Elektronische oorlog al aan de gang

ROTTERDAM, 13 sept. Ofschoon er tussen Irak en de verzamelde troepen in Saoedi-Arabie en andere Golfstaten nog geen schot is gelost, is de elektronische oorlog in het gebied in volle gang. Met de vele middelen die daarvoor naar de Golf en Turkije zijn gestuurd, wordt een stuk minder opvallend geadverteerd dan met de tanks, de soldaten en de zandkleurige gevechtsvliegtuigen waarmee een verdere Iraakse expansiedrift in toom moet worden gehouden. Dat ook Irak een partij speelt in die geheime elektronische oorlog blijkt uit berichten dat Bagdad probeert de surveillancevluchten van de AWACS-radarvliegtuigen te storen. De vliegende radarposten, waarvan er voortdurend verscheidene in de lucht zijn, zien vrijwel alle luchtbewegingen in heel Irak, en daarmee ook alle trainingsactiviteit, verplaatsingen en eventuele oorlogsvoorbereidingen van de Iraakse luchtmacht. Ook de zwakheden en operationele beperkingen van de vliegers van de Iraakse luchtmacht kunnen de Boeing-machines met hun draaiende radarpaddestoel aan het licht brengen.

Niet bekend

De Aero Space Group is met tienduizend personeelsleden en een verwachte omzet in 1990 van acht miljard francs een gigantisch elektronica-concern dat in advertenties alle soorten apparatuur aanbiedt voor elektronische oorlogvoering onder het motto: the brainpower, the willpower, the winpower. Op de luchtvaartshow in Farnborough in Engeland lag nog vorige week rondom de diverse Mirage-jagers het hele scala van Thomson-CFS jamming pods (stoorzenders voor vliegtuigen) uitgestald. Het Franse concern heeft bovendien een stevige basis in Irak door de levering van radarinstallaties waarmee de Iraakse wapenindustrie van Russische Il-76 vrachtvliegtuigen een paar eigen AWACS-machines heeft gemaakt. Volgens internationale experts heeft Irak dat onmogelijk kunnen doen zonder hulp van Franse technische deskundigen. Ofschoon aan de effectiviteit van de Iraakse vliegende radarstations wordt getwijfeld, hebben Iraakse technici wel ervaring kunnen opdoen met deze vorm van luchtbewaking en wellicht ook een beter inzicht gekregen in de mogelijkheden om de Amerikaanse en Saoedische AWACS-toestellen te storen. Het valt echter niet mee de ogen van de AWACS blind te maken.

Uit herhaaldelijke proeven gedurende de ruim 360.000 vlieguren met de Boeing-radarmachine is gebleken dat de detectiecapaciteiten van de vliegende radar door ECM-acties wel aangetast kunnen worden, maar dat daarvoor zeer krachtige en geavanceerde stoorzenders nodig zijn. Een Iraakse stooractie zullen de dertien radarwaarnemers en gevechtsleiders in de AWACS-cabine onmiddellijk constateren en dat op zich is een overduidelijk signaal dat in een bepaalde sector van het luchtgebied in Irak dingen aan de gang zijn die kennelijk het daglicht niet kunnen velen. Omdat het radarbeeld van de AWACS direct naar het bevelvoerende Saoedische Sector operatiecentrum in Dahran wordt gestuurd, waar ook grondstations hun informatie aanleveren, is de kans op een succesvolle elektronische misleiding door Irak niet groot. De AWACS beschikt daarnaast over foefjes. Foefjes om bijvoorbeeld het stukje luchtruim waar de Iraakse stoorzender opereert over te slaan (als het ware een hapje uit de 360 graden-cirkel van de radardekking te nemen) en zo te blijven zien wat er in de rest van het Iraakse en Koeweitse luchtruim vliegt. Ook kunnen de operators aan de hand van het stoorsignaal tamelijk exact de positie peilen van de stoorzender en er, als de afgesproken gevechtsprocedures dat toelaten, Amerikaanse of Britse onderscheppingsjagers op afsturen. Krachtige stoorzenders op de grond (ook die kunnen door de Sovjet-Unie en Frankrijk en eventueel ook door Italie zijn geleverd) zijn al even kwetsbaar. De 'schildwacht' van een Boeing is bovendien niet voor een gat te vangen. Wat voor de ene AWACS door de stoorzender in het Iraakse luchtruim verborgen blijft, kan wel worden waargenomen door de radarschotel van een tweede toestel, dat het surveillancegebied van de eerste machine overlapt. Via deze, voor de NAVO in Europa uitgedachte methoden van zogeheten cooperatieve dekking, ziet de Saoedische commandocentrale waar de informatie van de vliegende radarposten samenkomt toch precies wat Irak uitspookt.

Eerste artikel in een serie

    • Dick van der Aart