Hongarije: de problemen van een jonge democratie

ROTTERDAM, 13 sept. Honderd dagen heeft de Hongaarse oppositie de regering van premier Jozsef Antall gegeven, en nauwelijks zijn de honderd dagen om of Hongarije staat voor de eerste grote politieke rel sinds het de democratie heeft ingevoerd: dinsdag liep de oppositie beledigd het parlement uit naar aanleiding van heftig omstreden uitspraken van minister van buitenlandse zaken Geza Jeszenszky.

De minister heeft de afgelopen weken hardnekkig en in het openbaar volgehouden dat de drie regeringspartijen (het Hongaars Democratisch Forum, de christen-democraten en de Partij van Kleine Boeren) als enigen in Hongarije 'Europese waarden' als 'vaderlandsliefde, liberalisme en christendom' vertegenwoordigen. 'Europeesheid, nationale verplichtingen, sociale verantwoordelijkheid, de liberale democratie en de door het Kruis vertegenwoordigde moraal', aldus de minister, vind je uitsluitend binnen de partijen die Hongarije regeren; de oppositie bestaat louter uit 'atheisten'. Die uitspraken zijn de oppositie in het verkeerde keelgat geschoten: niet alleen voelen ze zich op hun ziel getrapt door het etiket atheist, ze zijn nog ernstiger beledigd door het impliciete verwijt slechte Hongaren te zijn. Als vaderlandsliefde uitsluitend bij de regeringsaanhang te vinden is, zoals Jeszenszky stelt, is ruim eenderde van de Hongaarse bevolking geen fatsoenlijke patriot. Dat laat men zich bij de oppositionele Vrije Democraten, Jonge Democraten en socialisten toch liever niet zeggen en de unanieme conclusie bij de oppositie is dan ook dat Jeszenszky geen aanvaardbare behartiger van 's lands belangen over de grens zijn en zijn biezen moet pakken.

Het conflict rondom Jeszenszky draait om meer dan om een paar politiek niet erg verstandige uitspraken van een minister: zijn opvatting dat de regering en de regeringspartijen de beste, zo niet de enige vertegenwoordigsters zijn van de Hongaren en van de Hongaarse natie, wordt binnen de regeringspartijen zonder veel reserves gedeeld. Die opvatting is in haar essentie een restant van een totalitair verleden vol exclusieve aanspraken van deze aard; tenslotte hebben de communisten meer dan veertig jaar lang volgehouden afgezien van klassevijanden alle Hongaren te vertegenwoordigen. Maar nu is Hongarije een democratisch land en een door Jeszenszky verwoorde exclusiviteit en de consequentie ervan: een overdreven gevoeligheid ten aanzien van welke vorm van kritiek ook heeft dan ook prompt tot een rel geleid.

Magyar Nemzet

De oppositie heeft zich tot vorige week gehouden aan de Schonfrist van honderd dagen die het kabinet van Jozsef Antall bij haar aantreden kreeg. De media hebben echter de afgelopen weken wel aanleiding gevonden zich te ergeren aan die gevoeligheid. Het wordt het duidelijkst geillustreerd door de Magyar-Nemzet-affaire, de zaak naar aanleiding waarvan Jeszenszky naar het oordeel van de oppositie voor het eerst buiten zijn goed-Hongaarse en goed-democratische boekje ging.

Het algemeen gerespecteerde landelijke blad Magyar Nemzet is voor zijn overleven op de escalerende Hongaarse mediamarkt aangewezen op samenwerking met buitenlandse partners en trad al eind vorig jaar in onderhandeling met de Zweedse Dagens Nyheter. Midden onder die besprekingen kreeg de leiding van Magyar Nemzet telefonisch van een staatssecretaris te horen dat men de Zweden liever de Zweden moest laten en dat er 'betere partners' te vinden waren. Kort daarop doken bij Magyar Nemzet vertegenwoordigers van de Franse Figaro op, die op de hoogte bleken van de Zweedse voorstellen en de Hongaren een gunstiger aanbod voorlegden.

Daarop scheidden zich bij de Hongaarse krant de meningen: waar de directie haar voorkeur uitsprak voor de Fransen, opteerde de redactie voor de Zweden, omdat de rechtse Figaro geen garanties wilde geven voor de onafhankelijkheid van Magyar Nemzet. Ook in Hongarije weet men van de rechtse Franse krantenmagnaat Robert Hersant, de eigenaar van Le Figaro, en diens weinig subtiele omgang met zaken als redactionele onafhankelijkheid. Dan liever Dagens Nyheter, een van Europa's vooraanstaande liberale bladen, aldus de redactie.

De regering voegde daarop de twee grootste uitgeverijen van Hongarije waaronder die van Magyar Nemzet samen in een nieuw concern, dat onder leiding kwam te staan van een vriend van premier Antall, Jozsef Horti, die prompt verkondigde alleen met Le Figaro in zee te willen gaan. De hoofdredacteur van het blad trad daarop af. De redactie riep de lezers op het blad financieel te hulp te komen en wendde zich tot de rechter, enerzijds wijzend op de 'ontoelaatbaarheid' van de verkoop van het blad tegen de zin van de redactie in en anderzijds op het feit dat de Fransen minder geld voor Magyar Nemzet bieden dan Horti heeft voorgewend. Kort daarop mengde minister van buitenlandse zaken Jeszenszky zich in het conflict. In een open brief prees hij de Magyar Nemzet als een boegbeeld van de Hongaarse waarden, het christendom, de 'door het Kruis vertegenwoordigde moraal' en de liberale democratie. Het is 'geen geheim', aldus de minister, dat die waarden in Hongarije uitsluitend door de regeringspartijen worden belichaamd. In oppositiekringen wordt de affaire gezien als het beste bewijs van onaanvaardbaar ingrijpen van de regering. Daar wijst men op de ideologische parallellen tussen de rechts-conservatieve regering en de rechts-conservatieve Hersant-groep. Men wijst er bovendien op eerdere uitspraken van een geirriteerde Antall ten aanzien van de pers. De premier heeft zich herhaaldelijk laten ontvallen dat naar zijn mening de grote bladen in Hongarije de oppositionele Vrije Democraten de partij van de stedelingen en de partij van de intellectuelen beter behandelen dan de regeringspartijen en heeft daarbij zelfs gerept van een 'liberale samenzwering'.

De schrijver Istvan Csurka, een partijgenoot van Antall, heeft in dat kader zelfs van een 'dreigende contrarevolutie' gesproken en de regering opgeroepen daar daadkrachtig tegen op te treden.

Het optreden van de regering ten aanzien van de Magyar Nemzet en de commentaren van Jeszenszky doen sterk vermoeden dat Hongarije nog niet klaar is met zijn verleden: de Poltergeist van vier decennia van dictatuur waart nog rond, in Boedapest.