Hoe nu verder?

TERWIJL EEN legermacht vlakbij Koeweit op oorlogssterkte komt, ebt de euforie van de strijdvaardigheid weg. In Europa en Amerika is fase II ingegaan en wordt de klassieke vraag gesteld: Pourquoi mourir pour Dantzig? Waarom sterven voor Koeweit? De eerste rekensommetjes in Amerika zijn al gemaakt waaruit blijkt dat het land veel goedkoper uit zou zijn als het zich niet in Golf-zaken had begeven. Tel de militaire kosten bij de prijs voor een barrel olie op en de som leert dat thuis-blijven goedkoper was geweest. Koeweit en Saoedi-Arabie betalen inmiddels weliswaar mee aan de kosten, maar op het gehele bedrag genomen is dat een kleinigheid en bovendien zijn zulke betalingen niet vrijblijvend: Amerika wordt ermee het recht ontnomen andere dan de prinselijke regimes in het zadel te houden dan wel te brengen. Europa en Japan helpen weliswaar ook, maar ook dat zijn geen overweldigende bedragen en bovendien maken ze de directe Amerikaanse kosten niet geringer, zij bieden voornamelijk soelaas aan gedupeerde landen als Egypte, Turkije en Jordanie. Het is lovenswaardig, maar de vraag is ermee niet beantwoord: Waarom sterven voor Koeweit? DE AMERIKAANSE doortastendheid van de eerste augustusweek was indrukwekkend. President Bush verklaarde de veiligheid van Saoedi-Arabie van vitaal belang, eiste herstel van de vrijheid van Koeweit en voegde door een grootscheepse logistieke operatie de daad bij het woord. De internationale verhoudingen zijn van dien aard dat hij in de Verenigde Naties politieke steun van praktisch de hele wereldgemeenschap krijgt.

Maar naarmate de weken verstrijken dringt zich de benauwende vraag op: In wat voor avontuur heeft Bush zich gestort? De morele en politieke steun van de grote mogendheden mag Bush dan aan zijn kant hebben, de feitelijke situatie blijft praktisch onveranderd en wijst erop dat de Amerikanen bijna exclusief in de frontlijn liggen. Uithongering van Irak is per definitie een dubieuze onderneming. Zij gaat ervan uit dat de publieke mechanismen in Irak werken als in de Westerse wereld en dat Irakezen tegen hun dictator in opstand zullen komen, zodra het volk mort. De eerste televisiebeelden van hongerende kinderen zullen eerder en heel begrijpelijk in de democratieen een golf van humanitaire inspanningen provoceren.

Ondanks alle internationale adhesie dreigt president Bush in een ongemakkelijke positie terecht te komen: Met de rug tegen de muur en met uitzicht op een dilemma. Als binnen enkele maanden het gewenste resultaat niet is bereikt en dat is ten minste terugtrekking van Irak uit Koeweit wat kan president Bush dan anders doen dan ten strijde trekken? Een permanente stationering in de woestijn kost handenvol geld, holt de steun in de publieke opinie uit en brengt vervolgens een herverkiezing van Bush langzaam maar zeker in gevaar.

NAARMATE DE TIJD verstrijkt, dringt tot het Amerikaanse publiek meer en meer door dat Europeanen en Japanners op zijn minst zoveel belangen hebben in de Golf als de Verenigde Staten. Opmerkingen van gezaghebbende Congresleden en commentaren in Amerikaanse kranten hierover krijgen een groeiende nadruk en als president Bush straks tot militair ingrijpen zou besluiten en Amerikaanse gevallenen overal in het land ten grave worden gedragen, zal de bitterheid jegens de bondgenoten en tegen president Bush verpletterend zijn. Met andere woorden: de alleszins respectabele daadkracht van president Bush bevat een groeiend aantal ingredienten waarmee Joseph Heller zijn novelle opbouwde: Catch 22. De enigen die hier een uitweg kunnen bieden zijn de bondgenoten, voorop de NAVO-bondgenoten en de democratieen in Azie en Australie. Tot op zekere hoogte wordt door die bondgenoten gepokerd: President Bush loopt voorop en kan niet terug en dat maakt behoedzaam volgen achter de dekking veilig. Europese eensgezindheid zou zo'n legitimatie een stuk gemakkelijker hebben gemaakt aan solidariteit kan worden geappelleerd maar nu de eenheid een dun laagje vernis blijft, wordt het voor individuele regeringen moeilijker en moeilijker om riskante offers te vragen. Derhalve mag worden verwacht dat Amerika de komende weken nog veel hulp in de vorm van vervoerscapaciteit zal worden aangeboden en vlooteenheden van vele naties ver van Irak hun waakzame ogen zullen gebruiken, terwijl nabij de Saoedisch-Iraakse grens praktisch uitsluitend yankees te vinden zullen zijn.

WAT ONS EIGEN land betreft hebben zich hier niet de eerste tekenen geopenbaard van geschipper tussen de andere mogendheden door, ingegeven door een gevoel van kleinheid en machteloosheid, onvermijdelijk misschien in een omgeving van grote en grotere mogendheden die het ten diepste niet met elkaar eens zijn? Van fenomenale opwinding en schrik was de eerste weken hier geen sprake, iedereen had vakantie en het tafereeltje met minister Andriessen op een Veluws terras heeft in het tijdperk van de video-historie waarschijnlijk nu al een vaste plaats in de overzichten veroverd. De uitzending van fregatten met een restrictieve opdracht en een gewatteerde bevelsstructuur was vervolgens een krachtdadig compromis tussen verbale verontwaardiging en riskante participatie met grondtroepen. Terwijl de Britten de 'special relationship' met de Verenigde Staten onmiddellijk vastgrepen, Frankrijk eerst weifelend en daarna wat overtuigender binnen eigen beheer en soevereiniteit vlooteenheden en een piepklein contingent grondtroepen stuurde, bleef Duitsland thuis en beloofde D-marken. Tussen die polen schipperde Nederland, zoals gezegd, en doet dat nog.

Toch zou het verkeerd zijn om Nederlands weifelende afzijdigheid historisch wel verklaarbaar en zelfs te verontschuldigen onder de nieuwe omstandigheden in de wereld te institutionaliseren. Wat Irak doet, druist in tegen alle regels van volkenrecht en beschaving. Die regels mogen dan een Westerse oorsprong hebben maar toch kunnen ze niet anders dan universele waarde hebben. Het gebod van solidariteit met die gedachte, met de Verenigde Staten en met Europa maakt dat ook Nederland niet anders kan doen dan troepen sturen om vervolgens met stille en publieke diplomatie de nog weifelende Europese broeders met des te meer recht van spreken ook over de streep te trekken. Als Europa zich hier afmeldt door verdeeldheid dan kan iedereen zich de topconferenties en seminars betreffende een 'politiek Europa' voorlopig verder besparen. En nadert Bush zijn Catch 22.