IMF erkent nadelen van hervormingen

DEN HAAG, 13 sept. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) wil grotere aandacht geven aan de sociale gevolgen van economische hervormingsprogramma's op de arme bevolking in ontwikkelingslanden. Maar het IMF is niet van plan om van landen te eisen dat ze specifieke sociale keuzes maken ten gunste van de armen of dat ze maatregelen nemen voor een rechtvaardiger inkomensverdeling.

Dit schrijft het IMF in zijn jaarverslag, dat vandaag voor publicatie is vrijgegeven. Het IMF zegt de negatieve gevolgen van aanpassingsprogramma's niet zijn te kwantificeren en geeft evenmin aan op welke wijze deze negatieve gevolgen moeten worden opgevangen.

Van veel kanten wordt al jaren kritiek geleverd op de eisen die het IMF stelt voor de financiering van aanpassingsprogramma's in ontwikkelingslanden, omdat de lasten hiervan vooral zouden worden afgewenteld op de armste en meest kwetsbare bevolkingsgroepen. Het IMF, dat pas in 1988 het onderwerp voor het eerst aan de orde stelde, erkent dat aanpassingsprogramma's negatieve sociale gevolgen kunnen hebben, maar houdt vol dat inflatiebestrijding en economische hervormingen een bijdrage leveren aan groeiherstel op termijn en daarmee aan vermindering van de armoede.

Daarnaast is het IMF van mening dat het achterwege laten van aanpassingsmaatregelen nog veel schadelijker gevolgen heeft. De maatregelen die uiteindelijk toch genomen moeten worden, komen harder aan dan wanneer tijdig tot aanpassingen was overgegaan.

In het afgelopen begrotingsjaar heeft het IMF zijn kredietverlening aan landen in financiele moeilijkheden vergroot. Het IMF verstrekte in totaal 7,2 miljard dollar aan leningen, het hoogste bedrag sinds 1985. Niettemin bleef het IMF een netto-ontvanger van geld uit ontwikkelingslanden, omdat het Fonds aan aflossingen 8,8 miljard dollar ontving. Het begrotingsjaar loopt van 1 mei 1989 tot 30 april 1990. Sinds 1986 ontvangt het IMF netto meer uit ontwikkelingslanden dan het uitleent. Dit is een gevolg van de aflossing van leningen die het IMF in het begin van de jaren tachtig verstrekte, toen de schuldencrisis het Fonds tot massale financiele injecties in probleemlanden noopte.

De toename van de kredietverlening in het afgelopen jaar kwam onder meer door de steun die het IMF verstrekte aan landen in Oost-Europa (Polen, Joegoslavie en Hongarije) en door steun aan pakketten voor schuldvermindering in ontwikkelingslanden (Mexico, Filippijnen en Costa Rica). Het totaal aan uitleningen betrof zowel de gebruikelijke kredietverlening van het IMF als speciale fondsen voor de armste landen.

Een steeds groter probleem is het aantal landen met betalingsachterstanden aan het IMF. Aan het einde van het afgelopen boekjaar was dit aantal opgelopen tot elf. Sindsdien hebben twee landen, Guayana en Honduras, hun achterstanden weggewerkt. Eind juni bedroegen de achterstanden van Cambodja, Liberia, Panama, Peru, Sierra Leone, Somalie, Soedan, Vietnam en Zambia in totaal 4,4 miljard dollar. De kosten van wanbetaling worden gedragen door zowel de debiteuren- als de krediteurenlanden van het IMF. De lidstaten van het IMF zijn dit jaar een verhoging van hun quota, de financiele reserves die ze aan het Fonds ter beschikking stellen, overeen gekomen. Als deze zogenoemde negende quota-herziening is voltooid, zullen de middelen van het IMF met 50 procent zijn toegenomen tot 185 miljard dollar. Hierdoor wordt de liquiditeitspositie van het IMF versterkt en zal het Fonds, zonder een beroep te doen op leningen van rijke lidstaten, de komende jaren aan de verwachte vraag naar leningen kunnen voldoen.

Tsjechoslowakijke, Bulgarije en Namibie hebben zich als nieuwe leden van het IMF aangemeld. Het IMF maakte in het afgelopen boekjaar een nettowinst van 117 miljoen dollar. Deze is aan de reserves van het Fonds toegevoegd.