Eigenmachtige Ozal nieuw fenomeen

ISTANBUL, 13 sept. De tiende verjaardag van de staatsgreep van vijf Turkse generaals onder leiding van Kenan Evren is gisteren, afgezien van enkele bomaanslagen van linkse organisaties, vrij achteloos voorbijgegaan. Zelf hebben de generaals nooit een feestdag willen maken van de 12de september, anders dan die van de staatsgreep van 1960 die hun 27ste mei probeerden in te voeren als derde nationale feestdag. Maar deze feestdag heeft nooit wortel geschoten in de Turkse gemeenschap, en zij is door de generaals van 1980 afgeschaft.

Oud-president Bayar, die op 27 mei 1960 door het leger was afgezet, kreeg van president Evren een staatsbegrafenis toen hij, 103 jaar oud, was overleden. Adnan Menderes, die van 1950 tot 1960 onder hem premier was en het jaar daarop met twee medeministers werd opgehangen, krijgt maandag een herbegrafenis in een pompeus mausoleum dat de laatste weken langs een Istanbulse boulevard ijlings is opgebouwd.

Dit alles toont aan hoe Turkse staatsgrepen in de loop van de decennia een ander perspectief kunnen krijgen. Die van 1960, eens in de annalen ingeschreven als 'progessieve staatsgreep', wordt nu door vrijwel niemand meer gewaardeerd. Maar ook die van tien jaar geleden is inmiddels in een ander licht komen te staan.

Zelden zal een staatsgreep zo welwillend zijn ontvangen in binnen- en buitenland. In Turkije was de zucht van opluchting bijna hoorbaar, met uitzondering van het Koerdische zuidoosten van het land. Van de ene dag op de andere kwam er een eind aan het moorden van de verschillende terreurorganisaties van links en rechts, die niet zozeer elkaar naar het leven stonden als wel onschuldige burgers, van wie er gemiddeld vijf per dag werden neergemaaid. Het openbare leven, dat praktisch was verlamd, hervond langzamerhand zijn ritme.

In het buitenland kreeg de staatsgreep bijna overal het voordeel van de twijfel maar nu, na tien jaar, kunnen we zeggen dat er zowel in binnenland als buitenland iets is gerezen als twijfel aan het voordeel.

Religie

Daarin vervielen bijvoorbeeld diegenen die de staatsgreep doorgrondden als een enorme, en misschien wel beslissende, stap achterwaarts naar herislamisatie van het land. De generaals van 1980, wel verre van hun voorgangers van 1960, bleken in de religie een belangrijke wapen tegen het communisme te zien en ontpopten zich als aanhangers van de idee van 'Turks-Islamitische Synthese'. Evren doorspekte zijn talloze toespraken met verwijzingen naar de Koran. Als hij weer een vurig pleidooi voor de doodstraf hield daar is hij overigens nu van teruggekomen dan wees hij erop dat zij uitdrukkelijk werd gesanctioneerd door 'onze religie'. Godsdienstonderwijs werd, geheel tegen de ideeen van Ataturk in, verplicht voor alle Turkse kinderen.

Rust en orde werden hersteld. Maar dat gold niet over de hele linie. Cynici van links bijvoorbeeld schatten: er vallen nu vijf doden per dag meer door arbeidsongevallen, bij gebrek aan goede controle. Maar zeker is dat, als er in de guerrilla in het zuidoosten nu vijf doden op een dag vallen, dat geen groot nieuws meer is, noch voor de buitenlandse, noch voor de Turkse pers. En het generaalsregime is, door de botte wijze waarop het de acht a tien miljoen koppige Koerdische minderheid heeft aangepakt (onder andere door een theoretisch verbod van het spreken van haar taal) sterk medeschuldig aan de huidige noodtoestand in de zuidoostelijke provincies.

Rechteloosheid

Maar het gaat niet alleen om de Koerden. In het tijdschrift Nokta (punt) van deze week komt een hele reeks juristen en andere intellectuelen aan het woord die er voor pleiten dat Evren en zijn vier collega's, net als de Griekse kolonels, voor het gerecht worden gedaagd wegens de rechteloosheid die zij hebben ingevoerd en die gedeeltelijk nog voortduurt. Van de 650.000 mensen die onder hun driejarig bewind zijn opgepakt, zijn ongetwijfeld de meesten gefolterd velen hebben het niet overleefd. Processen tegen folteraars stelden niets voor en werden uit de aandacht gehouden. De massaprocessen voor krijgsraden sleepten zich jaren voort, een is nog steeds niet afgesloten. Meer dan 200.000 burgers blijven verstoken van een paspoort. De Turkse staatsgreep van 1980 is te vergelijken met de Argentijnse tegen Isabella Peron. Ook die werd lang verbeid en uitbundig verwelkomd. Dat de Turkse generaals ooit nog, als hun Argentijnse collega's, in beklaagdenbanken terecht komen is echter zeer onwaarschijnlijk. Anders dan dezen zijn zij immers zo verstandig geweest bijtijds, dat wil zeggen reeds na drie jaar, plaats te maken voor een burgelijke regering, die geleidelijk allerlei democratische en parlementaire facetten terugbracht.

En ook alle oude partijleiders kwamen terug, aan het hoofd van oude partijen met nieuwe namen. De generaals zijn totaal gestrand in hun poging, het oude politieke systeem te liquideren door het buiten de wet stellen van alle partijen, inclusief de door Ataturk opgerichte. Erbakan en Turkes, de fundamentalistische en de fascistische leider, spelen weer dezelfde rollen op de achtergrond. Demirel en Ecevit, de conservatieve en de sociaal-democratische leider wier vete sterk bijdroeg tot de twaalfde september, zijn allebei weer helemaal terug. Een totaal nieuw fenoneem echter blijkt het indirect eindprodukt van de militaire staatsgreep: de verpletterend civiele, maar hoogst eigenmachtige Turgut Ozal, nu president van het land. Zijn Moederlandpartij is, zonder dat zij de voorkeur was van Evren, het onverwachte succesnummer van de jaren tachtig: een partij die alleen maar geinteresseerd is in macht, en die macht weet te houden ook al is haar aanhang nu gezakt tot twintig procent.

Het vreemde is dat Ozal, de oprichter van de partij, wiens persoonlijke aanhang ongetwijfeld wel wat groter is dan die twintig procent, in zijn optreden nog het meest doet denken aan de eerste man die door Turkse generaals ten val werd gebracht: de opgehangen Menderes.

    • Frans van Hasselt