Slinkende verwachtingen van onderwijs

UTRECHT, 13 sept. 'Bij ons wordt er wel eens gezegd: 'Als er meer dan veertig onderwijzers bij elkaar zitten, ontstaat er een sfeer van diepe depressiviteit'.' Deze observatie van K. Adelmund, vice-voorzitster van de FNV, was misschien wel de meest cynische vertaling van de conclusie van het debat. Vier onderwijsbonden ABOP, KOV, PCO en NGL hielden gisteren in Utrecht een debat over de vraag welke bijdrage het onderwijs zou kunnen leveren aan de oplossing van maatschappelijke problemen, zoals sociale ongelijkheid.

Prof. dr. J. Dronkers, onderwijssocioloog aan de Universiteit van Amsterdam, maakte zich tot de meest spraakzame tolk van de geslonken verwachtingen die de de buitenwereld heeft van het onderwijs. De meeste maatregelen in het onderwijs die sociale ongelijkheid moesten verkleinen, zoals de studiefinanciering, zijn tot nu toe te weinig gericht op specifieke groepen om hun achterstanden werkelijk te verkleinen, aldus de hoogleraar. Dronkers waarschuwde in dit verband tegen nadelige effecten van een algehele vergroting van de zelfstandigheid van scholen. In de Verenigde Staten, waar autonomie in het onderwijs ver is doorgevoerd, zijn scholen eerder een afspiegeling van de sociale ongelijkheid geworden dan dat ze die helpen verkleinen.

M. Rabbae van het Nederlands Centrum voor Buitenlanders toonde zich wat optimistischer. Door van iedere leerling vanaf de aanmelding een soort dossier bij te houden over onder meer sociale afkomst en schoolprestaties en intensieve individuele begeleiding bij bijvoorbeeld het huiswerk, zou de grote uitval van allochtonen in het onderwijs kunnen worden bestreden. Dat zou volgens Rabbae dan toch een bijdrage kunnen leveren aan hun maatschappelijke vooruitgang.

Dronkers vreest echter dat al te veel individualisering in het onderwijs de latere integratie van de leerling in de maatschappij kan bemoeilijken, zei hij. Hij verwacht meer van het beproefde middel van de verzuiling: eigen islamitische scholen zouden de band tussen ouders, leerlingen en leraren kunnen verstevigen, volgens Dronkers een van de oorzaken waardoor bijzondere scholen in veel onderzoek beter scoren dan openbare scholen.

Ook de bijdrage die onderwijs kan leveren aan een soepel functionerende arbeidsmarkt werd hier en daar van forse kanttekeningen voorzien. Hoewel bestuurslid G. Verburg van het CNV zei meer contacten tussen onderwijs en bedrijfsleven zei toe te juichen, waarschuwde ze ervoor dat dit gemakkelijk ten koste kan gaan van de persoonlijke en maatschappelijke vorming in het onderwijs.

De vertegenwoordigers van vakbeweging, wetenschap en bedrijfsleven hielden geen pleidooi voor meer geld op de onderwijsbegroting, iets waar de bonden herhaaldelijk om gevraagd hebben. Ir. Th. Quene, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, zei meer te verwachten van rendementsverbetering in het onderwijs. De bonden hadden die conclusie zelf ook al getrokken. De organisaties die volgens hun slotverklaring van gisteren naar een synthese streven tussen persoonlijke ontplooiing en voorbereiding op het arbeidsleven, schreven dat dit 'niet zonder meer leidt tot conclusies over de financieen die voor het onderwijs beschikbaar moeten worden gesteld. Verbetering van het rendement van de bedragen die nu op de begroting staan, is denkbaar'. Na een dag vol uitwisselingen van bekende standpunten over schaalvergroting, deregulering en sociale verniewuing, riep minister Ritzen de ongeveer honderd aanwezige kaderleden op de blik eens ergens anders op te richten. 'De overdracht van normen en waarden in het onderwijs', daarover zou volgens hem een volgend onderwijsdebat moeten gaan.