Gedetineerden met drugsverleden wennen aan werk

ALFRED VAN CLEEFROTTERDAM, 13 sept. Deze week overleed Theo. Op dertigjarige leeftijd bezweek hij aan een hartstilstand. De eigenlijke reden van zijn dood komt voort uit jarenlang heroinegebruik en een leven aan de zelfkant van de samenleving. Tot aan zijn dood was Theo een van de deelnemers aan het Rotterdamse Drug Related Crime Project, een project voor gedetineerden met een harddrugs-verleden om weer aan werk te wennen. Voor Theo kwam de hulp echter te laat.

Dinsdag besloot de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen de helft van de in 1991 voor het DRC-project benodigde gelden (circa honderdduizend gulden) voor haar rekening te nemen. Als het ministerie van justitie en andere subsidienten met de rest voor de dag komen, is continuering van het project voorlopig gewaarborgd.

Het Rotterdamse DRC-project is in 1988 begonnen met de bedoeling de spiraal van harddruggebruik en criminaliteit te doorbreken. Uit onderzoek is gebleken dat ruim negentig procent van alle heroineverslaafden in de Maasstad zich schuldig maakt aan criminele activiteiten. Landelijk komt een kwart van alle geregistreerde kleine criminaliteit voor rekening van harddrugverslaafden. In een poging de overlast voor de bevolking terug te dringen en vanuit de optiek dat drugsverslaving een maatschappelijke realiteit is, besloot de gemeente Rotterdam samen met het ministerie van binnenlandse zaken een experiment op te zetten om criminaliteit te voorkomen.

Een aantal parkeergarages in het centrum van de stad wordt nu bewaakt, waardoor het aantal daar gepleegde autokraken sterk is gedaald. Bij het Centraal Station verscheen een opvangkeet en om een beter inzicht in de problemen krijgen is uitgebreid onderzoek onder Rotterdamse drugverslaafden verricht.

Het DRC-werkproject vormt het belangrijkste onderdeel van het experiment. In het souterrain van het gebouw van de voormalige Holland Amerika Lijn aan de Wilhelminapier bevindt zich een werkplaats waar jaarlijks circa zestig gedetineerden aan de slag kunnen. Het bijzondere is dat vrijwel alle deelnemers aan het project daarvoor een schorsing hebben gekregen van hun voorlopige hechtenis. Kandidaten moeten aan verschillende voorwaarden voldoen. Het 'strafrestant' mag niet minder dan drie en niet meer dan zes maanden bedragen. De verdachten moeten hun delict(en) hebben bekend en clean (drugvrij) aan het project beginnen. Ter controle moeten ze zich ten minste drie keer per week aan een urineonderzoek onderwerpen. Sinds de opening van de werkplaats in juli 1988 hebben bijna honderd gedetineerden aan het project deelgenomen. Naar schatting dertig procent van hen viel na afloop niet meer terug in het oude verslavingspatroon.

De specifieke problematiek van de projectdeelnemers krijgt veel aandacht. Ze worden geholpen bij het vinden van een woning, het aflossen van schulden en het opbouwen van een sociaal leven. Centraal in het project staat het wennen aan een vast werkritme. 'Het is nadrukkelijk een werkproject en geen therapeutische behandeling', stelt mr. dr. Henriette Geelinck, voormalig Officier van Justitie te Alkmaar en aangewezen om het experiment op poten te zetten. De deelnemers aan het project houden zich dagelijks van negen tot vier bezig met 'gevarieerd en serieus' werk. Ze doen dat met behoud van uitkering. Om concurrentievervalsing te voorkomen, hebben de werkzaamheden plaats in het kader van maatschappelijke dienstverlening. In de werkplaats fabriceren de deelnemers kinderspeelgoed dat onder meer gebruikt wordt in het Sophia-kinderziekenhuis. 'We zoeken motiverend werk', zegt Geelinck.

De DRC-werkplaats staat ook open voor vrijwilligers. 'Als je alleen 'criminele' verslaafden zou toelaten, dan zou je misdaad belonen en dat mag nooit het geval zijn.' Gedetineerden moeten deelneming aan het project niet kunnen opvatten als het op een gemakkelijke wijze uitzitten van hun straf. 'Dus te leuk werk kan ook weer niet. Want er bestaat nu eenmaal een frictie tussen re-socialisatie en vergelding.'

De DRC-methode bespaart de gemeenschap geld, rekent coordinator Astrid de Vaal voor. 'Een cel kost dagelijks zeshonderd gulden per gedetineerde. Wij hebben daar slechts een kwart van nodig.'

De Vaal selecteert doorgaans de kandidaten. Ze kijkt daarbij onder meer of 'een neiging tot cooperatief gedrag' aanwezig is. Ook kan leeftijd een rol spelen. 'Jongeren beschouwen het project soms als een aardigheidje. Die hebben nog niet vaak genoeg in de goot gelegen.'

De gemiddelde leeftijd van de deelnemers ligt tussen de 25 en de 35 jaar. De oudste ('onze keukenprinses') is 48. Samen met een collega bivakkeert De Vaal in een kantoortje achter de werkplaats. Aan de muur hangen lijsten waarop met gekleurde kartonnetjes planningsoverzichten worden bijgehouden. Het vakje van woensdagochtend is leeg. Op die dag werd Theo door zijn collega's uit de werkplaats begraven.

Werkmeester Francelino Mendez Brito komt binnen. De 32-jarige Kaapverdiaan is in loondienst. Hij is zelf een ex-deelnemer aan het project. Vijf jaar lang bestond zijn leven uit een een vicieuze cirkel van heroinegebruik, diefstal en gevangenisstraf. In die periode zat hij in totaal drie jaar vast. 'De meeste jongens hier ken ik van de straat. Ik begrijp ze', aldus Brito. Een van de 'oudgedienden' is de 32-jarige Peter. Dertien jaar lang was hij verslaafd. Een groot deel van zijn leven bracht hij in tuchthuizen en gevangenissen door. Eenmaal belandde hij voor vier jaar in de cel, nadat hij de Sociale Dienst had 'verbouwd' en twee ambtenaren te lijf was gegaan. Een van hen raakte daarbij zwaar gewond. Na een nieuwe veroordeling suggereerde de Officier van Justitie hem het DRC-project te volgen. Hij hapte toe en het werkte. 'Ik heb hier geleerd met mijn emoties om te gaan. Ik zie vrienden sterven maar ik wil niet meer vluchten.'

Hij zegt bevrediging te vinden in zijn werk. Hij werkt mee aan het bouwen van podia en het verrichten van schilderwerk. Vooral bij 'deadlines' leeft hij op. 'Dan zet ik me extra in. Want je hebt toch een eergevoel.' Na afloop van zijn strafperiode besloot hij op vrijwillige basis met het project door te gaan. Samen met zijn zwangere vriendin is hij nu vijf maanden lang erin geslaagd van de heroine af te blijven. 'Dit is de grootste verandering in mijn leven', stelt hij. 'Ik heb spuiten nooit prettig gevonden; ik gebruikte uit pijn. De jongens van mijn leeftijd die doorgaan, worden niet oud. Ik stond voor een beslissende keuze en ik heb gekozen voor het leven.'