Overleven in Eldorado

Joost Kraanen is geen gewone documentairemaker. In The Dutch Windmill (1982) portretteerde hij bokser Bep van Klaveren in een karikaturaal Hollands landschap. Smart (1985) was een vergelijkend onderzoek naar het levenslied van de Zangeres zonder Naam en de blues van Dave 'Honeyboy' Edwards. Visuele grapjes en cliche's uit stripverhaal of genrefilm dienden daarbij om de kloof te overbruggen tussen drama op Madurodam-formaat en de problemen in de echte wereld.

Kraanens meest recente film, Gouddorst, had een satirische ecologische western moeten worden in de jungle van de Amazone. Aanvankelijk lag het in de bedoeling een Nederlandse goudzoeker als een soort van Kuifje te laten rondstappen tussen indianen, soldaten, gelukszoekers en hoeren. Kraanen moest die oorspronkelijke opzet al snel laten varen. Hij trof in Brazilie een drama aan dat te ernstig, te gevaarlijk en te absurd is om mee te spelen.

Vijf en veertig duizend 'garimpeiros' (goudzoekers) zijn in Noordwest-Brazilie verwikkeld in een gevecht op leven en dood met negen duizend Yamomami-indianen, die hun territorium bedreigd zien worden door de agressieve ontbossing en introductie van hun tot voor kort onbekende ziekten. Vijftien procent van de Yamomami's is er de afgelopen twee jaar aan gestorven. Maar ook de goudzoekers voelen zich bedreigd door hun hongerlonen en door de harde hand waarmee het federale leger tussenbeide komt. Bij de bescherming van de indianen blaast het leger soms vliegveldjes op, zonder zich er altijd van te vergewissen dat alle goudzoekers tijdig verdwenen zijn.

Kraanen maakt een 'garimpeiro', de voormalige circusdrummer Wilson, tot zijn hoofdpersoon, maar ontkomt er niet aan partij te kiezen voor de indianen. Het is een keuze tegen wil en dank, want hij wilde juist de cliche's binnenste buiten keren. In dat opzicht is Gouddorst dan ook een mislukte film. Maar de strijd die Kraanen moest leveren met zichzelf is nog wel zichtbaar en die confrontatie maakt het resultaat spannender dan een goed bedoelde standaard-film over uitbuiting in de Derde Wereld.

Natuurlijk laat Kraanen zien hoe de primitieve cultuur van de Yanomami's verwoest wordt door het westerse imperialisme. Maar zijn sympathie ligt bij de nauwelijks als kapitalist te kenschetsen goudzoeker, die tijdens het carnaval het grootste deel van zijn moeizaam verworven grammetjes goud wettig betaalmiddel in die streken zinloos verbrast. Voor wie echt geinteresseerd is in de tragedie van de Amazone-indianen bevat Gouddorst te weinig informatie. De hardnekkige poging van een Nederlandse filmer om te midden van echt leed zijn eigen relativering aan te brengen neemt mij toch voor hem in.

Een goed contrast levert de reprise in het voorprogramma van Het vlot, een documentaire van George Sluizer uit 1973 over een gezin dat op een 'balsa' (vlot) duizend kilometer de rivier afzakt om varkens en cassavemeel te verkopen. De zinloze overlevingsstrijd van arme boeren wordt er duidelijker in verteld dan in Gouddorst en de poetische observaties van de eeuwig stromende rivier zijn van een klassieker soort schoonheid. Maar de prijs die Sluizer daarvoor moest betalen is dat hij zichzelf en de cameraploeg in de film totaal onzichtbaar maakt. Zo hoort dat ook in een traditionele documentaire, maar tegenwoordig kan de kijker niet om de vraag heen wat voor invloed die aanwezigheid van een aantal Europese pottenkijkers op de zuiverheid van de getoonde realiteit gehad moet hebben. Kraanen heeft zich dat misschien wel voortdurend afgevraagd en kon daardoor niet meer de film maken die hij in zijn hoofd had.

    • Jose Altino Machado. in het Voorprogramma
    • het Vlot. Regie
    • Hans Beerekamp Gouddorst. Regie
    • Joost Kraanen. Met
    • David Yanomami
    • George Sluizer. Amsterdam