor boekenvrienden De Witte Mier (1909-1913) en de bibliofiele reeksen De Zilverdistel (vanaf 1909 met J. C. Bloem en P. N. van Eyck) en Palladium (sinds 1920 samen met Bloem en Jan van Nijlen). Zijn medewerking aan bladen als Het Vaderland, Den Gulden Winckel en Groot-Nederland verschafte hem bovendien inzicht in de literaire wereld en de mogelijkheid om aandacht te besteden aan het fonds van Stols.

Niks leuk

Tot op het moment dat Greshoff naar Zuid-Afrika emigreerde (1939) en de brieven eindelijk uitgroeien tot ware vriendschapsondersteunende documenten, liggen de rollen vast: Greshoff spreekt zijn jonge vriend moed in, desnoods met geforceerde leukigheid ('Beste Jongetjen Xavierius Hoozenwater'); Stols tobt en behoeft troost. 'Hier is 't niks leuk' verzucht hij in 1937, en de uitspraak lijkt hem op het lijf geschreven. Nu waren, welbeschouwd, zijn eerste jaren als uitgever ook meteen de beste. Spanningen met het familiebedrijf Boosten en Stols waar behalve de door Greshoff als 'notabel drukker' aangeduide vader ook nog twee broers van Stols werkzaam waren , spanningen met zijn vennoot R. W. Haentjens Dekker, het verlies van de buitenlandse afzetkanalen door de beurskrach van 1929, de ondankbare taak om in Nederland een bibliofiel fonds aan de man te brengen in een tijd dat voor het bibliofiele boek opeens geen belangstelling meer bleek te bestaan, de mobilisatie die hem vanaf 1939 enige jaren dwong zijn tijd te verdelen tussen militaire, huiselijke en uitgeversverplichtingen en zeker ook de geringe inkomsten, dat alles was toch eigenlijk 'niks leuk'. Chen en Van Faassen noemden de brieven al 'utilitair'; de functie van de brieven was het regelen van de dingen van de dag. 'Ik vind correspondentie maar een slecht surrogaat voor een vertrouwelijk lulpraatje' schreef Greshoff, en de doorsnee-brief is dan ook zakelijk. Een voorbeeld: 'Gel. X, Neen, je vergist je: op de kop 3 vel = 48 blz.! Veel succes in Amsterdam. Hijman 12 abonnes en 2 nieuwe op komst. Laat Sch.[eltema] en Holkema, Sw[ets] en Zeitl.[inger] daar [xxx] een voorbeeld aan nemen. Dank je voor je vriendelijke brief. Ja het zal een vergissing zijn. Maar ik schreef duidelijk zes. Ik laat alles via jou loopen. Dag brave, geheel je Jan'. Overigens zorgt juist Greshoff, die Jac. van Hattum terloops 'het hermafroditisch loeder' noemt, Stols' auto 'de grindkar' en voor de vierde druk van zijn Gedichten (1937) een donkerblauw bandje verlangt, 'als de jekkers onzer jongelingsjaren' nog voor iets jeuigs.

De uitgave sluit rechtstreeks aan bij de huidige belangstelling voor het boekhandels- en uitgeverijwezen en draagt feitenmateriaal aan voor een zienswijze die in de literaire handboeken nog onvoldoende onderzocht is, namelijk hoe literatuur 'gemaakt' wordt door de uitgever. Ze steunt echter te veel op de misvatting dat details, zelfs al zijn het er ontzettend veel, automatisch inzicht verschaffen. Veel van wat in de brieven aan achtergrond ontbreekt, wordt opgevangen door het notenapparaat dat uitgebreid, en hier en daar zelfs voorbeeldig is. Maar deze zorgvuldige annotaties volgen noodgedwongen de lijn van de correspondenten, en bieden dus ook steeds weer meer feiten dan visies. Onderzoekers van de geschiedenis van de uitgeverij in Nederland zijn bij dit boek gebaat, maar de gewone lezer-van-plezier zal de telegramstijl van de penvrienden misschien saai vinden en de boodschap ietwat dor.

'Beste Sander, do it now!' Briefwisseling J. Greshoff A. A. M. Stols. Deel 1, 1922-1941, bezorgd door Salma Chen en S. A. J. van Faassen. (Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum, 's-Gravenhage, 1990), 696 pp., fl.75, -.

    • Koosje Sierman