Angst voor het al te mooie; Onvoltooide romanAlain-Fournier

'Niets van dit alles is geschreven en mag (in deze vorm) worden gepubliceerd', noteerde de Franse schrijver Alain-Fournier op het bundeltje fragmenten en aantekeningen voor zijn roman Colombe Blanchet, toen hij op 1 augustus 1914 onder de wapenen werd geroepen. Het werden, op enkele aantekeningen in zijn agenda na, zijn laatste geschreven woorden: al na de eerste gevechten met de Duitse troepen in het dal van de Marne wordt luitenant Henri Alban Fournier op 22 september 1914 als vermist opgegeven. Zijn lichaam werd nooit gevonden.

Alain-Fournier (1886-1914) is de geschiedenis ingegaan als de schrijver van slechts een roman, Le Grand Meaulnes, zij het een die nog altijd diepe indruk maakt: het is het poetische en spannende verhaal van de schooljongen Augustin Meaulnes die op een zwerftocht in een mysterieus landhuis terechtkomt en verliefd wordt op Yvonne de Galais. Na zijn vertrek uit het landhuis kan hij het niet meer terugvinden. Jaren later ziet hij zijn grote liefde weer. Na hun trouwdag trekt hij de wijde wereld in en keert terug kort nadat Yvonne in het kraambed is gestorven.

Driekwart eeuw na Fourniers dood heeft Le Grand Meaulnes met de uitgave van zijn onvoltooide tweede roman een vervolg gekregen. Het bestaan van deze roman-in-wording was al lang bekend dankzij Fourniers zuster, Isabelle Riviere, die twee omvangrijke werken wijdde aan het leven van haar broer. Zij vond Colombe Blanchet, samen met de oorspronkelijke versie van Le Grand Meaulnes, na de wapenstilstand van 1918 tussen Fourniers bezittingen. Van publikatie heeft zij, met de laatste woorden van haar broer in gedachten, nooit willen weten.

Dat het er nu toch van is gekomen is te danken aan de Italiaanse letterkundige Gabriella Manca, die Fourniers erfgenamen imponeerde met een doctoraalscriptie over Colombe Blanchet. Zij kreeg toestemming voor de publikatie van een 'kritische uitgave' van het werk, dat de ondertitel 'Schets van een tweede roman' meekreeg. Mede door de minutieuze beschrijvingen in de biografieen van Isabelle Riviere heeft Gabriella Manca het verhaal van Colombe Blanchet kunnen retraceren. Hoofdpersoon van de nu gepubliceerde roman is de jonge dorpsonderwijzer Jean-Gilles die uit verveling een weddenschap aangaat met zijn collega's: het zal hem als eerste lukken een meisje op zijn kamer uit te nodigen. In zijn haast de weddenschap te winnen, begint hij met de eerste de beste een relatie. Wanneer hij daarna hoort dat zij verscheidene minnaars heeft, maakt hij een einde aan de verhouding. Dan vindt hij Colombe die het ideale meisje voor hem lijkt. Als zij echter op haar beurt hoort van Jean-Gilles' eerdere avonturen, verbreekt Colombe de relatie. Jean-Gilles troost zich vervolgens met haar zusje Emilie.

Weemoedig

Hoewel de uitgave van Colombe Blanchet het mysterie rond Fourniers literaire ontwikkeling (wat zou er van hem geworden zijn als hij meer had kunnen schrijven?) gedeeltelijk oplost, roept het boek uiteraard ook nieuwe vragen op: hoe zou het verhaal er uit hebben gezien als Alain-Fournier de tijd had gehad om het te voltooien? Zou het dezelfde diepgang hebben bereikt, dezelfde nostalgische, weemoedige en bijna bovenaardse sfeer hebben gekregen als Le Grand Meaulnes? Zou het de grootsheid van zijn eerste roman hebben geevenaard, of zou het een teleurstelling hebben opgeleverd? Op basis van wat er nu gepubliceerd is, lijkt de kans dat het een teleurstelling zou zijn geworden vrij groot. Het onvoltooide Colombe Blanchet, 133 pagina's dik, is moeilijk leesbaar en daardoor weinig aantrekkelijk. Het meest uitgewerkte fragment van de roman is niet langer dan 26 pagina's, van enkele tekstfragmenten zijn meer versies afgedrukt, sommige zinnen zijn niet afgemaakt, woorden ontbreken en de volgorde van de fragmenten is niet altijd logisch. Bovendien heeft Alain-Fournier zijn personages in de verschillende versies andere namen gegeven en kent zelfs de afloop van het verhaal twee varianten: volgens de ene pleegt Colombe zelfmoord, volgens de andere gaat ze het klooster in.

Toch, hoe verleidelijk het ook is om te beweren dat Colombe Blanchet niet het gehalte heeft van Le Grand Meaulnes omdat de wonderlijke sfeer uit de eerste roman ontbreekt, een definitief oordeel zou niet eerlijk zijn. In totaal heeft Fournier nog geen jaar kunnen besteden aan dit werk, terwijl hij aan Le Grand Meaulnes acht jaar had gewerkt. De tekst van Colombe Blanchet zoals die nu is uitgegeven, geeft de lezer niet meer dan een vluchtige indruk van wat het boek had kunnen worden. Alain-Fourniers aanwijzing 'niets van dit alles is geschreven' moet dan ook, onbedoeld, worden beschouwd als handleiding bij het lezen.

Minnares

Ondertussen is uitgeverij Fayard handig ingesprongen op de hernieuwde publiciteit rond Alain-Fournier door twee biografische werken van Isabelle Riviere over haar broer opnieuw uit te geven. Het ene is Images d'Alain-Fournier (1938), dat zeer gedetailleerd de jeugdjaren van de schrijver weergeeft en de beschrijvingen in Le Grand Meaulnes toetst aan de werkelijkheid. Het andere is Alain-Fournier, Vie et passions (1963). Dit laatste boek legt sterk de nadruk op Fourniers moeizame liefdeleven. Door middel van vele brieffragmenten geeft het een goed beeld van wie Alain-Fournier moet zijn geweest. Opvallend is dat de schrijver in de hier gepubliceerde brieven veel somberder en melancholieker is dan in de beschrijving die zijn zuster in Images geeft.

Vooral het tweede boek werpt enig licht op de ontstaansgeschiedenis van Colombe Blanchet. Alain-Fournier blijkt al in 1908, vijf jaar voor de verschijning van Le Grand Meaulnes, plannen te hebben gehad voor een tweede roman. Het zou echter tot 20 april 1913 duren voordat hij daar, in een brief aan zijn beste vriend en zwager, Jacques Riviere, expliciet op terugkomt. 'Ik heb goede ideeen voor Colombe, waarin langzamerhand wat meer lijn komt', schrijft hij dan. Begin 1914 onderbreekt hij Colombe Blanchet om te werken aan een toneelstuk waarin zijn minnares, de actrice Simone, de hoofdrol zou krijgen. Alain-Fournier had haar twee jaar eerder leren kennen, toen hij secretaris werd van haar echtgenoot, de parlementarier Claude Casimir Perier. Hoewel de zachtaardige en integere Fournier aanvankelijk niet echt van haar was gecharmeerd volgens Isabelle Riviere was Simone een buitengewoon dominante, verwende en mondaine vrouw die alles en iedereen naar haar hand probeerde te zetten en daar ook aardig in slaagde ontwikkelde de relatie zich toch tot een amoureuze verhouding.

Van groot belang was ook een hernieuwde ontmoeting van Fournier in 1913 met zijn grote liefde Yvonne de Quievrecourt, die hij eerder in 1905 had ontmoet op de trappen van het Grand Palais in Parijs. Ze had hem toen toegestaan een stukje mee te wandelen, maar verdere toenaderingspogingen had ze afgehouden met de woorden: 'Meneer, wij zijn nog maar kinderen, we hebben een fout gemaakt.' De ontmoeting met Yvonne, hoe kortstondig ook, zou zijn verdere leven en werk beheersen, en met name het sterk autobiografische karakter ervan bepalen. Aan zijn zuster, met wie hij vrijwel dagelijks contact had, vertelt hij: 'Ik droom van een lange roman met haar (Yvonne) als belangrijkste persoon, die speelt op het platteland bij Epineuil of Nancay ay Het zou De Trouwdag heten. Misschien zou de jonge mde avond van zijn huwelijksdag, uit angst voor dat te mooie iets dat hem is gegeven, wegvluchten omdat hij heeft begrepen dat het paradijs niet van deze wereld is.'

Alain-Fournier verwezenlijkt zijn droom met Le Grand Meaulnes: zijn liefde voor Yvonne staat model voor de liefde van Meaulnes voor Yvonne de Galais. Aan deze vrouw die hem bij hun tweede en laatste ontmoeting in 1913 had bekend 'veel aan hem te hebben gedacht' stuurt hij een exemplaar van de roman. Het is ook Yvonne die hem inspireert tot Colombe in Colombe Blanchet.

In werkelijkheid ging het overigens iets anders dan in Le Grand Meaulnes is beschreven. Alain-Fournier had vernomen dat de echte Yvonne was getrouwd en twee kinderen had. Hij zocht daarna wanhopig troost in de armen van Simone. Yvonne heeft tot haar dood in 1965 bedongen dat in boeken van en over Fournier nooit een foto van haar zou worden opgenomen. Ook in de nieuwe uitgave van Images d'Alain-Fournier, die een aantal afbeeldingen bevat, staat geen foto van Yvonne, hoewel de erfgenamen daar wel over beschikken.

Halfgod

De nu weer beschikbare biografieen van Isabelle Riviere bevatten niet alleen veel materiaal waaruit het sterk autobiografische karakter van Fourniers werk blijkt, ze zijn ook heel onderhoudend geschreven. Dat neemt niet weg dat beide boeken af en toe iets te lyrisch zijn: Fournier is voor Isabelle een halfgod, de beschermheer van de Purete. De broer-zus-relatie neemt bij tijd en wijle zelfs ongezonde vormen aan. Als ze in Images vertelt dat haar broer als kind eens boos op haar was, verzucht ze: 'Hoe kon ik leven terwijl Henri mij verachtte?' Ook zijn religieuze gevoelens, en vooral zijn twijfels, legt de streng katholieke Isabelle graag 'mooier' uit dan ze waren. En dat geldt zeker voor haar beschrijving van Fourniers nimmer opgehelderde einde. In haar tweede boek vertelt Isabelle uitvoerig hoe de geraadpleegde bronnen na Henri's vermissing verschillende versies gaven over zijn dood. Opvallend is echter dat ze daarbij met geen woord rept over de versie die Rudolf Bakker onlangs nog in Maatstaf aanhaalde (juni 1990). Deze gaat er van uit dat Fournier en enkele kameraden door de Duitsers zijn geexecuteerd nadat ze op een ambulance van het Rode Kruis hadden geschoten. Fournier blijft zijn lezers ook 75 jaar na zijn dood nog voor nieuwe mysteries stellen. De uitgave van Colombe Blanchet beantwoordt vragen, maar roept even zoveel nieuwe op. 'Maar wat doet dat er eigenlijk allemaal toe', schreef criticus Francois Crouze in Le Figaro Magazine. 'Alles wat ons iets meer leert over Alain-Fournier is ons dierbaar. En daarom is Colombe Blanchet ons heel dierbaar.'

    • Amor Fati
    • Friederike de Raat Alain-Fournier
    • Colombe Blanchet