Biografie van Greta Garbo; Mijn legende is mijn alles

Het gezicht van Greta Garbo moest 'een leeg blad papier' zijn, vond Rouben Mamoulian in 1933. Wat daarop stond, moest het publiek zelf kunnen invullen. Mamoulian, Garbo-regisseur van onder meer Queen Christina (1933), formuleerde wat Garbo al jaren in praktijk bracht. Hoe gepassioneerd ze haar personages ook gestalte gaf, in al haar rollen legde ze fundamentele eenzaamheid, noem het 'mysterie', en gaf haar publiek op die manier volop de gelegenheid verder te fantaseren, en in het eigen straatje. Die spelstijl, haar levenslang volgehouden zwijgzaamheid, het vrijwillig vroegtijdig afbreken van haar carriere en haar absolute weigering om daarna nog in de openbaarheid te treden, maken een degelijk opgezette Garbo-biografie bij voorbaat interessant, des te meer wanneer die zich bedient van de ik-vorm. Wat zal een 'leeg blad papier' zeggen als het zich eindelijk laat verleiden tot eigen woorden? Garbo: Her Story stelt niet teleur. Het is een mooi geschreven, naar behoren egocentrisch, soms egomaniakaal relaas van het merkwaardige half-leven dat Garbo tot haar dood toe leidde. 'Half' omdat ze, volgens dit boek uit berekening, het verkoos om haar carriere na het fiasco van Two-Faced Woman (1941) af te kappen om daarna, ook volledig bewust, haar bestaan te mummificeren. Garbo stierf, 84 jaar oud, pas dit voorjaar, maar na 1941 heeft ze niets meer aan haar leven toegevoegd.

De kritieken openden haar de ogen, vertelt ze in Her Story: ze was ongeschikt voor de richting die de moderne filmkunst was insloeg. 'Time schreef dat [deze film] ongeveer zo schokte als wanneer je je moeder dronken ziet. Dat was mijn vierentwintigste film in Amerika. En ik heb het nooit betreurd dat het de laatste film van mijn leven was.' In 1941 was Greta Garbo 36. Tot dan had ze zich druk gemaakt om haar acteertalent, eerst op het toneel, daarna op film. We lezen hoe degelijk ze zich voorbereidde op haar rollen, hoe serieus ze haar vak nam en welke technieken ze aanwendde om iedere spier in haar lichaam te laten spreken op het filmdoek. Ze legde zich toe op het uitbuiten van haar buitengewone uiterlijk en haar opvallende uitstraling.

Zonder spoor van gene onthult ze hoe immens ze beinvloed werd door Mauritz Stiller, haar ontdekker en regisseur in Stockholm, haar beschermheer en geliefde in Hollywood. Hij was een in Polen geboren theater- annex filmmaker die in 1920 de wereldwijd beroemde film Erotikon had gemaakt. Het is zelfs ontroerend om te lezen hoe Garbo tot het eind van haar leven, nadat ze zich allang van hem had vervreemd, de 'methode' voor spel en image trouw bleef die Stiller speciaal voor haar ontwierp toen ze nog een acterend winkelmeisje van amper twintig was.

Imago

Alles wat we nu nog steeds van Garbo kennen werd door Stiller bedacht, van haar stijl van acteren (met een voor die tijd ongewone aandacht voor de psychologie) tot en met haar make-up, de stijl van haar garderobe en haar merk sigaretten. Hij leidde Director of Photograpy William Daniels op in de 'Garbo-kunst' en leerde hem precies onder welke hoeken ze op haar voordeligst uitkwam: 'Deze grote cameraman volgde [Stillers] adviezen op de voet en werd een toegewijd bewonderaar van mijn acteerkunst. ' Garbo probeerde Daniels altijd achter de camera te krijgen. Slaagde ze daar niet in, dan was haar wanhoop overstelpend en haar geloof in de te maken film minimaal. Ook haar imago werd door Stiller uitgevonden. Het was zijn idee dat ze nooit iets over zichzelf moest zeggen en journalisten consequent moest vermijden. Haar teruggetrokken bestaan was ook zijn idee: '... je zult geen vrienden hebben, maar wel overal bewonderaars'. Zelfs de naam 'Garbo' had hij al bedacht voordat de jonge aspirant-actrice Greta Gustafsson zich had afgevraagd of ze misschien een artiestennaam zou aannemen. Hij ontleende het aan het Poolse werkwoord wygarbowac. Dat betekent 'looien' en gaf volgens Stiller precies aan wat hij met haar ongevormde talenten moest doen, wilde het ooit iets met dit plompe meisje worden.

De vrouw die Stiller creeerde werd allerminst een aanminnige Galathea of een lieflijke Eliza Doolittle. 'Geld en roem' noemt Garbo meermalen haar belangrijkste doel in het leven en haar bestudeerd verkrampte houding tegenover andere mensen maakte van haar, die van huis uit al weinig warmte gewend was, een verknipte, grillige figuur.

Garbo: Her Story bevat passages die herformuleren van de filmgeschiedenis noodzakelijk maken, over bepaalde, fameuze scenes in haar films en bij voorbeeld ook over John Gilbert. Deze acteur geldt tot op de dag van vandaag als Garbo's noodlot, haar geheime en enige ware liefde, maar dat verhaal kan op de vuilnisbelt. Garbo breekt Gilbert tot de grond toe af. Ze zet hem neer als een ijdele, geile sufkop wiens enige verdienste was dat hij lekker kon zoenen.

Onthullender is echter dat er een onderwerp in dit boek niet aan de orde komt. Uitvoerig wordt beschreven hoe Garbo haar legende aanpakte en in stand hield, maar nergens geeft ze er een verklaring voor hoe iemand op het idee komt, laat staan hoe iemand het volhoudt vanaf haar zesendertigste met pensioen te gaan en nog slechts actief te werken aan de eigen 'legende': 'Mijn legende is alles voor me.

Ik zou zelfs mijn eigen leven offeren om hem in stand te houden.'

Haar legende, de zombie van haar furore, gaf inhoud aan wat ze zelf beschouwde als het tweede deel van haar carriere en het is aan de lezer van de biografie om zich af te vragen of Garbo's mysterie misschien geen onuitspreekbare diepte maar een uitgestrekte dorre leegte aan het oog onttrok.

Wie deze Garbo-memoires uit heeft, wie genoot van de informatie over haar films en van het inzicht in Garbo's merkwaardige bestaan, wie soms zelfs even het idee kreeg Garbo werkelijk te horen praten, slepend, flegmatisch, geborneerd, verfrissend amoreel en zonder terughouding, kan niet tevreden achterover leunen. Hem verwart een belangrijke vraag en het antwoord berust in de graven van twee mensen: is wat hij las inderdaad afkomstig uit Garbo's mond? Antoni Gronowicz, die de woorden noteerde, zegt van wel. Garbo heeft laten ontkennen dat ze de heer Gronowicz ooit heeft ontmoet. Toen ze dreigde met een proces, sloot de uitgever het manuscript in zijn kluis. Daar kwam het pas weer uit na de dood van Garbo Gronowicz was toen al overleden.

Passie

Het is moeilijk informatie te krijgen over Antoni Gronowicz. Zijn boeken waren niet in Nederland te koop, en ze zijn ook niet voorhanden in Nederlandse bibliotheken. Uit Amerikaanse naslagwerken blijkt dat Gronowicz een Pools-Amerikaanse auteur (geb. 1913) was, die zijn brood verdiende met het schrijven van voor de jeugd bestemde biografieen, vooral van componisten: Tsjaikovski, Chopin. Daarnaast schreef hij poezie, romans, toneelstukken. Uit zijn bibliografie blijkt een al tientallen jaren oude passie voor Garbo. Hij schreef over haar het nooit uitgevoerde toneelstuk Greta, hij droeg in 1956 zijn biografie van de 19de-eeuwse Poolse actrice Helena Modjeska aan haar op. Belangrijker is zijn roman An Orange Full of Dreams (1972). Uit recensies kan worden opgemaakt dat Greta Garbo er een voorwoord bij schreef, waarin ze vertelde dat Gronowicz met deze roman had voldaan aan een tweeledig verzoek van haar: hij gaf gestalte aan een droom over sinaasappels die ze had gehad en hij maakte 'werkelijkheid' van haar fantasie om een 19de-eeuwse theater-actrice te zijn, vergelijkbaar met Sarah Bernhardt. Gronowicz heeft Garbo dus wel degelijk gekend, zo goed zelfs dat hij in de positie was een verzoek van haar in te willigen en een voorwoord van haar te verlangen.

Garbo's woede over Gronowicz' werk is begrijpelijk. In zijn 'Proloog' beschrijft hij het contact dat hij met haar gehad zou hebben. Hij ontmoette haar in 1938 in Oostenrijk, als jonge, uit zijn land gevluchte leider van een antifascistische organisatie. Ze hadden een kortstondige erotische affaire (door Gronowicz onpreuts getoonzet maar toch mooi en discreet beschreven) en onderhielden daarna een jarenlange vriendschap. In hun gesprekken verlokte Gronowicz de weinig mededeelzame Garbo welbewust tot confidenties: 'Ik begon [deze gesprekken] altijd met over mijn eigen leven te vertellen tot in zijn intiemste aspecten'.

Gronowicz verwierf door de jaren heen zorgvuldig wat hij nodig had en hij deed dat door te speculeren op Garbo's bijna ziekelijke superioriteitsvertoon. Niemand mocht interessanter zijn dan zij, dus wilde hij bijvoorbeeld alles weten over haar relatie tot de filmstudio's, dan besprak hij uitvoerig zijn wederwaardigheden met zijn uitgevers. Had hij materiaal nodig over haar jeugd dan 'bedacht ik enkele gloedvolle verhalen over mijn ouders' en Garbo kwam met vergelijkbare incidenten, maar van grotere portee.

Hoewel Garbo zich er al bij hun tweede ontmoeting uitdrukkelijk tegen had verzet, bleef Gronowicz bij zijn plan voor een boek over haar. En omdat ze hem niet toestond notities te maken of een bandrecorder aan te zetten 'begon ik koortsachtig onze gesprekken op te schrijven' zodra hij in taxi, trein of vliegtuig zat. Eind jaren vijftig had hij 'voldoende aantekeningen' en om haar gunstig te stemmen begon hij haar biografieen te schenken. Eerst van de groten op wetenschappelijk en artistiek gebied, daarna specifiek van beroemde vrouwen van het Europese toneel. Pas toen had Garbo hem door. Gronowicz maakte blijkbaar ook aantekeningen van het telefoongesprek waarin ze hem ontmaskerde, want hij beschreef het tot in de ijzige details. Hij verdedigde zich door uit te roepen dat er meer van haar moest overblijven dan alleen haar films, want haar films zouden haar leven onvoldoende recht doen: 'Alleen een boek kan je leven en werk voor het nageslacht bewaren. Lang nadat je verdwenen bent, zal het doorgaan voor je te vechten.'

Garbo wees hem toen nog niet af, maar uiteindelijk viel ze blijkbaar niet voor dat argument.

Wat dreef deze schrijver? Eigendunk? Oprechte passie? Exploitatie? Dat zou ook weer een studie waard zijn. Het ligt voor de hand om hem te veroordelen maar dat is niet op zijn plaats en te gemakkelijk. Want Garbo: Her Story 'vecht' inderdaad voor haar. Het is geen sensatiezuchtig boek, het streeft naar een evenwichtig beeld van een raadselachtige figuur, naar de ontmanteling van een adellijk monster waarin zich een vreemd, verknipt maar toch ook edel dier blijkt te verschuilen. Gronowicz' weergave van Garbo's woorden kan, met zijn onbeholpen methode, nooit volledig accuraat zijn en zijn weergave van haar herinneringen aan gesprekken van tientallen jaren terug helemaal niet. Toch doet zijn boek authentiek aan, al was het maar door bepaalde details. 'Ik ging zitten en pakte zijn koffiekopje op, als teken van mijn goede wil' zo'n citaat bedenk je niet. Zoiets is te mooi.