Nota: presentatie van kostuumcollecties in 'Duitse Huis'Utrecht

UTRECHT, 13 sept. De Nederlandse kostuumcollecties moeten gepresenteerd worden in het 'Duitse Huis' in Utrecht. Dit voorstel wordt gedaan in een gisteren verschenen nota over de toekomst van de Nederlandse kostuumcollecties. De nota is opgesteld door Sjarel Ex, R. Fuchs en F. van Oss, directeuren van respectievelijk het Centraal Museum in Utrecht, het Haags Gemeentemuseum en het Nederlands Textielmuseum in Tilburg.

In de Napoleontische vleugel (1831) van het complex, dat voor een deel nog uit de middeleeuwen stamt, zou ruimte voor vaste en tijdelijke exposties moeten komen, alsmede een documentatiecentrum en een bibliotheek.

Zowel het Centraal Museum in Utrecht, dat het initiatief voor de nota nam, als het Haags Gemeentemuseum en het Rijksmuseum in Amsterdam bezitten grote collecties op het gebied van mode en kostuums. De kostuums bevinden zich echter meestal in depot, door ruimtegebrek en door de hogere prioriteit die andere delen van het museumbezit krijgen.

Het Haags Gemeentemuseum, dat sinds 1985 verantwoordelijk is voor de collectie van het Nederlands Kostuummuseum, en het Rijksmuseum zijn bereid mee te werken aan het vormen van een gemeenschappelijk presentatiepunt door middel van langdurige bruiklenen. Het Nederlands Textielmuseum in Tilburg, dat kostuums niet tot zijn 'verzamelgebied' rekent, is bereid zijn collectie op dit gebied 'aan de juiste instelling' over te dragen. Ook voor het Haags Gemeentemuseum is 'overdracht van collectiedelen bespreekbaar'.

Het presentatiepunt zal waarschijnlijk een dependance gaan vormen van het Utrechtse Centraal Museum, dat zijn totale kostuumcollectie aan het presentatiepunt wil overdragen. Ook het particuliere Historisch Kostuum Museum in Utrecht is bereid samen te werken met het landelijke presentatiepunt, al kon directeur F.van der Laken nog geen uitspraak doen over de vorm daarvan. In het Rijksmuseum zal in 1991 een zaal in gebruik worden genomen voor het tentoonstellen van hoogtepunten uit de eigen verzameling.

De Utrechtse wethouder van cultuur, N.van 't Riet, stelt zich achter het voorstel van de museumdirecteuren, al zal geldelijke ondersteuning op problemen stuiten 'gezien de precaire financiele situatie van de stad'.

Utrecht wil een 'artikel-12 gemeente' worden, waarbij het rijk de schulden saneert. Wel wil de gemeente bemiddelen bij het verwerven van de locatie. Voor het Duitse Huis, sinds maart van dit jaar eigendom van de Rijksdienst der Domeinen, bestaan nog andere gegadigden. De Utrechtse Maatschappij tot Stadherstel wil in het complex een horecavoorziening en luxueuze woningen vestigen. Door de Nederlandse regering is het complex kandidaat gesteld voor de vestiging van een Europees Milieuagentschap.

Het complex van het Duitse Huis behoeft dringend restauratie. Het restaureren van het Napoleontische deel het 'beddengebouw' van het voormalige Groot-Rijkshospitaal kost volgens de nota vijftien miljoen gulden. Om die uit te sparen zou het landelijk presentatiepunt het gebouw van de Utrechtse Maatschappij tot Stadsherstel kunnen huren. Voor de exploitatiekosten, in de nota geschat op 2,5 miljoen gulden per jaar, doen Ex en Fuchs een beroep op het ministerie van WVC, dat heeft laten weten 'een positieve grondhouding in te nemen'.

Ook de museumcommissie van de Dienst Gemeentelijke Musea Utrecht ondersteunt de plannen. Zij vraagt WVC een krediet van 50.000 gulden beschikbaar te stellen voor een volgend onderzoek, onder meer naar de mogelijke interesse bij het bedrijfsleven om het instituut te steunen.