Vietnam in de Golf?

Er is nog een reden om oorlog in de Golf te vermijden: twijfel aan de militaire taaiheid van de Amerikaanse natie.

Vietnam is het grote demonstratie-object. Al in 1968, nog geen drie jaar na de eerste Amerikaanse interventie in het gebied, was de oorlogsmoeheid zo wijd verbreid dat president Johnson ervan afzag zich voor herverkiezing beschikbaar te stellen. In 1969 begon de geleidelijke terugtrekking van de Amerikaanse grondtroepen.

Dat was geen jaar te vroeg. Het Amerikaanse expeditieleger, met zoveel zelfvertrouwen aan het avontuur begonnen, was ernstig aan het verloederen. Onderzoek heeft aangetoond dat vele officieren gevechtsfuncties ontweken, vele soldaten aan de drugs waren geraakt terwijl dienstsweigering massale vormen begon aan te nemen.

Het Vietnamese conflict eindigde in een nationale catastrofe, niet alleen militair en politiek, maar ook moreel. Zowel leger als volk was eenvoudig niet in staat een langdurige oorlogsinspanning op te brengen.

De voorafgaande oorlog in Korea biedt in minder dramatische vorm een overeenkomstig beeld. Ook toen begon reeds na enkele jaren twijfel op te komen, spoedig omslaande in kritiek. Dat de Democraten in 1953 de verkiezingen verloren, is onder meer aan de teleurstelling over het verloop van de strijd in Korea toe te schrijven.

Amerika is in militair opzicht altijd verwend geweest. Het heeft nooit een bezetting meegemaakt en de oorlogen waarin het land werd betrokken, werden steeds gevoerd op veilige afstand van het eigen territoir. Bovendien kwam men er eerst aan te pas als het ergste voorbij was.

Deelneming aan de Eerste Wereldoorlog begon in 1917, toen de strijdende Europese landen al jarenlang waren leeggebloed. De deelneming aan de Tweede Wereldoorlog was onvrijwillig: Amerika werd door Japan aangevallen en het werd door Duitsland de oorlog verklaard. De strijd in de Pacific is niet op conventioneel-militaire wijze afgerond, maar beslecht door twee atoombommen; de strijd tegen Duitsland werd pas in 1944, met de landing in Normandie, definitief geopend, dat wil zeggen, nadat de Sovjet-Unie in drie verschrikkelijke jaren de ruggegraat van de Duitse defensie vrijwel had gebroken.

Amerikanen laboreren aan een overmaat van zelfbeklag. Zij gebruiken graag gespierde taal als ze het over hun tegenstanders hebben, zij ontzien zich niet die tegenstanders met grof geweld te lijf te gaan, maar ze tonen zich diep verontwaardigd indien er wordt teruggeslagen.

Een voorbeeld biedt hun houding tegenover de vermissing van Amerikaanse militairen in Vietnam. Vermissing komt in oorlogen veel meer voor dan gevoeglijk wordt aangenomen. In de Tweede Wereldoorlog zijn in Europa honderdduizenden soldaten letterlijk spoorloos verdwenen. Het Russische leger is ongetwijfeld het zwaarst getroffen, maar ook Duitsland betreurt enorme aantallen vermisten. Wie wel eens een gedenkplaat op een Duits kerkhof heeft gezien, zal getroffen zijn door de lange lijst namen van gevallenen waarachter de datum en vaak de plaats van overlijden ontbreken.

In Vietnam hadden de Amerikanen een half miljoen man op de been, een aantal dat vrij snel rouleerde. Na afloop van het conflict waren er ongeveer 2.000 vermisten. Inmiddels zijn er al zo'n twintig keer Amerikaanse teams teruggeweest om die vermisten te zoeken. Vijftien jaar lang werd herstel van de diplomatieke betrekkingen met Vietnam geweigerd omdat de kwestie van de vermisten nog steeds niet bevredigend was geregeld. Familieleden en veteranen houden politiek de druk op de ketel.

Familieleden van Amerikanen die in Irak worden vastgehouden, zijn thans reeds in actie gekomen. Naar ik las, maken zij zich kenbaar door aan de huisdeur en de auto-antenne een geel wimpeltje te binden. Het is het eerste symptoom van impliciet verzet tegen militair ingrijpen: dan lopen hun geliefden in Irak immers gevaar.

Die vrees is begrijpelijk en respectabel. Toch doet zij wat sentimenteel aan in het licht van onze eigen oorlogservaringen. Ik kan mij niet herinneren dat de Amerikanen hun bombardementen op Duitsland matigden om de levens van de miljoenen krijgsgevangenen en dwangarbeiders niet in gevaar te brengen. Wij hebben dat ook nooit gewenst. De jonge Verenigde Staten konden zich heel de negentiende eeuw gelukkig prijzen. Ze hadden geen monarch met imperialistische neigingen, geen ambitieus officierskorps, geen beroepsleger dat naar roem op het slagveld hunkerde. Ze hadden afscheid genomen van de Europese geschiedenis van bloed en ijzer, van de eindeloze reeks oorlogen: handelsoorlogen, godsdienstoorlogen, successie-oorlogen. Ze wensten in vrede te leven en slaagden daarin.

Als een jonge natie konden ze met een schone lei beginnen, zoals Goethe begreep toen hij dichtte: Amerika, du hast es besser (...) Dich stort nicht im Innern/ Zu lebendiger Zeit/ Unnutzes Erinnern/ Und vergeblicher Streit.

In de twintigste eeuw was het sprookje voorbij. Amerika werd een wereldmacht en aanvaardde de daarbij passende militaire rol. Maar de oude afkeer van oorlog is gebleven. Oorlog moet worden vermeden, en eenmaal onvermijdelijk geworden, moet hij worden beslist met een maximum aan technisch geweld en een minimum aan menselijke verliezen; dat wil zeggen: verliezen aan eigen zijde.

Voor alles is rigoureuze doortastendheid geboden, ongeveer op de wijze zoals de sheriff of iedere andere good guy in een Western zijn tegenstander bliksemsnel in het zand laat bijten. Het kan niet anders of dit oerbeeld van de Amerikaanse macho vergezelt de Amerikaanse soldaat die ten strijde trekt.

Het leidt onvermijdelijk tot een romantische opvatting van oorlog, en tot ongeduld, wrevel en wanhoop als de werkelijkheid anders blijkt te zijn. En anders is ze: oorlog is geen kort duel in de heldere zon, maar een martelende en mensonterende beproeving waaraan naar het gevoel van de deelnemers geen einde lijkt te komen.

Wat ik zeggen wil: indien een gewapend conflict in de Golf zou uitlopen op een langdurige, bloedige oorlog, dan vrees ik dat het Amerikaanse publiek weinig volharding zal tonen. Het zal neigen tot hetzij gewelddadige escalatie, hetzij voorbarig defaitisme, in beide gevallen met catastrofale gevolgen voor het imago van de Westerse wereld in het algemeen en van Amerika in het bijzonder.

Er is dus nog een reden om oorlog in de Golf te vermijden.