De tijd voor een betere wereldrechtsorde is rijp

Na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog vestigden veel landen de hoop op de opbouw van de Verenigde Naties als een krachtige wereldorganisatie die de vrede zou handhaven en de lidstaten tot nauwe samenwerking zou brengen voor sociaal-economische vooruitgang. De Koude Oorlog, die ook in de Verenigde Naties diepe verdeeldheid veroorzaakte, sloeg dat ideaal snel de bodem in. Het getij is de laatste jaren echter aan het keren, voor de VN lijkt een nieuw tijdperk aangebroken.

Drie afzonderlijke krachten werken ten gunste van herleving van de Verenigde Naties: de liberalisering in Oost-Europa, de dreiging van instabiliteit en geweld tussen lidstaten die geen grote mogendheden zijn, en de mondiale milieuproblematiek.

Wat de liberalisering in Oost-Europa betreft: Door de fundamentele wijziging van de buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie sinds de komst van Gorbatsjov en Sjevardnadze is de oude rol van de Sovjet-Unie in de VN, die meestal alles wat Amerika voorstelde blokkeerde, omgeslagen naar samenwerking met de VS en andere grote mogendheden. Het Sovjet-beleid in de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering is de laatste jaren cooperatief en ideeenrijk. Het intensieve bilaterale contact tussen Washington en Moskou leidt zelfs tot speculaties over de komst van een soort condominium. Vrees daarvoor is ongegrond. De goede relatie tussen Bush en Gorbatsjov zal eerder tot wat meer stabiliteit in een woelige wereld leiden.

Gezamenlijk optreden is te meer gewenst, omdat de instabiliteit in het Midden-Oosten en in Zuidoost-Europa is toegenomen. De paradox is dat daardoor de kracht van de VN kan groeien. De Koude Oorlog was een te groot probleem voor de VN, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie maakten steeds van hun vetorecht gebruik. Maar regionale spanningen kunnen de organisatie versterken, mits de leden met vetorecht (behalve de Grote Twee: China, Frankrijk en Engeland) zich ervoor inzetten de problemen niet unilateraal, maar multilateraal op te lossen.

Regionale conflicten

De Grote Twee hebben die multilaterale aanpak nodig om effectief te kunnen optreden. Ook de supermachten zijn te klein om de problemen van de jaren negentig op eigen houtje te klaren. Het gevaar van regionale agressoren die in de toekomst terrorisme kunnen bedrijven met massavernietigingswapens, kan het beste door gezamenlijke actie worden bezworen. Evident gevaarlijke regimes die het volkenrecht schenden behoort de technologie en goederen te worden onthouden die zij voor het verwerven van massavernietigingswapens nodig hebben. Een 'Cocom-lijst' dus voor de Saddam Husseins en Gaddafi's van deze wereld. Het is dringend geboden daarover afspraken te maken waaraan ook gewetenloze leveranciers van wapens en militair bruikbare (chemische, biologische en nucleare) technologie, zoals Duitse en Franse firma's, worden gebonden.

Gezamenlijk optreden van de grote mogendheden zal ook nodig kunnen zijn om gewelddadigheden in Zuid-Azie of Zuidoost-Europa te kunnen bedwingen. In de zuidelijke republieken van de Sovjet-Unie is er een acute dreiging van etnisch en religieus geweld, die het noordelijk deel van het Midden-Oosten (Iran) niet ongemoeid zal laten.

De instabiliteit in Zuidoost-Europa kan worden beteugeld door de Veiligheidsraad in te schakelen als bijvoorbeeld door onlusten in Transsylvanie, Roemenie en Hongarije tegenover elkaar komen te staan. De Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) kan geleidelijk worden uitgebouwd tot een regionale veiligheidsorganisatie op grond van het Handvest van de VN. Als dat niet slaagt of te lang duurt, kan ook de NAVO in die zin worden uitgebreid en zouden eerst Centraaleuropese landen kunnen toetreden (te beginnen met Hongarije) en later ook Oosteuropese staten. En waarom zou men een toekomstig lidmaatschap van een democratisch Rusland uitsluiten? Alle drie de wegen zijn in beginsel begaanbaar; de praktijk zal leren wat het beste in het nieuwe Oost-Europa past al gaat de voorkeur in het oosten sterk uit naar de CVSE. In alle drie gevallen is sprake van versterking van 'collectieve veiligheid', de grondgedachte van de VN.'Collectieve veiligheid' kan worden bereikt door een volkenrechtelijke overeenkomst tussen staten om gezamenlijk op te treden tegen gewapende agressie en zo elke aanvalsdaad af te schrikken. Het is in feite een nog zwak begin van rechtsorde in het 'Wilde Westen' dat de wereldpolitiek is. In zo'n stelsel is er nog geen echte regering en geen 'politie' met geweldsmonopolie, die de leden van de gemeenschap helpen, onder leiding van de Veiligheidsraad als 'sheriff', een misdadiger in de boeien te slaan.'Collectieve veiligheid' kan alleen goed werken als aan een aantal voorwaarden is voldaan. De twee belangrijkste: over de rechtsregels moet overeenstemming bestaan, en de machtsverdeling tussen de belangrijkste leden mag niet onevenredig zijn. Geen der leden behoort in staat te zijn alle andere blijvend te domineren. Als gevolg van de perestrojka sinds 1986 en de opkomst van sterke middelgrote mogendheden als Japan en Duitsland, maar ook van de groei van China en India is nu meer aan deze voorwaarden voldaan dan in enige periode sinds 1945.

Mondiale milieutaken

De derde factor die in de richting werkt van een sterkere VN is de mondiale milieu-problematiek. Meer dan ooit groeit het bewustzijn van verwevenheid en wederzijdse afhankelijkheid, nu het duidelijk is dat ongebreidelde consumptieve groei en wanbeheer van land, lucht en water tot onoplosbare problemen leiden. De dreiging van massale verarming en ziekten was al decennia werkelijkheid in Afrika en Zuid-Azie, maar zij wordt geleidelijk ook een zorg voor de rijke landen, die onder ogen moeten zien wat er in de eenentwintigste eeuw gebeurt als het broeikaseffect niet wordt geremd en de oceanen vervuilen.

Meer dan ooit vereist nationale overlevingsdrang internationale samenwerking om via verdragen en projecten van internationale organisaties te bereiken waartoe elk land afzonderlijk niet in staat is. Een concreet voorbeeld is het Nationaal Milieubeleidsplan, waarvan de meeste doeleinden onuitvoerbaar zouden blijven als ook de rest van Europa het miliebeleid niet sterk zou verbeteren. Voor de problematiek van CO, ozon en de wereldzeeen geldt dat alleen een mondiale aanpak succes kan hebben. Verscheidene VN-organisaties zijn nu gewikkeld in een debat over de beste aanpak van de mondiale milieuproblematiek zoals het Wereldmilieuprogramma UNEP, de Wereldbank, en het VN-Ontwikkelingsprogramma. In 1992 zal in Brazilie een mondiale milieuconferentie worden gehouden die het hele VN-netwerk sterk moet verbeteren om de nieuwe taken effectief te kunnen vervullen.

De noodzaak van versterking van de VN staat buiten twijfel. Het getij is gunstig door de voortgaande liberalisering in de Sovjet-Unie. Het uitbouwen van het VN-stelsel biedt bovendien een unieke gelegenheid voor een land als Nederland, dat altijd zijn roeping in de wereldrechtsorde heeft gevonden. Het vormt een kans voor nieuwe zingeving in het Nederlands buitenlands beleid, in het zo vlak schijnende tijdperk van partijpolitieke verzakelijking.