Kamer verlangt uitleg ministers over boete

DEN HAAG, 13 sept. De ministers Maij-Weggen (verkeer) en Hirsch Ballin(justitie) moeten in de Tweede Kamer komen uitleggen hoe het kon gebeuren dat controleurs in het openbaar vervoer zwartrijders een boete van 100 gulden vragen, terwijl wanbetalers later van de officier van justitie slechts 65 gulden in rekening krijgen gebracht.

Wie een boete voor zwartrijden niet meteen betaalt, bespaart dus 35 gulden. De oorzaak lijkt een gebrekkige communicatie tussen de ministeries, die tot nu toeelkaar hiervan de schuld geven. De geloofwaardigheid van de overheid is hiermee in het geding, vindt onder anderen het Tweede-Kamerlid W. Swildens-Rozendaal (PvdA), die door middel van een interpellatie de betrokken bewindslieden dinsdag aan de tand zal voelen.

De PvdA is niet de enige fractie die zich ergert aan het gedrag van de ministers. De VVD-fractie was van plan schriftelijke vragen te stellen, maar schaarde zich inmiddels achter het interpellatieverzoek. De Tweede-Kamerleden Y. van Rooy en V. van der Burg van het CDA hadden al vragen geformuleerd.

Maij-Weggen heeft eerder dit jaar besloten de boete voor zwartrijden in het openbaar vervoer per 1 augustus van 25 gulden naar 100 te verhogen. Daartoe is zij wettelijk bevoegd.

Maij-Weggen beloofde destijds de Tweede Kamer dat zij zou overleggen met haar collega en partijgenoot Hirsch Ballin. Het ministerie van justitie beweerde deze week echter dat dergelijk overleg er niet is geweest. Verkeer en Waterstaat sloeg gisteren terug met de openbaarmaking van een passage uit een brief van Maij-Weggen aan Hirsch Ballin van 6 juni jl.: 'Voorts ben ik voornemens met ingang van 1 juli 1990 de boete op het rijden zonder geldig vervoersbewijs te verhogen van 25 naar 100 gulden. (...) Ik verneem gaarne van je of je hier bezwaar tegen zou hebben. Een afschrift van deze brief heb ik gezonden aan de minister-president.' Hirsch Ballin heeft hierop niet gereageerd. Waarna Maij-Weggen dacht dat zwijgen in Den Haag toestemmen betekent.