Dagbladen willen behoud compensatie voor STER

AMSTERDAM, 14 sept. Televisiereclame heeft de positie van de dagbladpers structureel ondermijnd. De vergoeding voor de teruglopende advertentie-inkomsten die de dagbladen van de STER ontvangen, is nog steeds een bittere noodzaak omdat het voor veel dagbladen onmogelijk is deel te nemen in landelijke commerciele omroep. Drs. J. A. M. van Tienen, voorzitter van de Vereniging de Nederlandse Dagbladpers (NDP), zei dit gisteren op de jaarvergadering van de georganiseerde dagbladpers in Amsterdam. Zijn pleidooi voor handhaving van de compensatieregeling voor de dagbladen werd door minister H. d'Ancona (WVC) ontvangen met de opmerking dat de 'STER-uitkeringen aan de pers gebaseerd zijn op de situatie waarin de uitgevers geen toegang hebben tot de reclame-exploitatie via radio en televisie'.

Het wetsvoorstel waarin de invoering van commerciele televisie wordt geregeld, maakt aan deze situatie een einde, aldus de minister. Zij verwees daarbij naar de plannen van enkele Nederlandse dagbladuitgevers om een eigen commercieel station te beginnen en naar de deelneming van Elsevier en VNU in RTL Veronique. 'Moet dan nog vanuit de STER schade betaald worden aan de uitgevers, terwijl tenminste twee van hen een groot aandeel hebben in een commerciele omroep en wellicht over enige tijd vijf of zes anderen dat voorbeeld zullen volgen? Daar zie ik, zacht gezegd, de logica niet van in.' Van Tienen stelde daar in zijn jaarrede tegenover dat de dagbladen in ruil voor de compensatie hebben meegewerkt aan de expansie van de STER en stelde vast dat de 'weifelende' opstelling van de overheid er de oorzaak van is dat RTL Veronique 'voorrang kon nemen' en zich in de reclamemarkt een positie kon verwerven.

Volgens Van Tienen zijn de dagbladen door deze ontwikkeling sterk afhankelijk geworden van conjuncturele schommelingen. De groei (2,3 procent in 1989, naar verwachting 3 procent dit jaar) van het advertentievolume komt grotendeels voor rekening van de zeer conjunctuurgevoelige personeelsadvertenties. Van Tienen begon zijn toespraak met de optimistische vaststelling dat in deze tijd van sterke 'media-concurrentie' het dagblad zijn positie bij de lezers behouden heeft. Lezers besteden per dag nog steeds 40 minuten aan de krant en zorgen voor een gezamenlijke oplage van 4,6 miljoen exemplaren, een oplage die de afgelopen jaren nog steeds een lichte stijging vertoonde. Volgens Van Tienen biedt de markt geen ruimte voor nieuwe intiatieven. d'Ancona dacht ook daar anders over. Zij zei dat het plan voor De Krant Op Zondag getuigde van 'lef en ondernemingszin. Eigenschappen die u, naar ik aanneem, aanspreken.'