Sjevardnadze en Baker: verdrag zonder maxima

MOSKOU, 13 sept. Washington en Moskou overwegen in een verdrag over conventionele strijdkrachten in Europa (CFE) geen limieten op te nemen voor troepen en vliegtuigen. Dat heeft de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, gisteren in Moskou gezegd. De Sovjet-Unie en de Verenigde Staten hopen nog een akkoord te kunnen bereiken voor in november in Parijs een top begint van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE). 'We willen in ieder geval een CFE-verdrag', aldus Baker, die vandaag opnieuw besprekingen zou voeren met zijn Sovjet-ambtgenoot Edoeard Sjevardnadze. In Wenen wordt al enkele jaren door de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten onderhandeld over een CFE-verdrag. Volgens Baker is het mogelijk, dat nog buiten het akkoord om overeenstemming wordt bereikt over de troepenvermindering.

Sjevardnadze zou de Verenigde Staten gevraagd hebben hun troepensterkte in Europa terug te brengen van 305.000 tot 80.000 man, maar dat verzoek is nog niet formeel gedaan. Zowel Sjervardnadze als Baker heeft verklaard dat een principe-akkoord over troepenvermindering, dat in februari in Ottawa werd bereikt, is achterhaald door de feiten. De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie stemden in Ottawa in met het terugbrengen van hun troepensterkte tot respectievelijk 220.000 en 195.000 man, maar daarna besloot Moskou al haar manschappen uit Oost-Europa terug te trekken.

Volgens Baker zijn er nog 'substantiele meningsverschillen' over de aantallen vliegtuigen in Europa. Sjevardnadze kondigde aan dat hij binnenkort met nieuwe voorstellen komt. 'Ik ben ervan overtuigd dat we in staat zijn ons werk voor een CFE-verdrag af te ronden', aldus de Sovjet-minister.

Volgens sommige deskundigen waren besprekingen over een CFE-verdrag in het slop geraakt doordat Moskou als gevolg van binnenlandse problemen geen beslissing kon nemen. Mogelijk wilde Moskou ook wachten totdat de beide Duitslanden overeenstemming hadden bereikt over de sterke van het nieuwe Duitse leger. In het gisteren getekende twee-plus-vier-akkoord wordt die troepensterkte vastgelegd op maximaal 370.000 man. (UPI, Reuter)