Ook nieuwe aandeelhouder blijkt vriendelijk voor geplaagd CKK

ROTTERDAM, 11 sept. De strijd om het kleine beursfonds Cindu Key en Kramer (CKK) blijkt nog niet ten einde. Eerst belaagde Joep van den Nieuwenhuyzen van Begemann het bedrijf in de hoop de door hem zo fel begeerde divisie Key en Kramer Coatings in handen te krijgen. En nu is het de Belgische ondernemer W. G. Wilford en diens Luxemburgse beleggingsmaatschappij C. Invest Holding die zeggenschap verlangt in het beleid van CKK, en er op aandringt dat het de onderneming de preferente aandelen intrekt die het vorig jaar uitgaf als bescherming tegen de vermeende agressieve avances van Van den Nieuwenhuyzen. Maar tot een vijandige overname komt het niet.

Van den Nieuwenhuyzen had de laatste jaren een fors meerderheidsbelang opgebouwd in CKK. Maar toen het bestuur van CKK, dat hem consequent had afgewezen en een beschermingsconstructie had opgeworpen (preferente aandelen), Key en Kramer onverwacht verkocht aan de Hollandsche Beton Groep en Esha Beheer in Groningen (bouwmaterialen), haakte Van den Nieuwenhuyzen af, verontwaardigd over zoveel gebrek aan medezeggenschap voor grootaandeelhouders. Medio juni van dit jaar maakte hij bekend zijn meerderheidsbelang in CKK (toen nog alleen actief in transport, chemie en isolatie) te willen verkopen, maar hij zei er niet bij aan wie.

Vorige week werd duidelijk dat de onbekende Luxemburgse beleggingsmaatschappij C. Invest Holding de nieuwe eigenaar is geworden van het pakket en dat Van den Nieuwenhuyzen al eind vorig jaar gesprekken was aangegaan met de beleggers achter de speciaal voor dit doel opgerichte C Invest Holding. (Voor Van den Nieuwenhuyzen was het achteraf een redelijk lucratief avontuur. Alleen al op de verkoop van de eerste tranche CKK aandelen maakte hij een winst van 15,5 miljoen gulden.)De man met wie Van den Nieuwenhuyzen toen direct zaken deed was Wilford, dezelfde Wilford die CKK al bijna twintig jaar van binnenuit kent, als aandeelhouder en van 1972 tot 1982 als werknemer; dezelfde Wilford die in het heetst van de strijd om CKK naar zowel CKK als naar Van den Nieuwenhuyzen stapte omdat hij met CKK wilde samenwerken of in ieder geval bepaalde onderdelen van CKK wilde hebben.

Wilford zegt zelf tot tweemaal toe met C. A. de Kloe te hebben gesproken, toen nog directeur van CKK, later commissaris en nog later commissaris-af omdat De Kloe het niet eens was met de verkoop van Key en Kramer. Wilford wilde een of andere vorm van samenwerking tussen zijn Antwerpse Teer en Asfalt Bedrijf (Atab) en CKK, maar De Kloe leek er geen oren naar te hebben. Wilford heeft vervolgens contact gezocht met Van den Nieuwenhuyzen en hem zijn diensten aangeboden in diens strijd om CKK. Als beiden er in zouden slagen Key en Kramer los te weken van het moederbedrijf CKK, zouden ze de buit onderling verdelen: Van den Nieuwenhuyzen zou de pipe-coatingdivisie kopen die zo mooi aansluit bij Begemann-dochter Bredero Price. Wilford zou de overige activiteiten (dakbedekking) van Key en Kramer voor zijn rekening nemen, aldus Wilford.

Zo ver is het nooit gekomen. Het begeerde Key en Kramer ging geheel onverwachts naar HBG en Esha, hetzelfde Esha dat volgens Van den Nieuwenhuyzen met hem en Wilford afspraken had over een gezamenlijk optreden in de strijd rond de gewilde CKK-dochter.

Van den Nieuwenhuyzen gooide het bijltje erbij neer. Wilford gaat nu alleen door, zij het onder een andere naam, want dit keer treedt hij niet op voor zijn bedrijf Atab, maar voor het Luxemburgse C. Invest Holding, een club van vier particuliere beleggers die graag deelnemen in een beursgenoteerde onderneming.

Een ding moet evenwel duidelijk zijn. Net zoals Van den Nieuwenhuyzen heeft ook Wilford geen vijandige bedoelingen. Dat kunnen beiden zich niet permitteren. Van den Nieuwenhuyzen niet omdat hij in Nederland de reputatie heeft weten op te bouwen van een succesvolle jonge ondernemer waar noodlijdende bedrijven graag bij aankloppen om overgenomen te worden. Van den Nieuwenhuyzen mag dan in stille achterkamertjes nog weleens afbreuk doen aan zijn imago van de vriendelijke opkoper, in de felle schijnwerpers van de publiciteit moet hij vriendelijk blijven. Ook in het geval van CKK. Wilford kan zich op zijn beurt bij CKK geen vijandige bedoelingen permitteren omdat hij CKK op de beurs wil houden. Wilford mag zich dan flink ergeren aan de commissarissen van CKK die volgens hem stelselmatig de gerechtvaardigde verlangens van de aandeelhouders veronachtzamen ('ze luisterden nooit naar me, ook al was ik de grootste aandeelhouder') een onvriendelijk openbaar bod zal hij niet ondernemen. Want als een bod slaagt leidt dat onherroepelijk tot verlies van de beursnotering van CKK en tot verlies van toegang tot de door hem zo fel begeerde kapitaalmarkt.

Nu CKK te kennen heeft gegeven niet op de wensen van Wilford in te willen gaan en hem waarschijnlijk geen meerderheid in de raad van commissarissen te gunnen, rest C. Invest twee mogelijkheden. Of het meerderheidsbelang in CKK weer verkopen, of een paar jaar wachten totdat de Europese Commissie het aantal toegestane beschermingsconstructies heeft teruggebracht zodat Wilford wel een meerderheid in de raad van CKK kan claimen. Wilford zegt zelf geen haast te hebben.

    • Geert van Asbeck