'Enquetecommissie blijft gang van zaken rond verhorenbepalen'

DEN HAAG, 13 sept. Een getuige die wordt gehoord door een parlementaire enquetecommissie moet niet zelf het recht hebben registratie van zijn verhoor door de televisie te weigeren. Wel heeft de enquetecommissie zelf de mogelijkheid om beperkingen op te leggen aan de aanwezigheid en activiteiten van televisiecamera's.

Dat zei het VVD-Kamerlid Hermans namens de groep Kamerleden die een initiatief heeft ingediend om de wet op de parlementaire enquete op een aantal onderdelen te wijzigen. De enquetecommissie bepaalt zelf de orde van de verhoren en daarbij kunnen ook beperkingen van de televisieregistratie aan de orde komen, aldus Hermans.

Zo kan de commissie besluiten dat bij bepaalde verhoren geen televisie aanwezig mag zijn of beperkingen opleggen aan het aantal televisiecamera's of aan hun wijze van werken, bij voorbeeld geen rijdende camera's en geen close-ups. De initiatiefnemers zijn er tegen dat een getuige televisieregistratie van zijn verhoor kan weigeren. Op die manier zou volgens Hermans een 'olievlekwerking' kunnen ontstaan, waardoor ook andere getuigen buiten aanwezigheid van de televisie willen worden gehoord. Bovendien zouden juist andere getuigen grote prijs kunnen stellen op aanwezigheid van de tv, zodat er voor de televisiekijkers een vertekend beeld van de verhoren ontstaat. Problemen van getuigen met de aanwezigheid van de televisie kunnen in het voorgesprek met de enquetecommissie aan de orde worden gesteld, waarna de commissie zelf een besluit neemt, aldus Hermans.

CDA en VVD dienden een motie in waarin het recht van de getuige om zo'n verzoek bij de enquetecommissie in te dienen in de wet wordt vastgelegd. Over de beslissing die de commissie daarover neemt moet achteraf aan de Kamer verantwoording worden afgelegd. De indieners van het wetsvoorstel wezen dit af omdat op die manier inbreuk zou worden gedaan op het beginsel dat de enquetecommissie het vertrouwen van de Kamer geniet. Minister Dales (binnenlandse zaken) maakte groot bezwaar tegen een voorstel van D66 om een parlementaire enquetecommissie het recht te geven inzage te hebben in de notulen van de ministerraad. Mocht de Kamer dat voorstel aannemen dan zal het kabinet zich daar nader over moeten beraden, zo sprak de minister waarschuwend.

Namens de initiatiefenemers maakte ook het Kamerlid Schutte (GPV) bezwaar tegen het D66-voorstel. In de huidige wet ligt vast dat een enquetecommissie inlichtingen kan vragen over beraadslagingen en besluitvorming in de ministerraad en dat het kabinet zelf kan besluiten op welke wijze die informatie gegeven wordt, bijvoorbeeld via een door de premier ondertekend uittreksel uit de notulen, waarin met name op de besluitvorming wordt ingegaan.

Mocht een kabinet weigeren om op een adequate wijze aan het verzoek van de enquetecommissie tegemoet te komen, dan zal die weigering ongetwijfeld aan de orde komen tijdens het Kamerdebat dat volgt na afsluiting van het onderzoek van de commissie, aldus Schutte. (ANP)