Cultuurbehoud in Sovjet-Unie door chaos ondermijnd; Brozeerfstukken van Melnikov

De presentatie van het Nederlandse boek Konstantin Melnikov and the Muscles of Invention had moeten samenvallen met de opening van een grote tentoonstelling van tekeningen van de Russische architect Konstantin Melnikov (1890-1974). Maar in Eindhoven zijn sinds gisteren alleen foto's te zien, want op het laatste ogenblik bleek het onmogelijk de tekeningen naar Nederland te laten komen. En hoe mooi de inderhaast door de Stichting Melnikov bijeengebrachte foto's ook zijn, het blijven surrogaten voor de tekeningen van de architect die Moskou aan het eind van de jaren twintig heeft verrijkt met een stuk of tien exuberante gebouwen.

Toen het bestuur van de Nederlandse Stichting Melnikov eind juli naar Moskou reisde, leek de overname van de tentoonstelling zeker. Met de Bond van Architecten was al een akkoord bereikt en bovendien stond in het vorig jaar afgesloten verdrag tussen Nederland en de Sovjet-Unie vermeld, dat de Stichting Melnikov en de Bond van Architecten van de Sovjet-Unie de tentoonstelling in Eindhoven zouden verzorgen. De expositie, die voor een groot deel zou bestaan uit nooit eerder getoonde tekeningen, moest het hoogtepunt worden van het Melnikov-festival dat door de stichting werd georganiseerd ter gelegenheid van de honderdjarige geboortedag van de Russische architect. Later zouden de tekeningen doorreizen naar het Architekturmuseum in Frankfurt en ook het Newyorkse Museum of Modern Art had er belangstelling voor.

Op 23 juli van dit jaar werd de tentoonstelling met veel vertoon geopend in het Poesjkin-museum in Moskou. Zeven culturele hoogwaardigheidsbekleders hielden lange redes over het grote belang van Melnikov, die vanaf 1934 tot zijn dood in 1974 vergeten en verguisd was, maar nu dan volledig was gerehabiliteerd. 'Dit is niet alleen een grote dag voor de Russische cultuur, maar voor de wereldcultuur', beweerde de Moskouse burgemeester Gavriil Popov zelfs. Nog geen week later werd de tentoonstelling gesloten. Het Poesjkinmuseum, waar normaal alleen beeldende kunst is te zien, had tegen zijn zin de architectuurtentoonstelling moeten onderbrengen: de eerste gegadigde voor de tentoonstelling, het Moskouse architectuurmuseum, is op een filiaal van het Donskoj-klooster na al jaren gesloten, officieel vanwege een verbouwing, maar er is nog nooit een bouwvakker gesignaleerd. Plotseling kreeg het Poesjkin-museum andere plannen met de ruimte en liet de Melnikov-tentoonstelling, waaraan twee jaar was gewerkt, afbreken.

Misschien heeft het gedrag van Viktor Melnikov, zoon van de architect en eigenaar van de meeste tekeningen, een rol gespeeld bij het merkwaardige besluit van het Poesjkin-museum. Op de opening verkondigde hij tegen iedereen die het horen wilde, dat er niets deugde van de tentoonstelling: de houten lijsten deden pijn aan je ogen en bovendien waren de tekeningen vrijwel allemaal verkeerd opgehangen. Dat was overdreven: de robuuste lijsten pasten goed bij het werk van zijn vader en de tekeningen waren in keurig chronologische volgorde te zien. De enige mogelijke kritiek zou de nogal summiere toelichtingen kunnen gelden.

Viktor Melnikov maakte een sympathieke indruk toen ik hem de dag voor de opening bezocht in het zonderlinge huis in een zijstraat van de Arbat, in het centrum van Moskou. Geduldig gaf hij een rondleiding door het huis dat zijn vader in 1929, op het hoogtepunt van zijn roem had laten bouwen. Als dank voor zijn ontwerp van de sarcofaag waarin het gebalsemde lijk van Lenin van 1924 tot 1940 heeft gelegen, had Konstantin Melnikov toestemming gekregen van de partij om een van de weinige prive-huizen van na de revolutie te bouwen. Het onorthodoxe huis bestaat uit twee cilinders. Die aan de straatkant heeft een vrijwel geheel glazen facade waarachter op de eerste verdieping een hoog en licht woonvertrek is gelegen. In de achterste, op het noorden gelegen cilinder bevinden zich het atelier en de slaapvertrekken, die door talrijke zeshoekige ramen worden verlicht. In een van hoeken van het slaapvertrek hingen, zoals het hoort in een traditioneel Russisch huis, een paar ikonen, verlicht door een klein lampje. 'Ik ben nooit een communist geweest. Mijn vader touwens ook niet', lichtte Melnikov toe.

De klauterpartij naar het dakterras kostte de inmiddels 77-jarige Viktor geen enkele moeite. Voorzichtigheid is geboden, want het dak is vermolmd. Afgelopen voorjaar is er een begin gemaakt met de restauratie van het huis, dat nu schuil gaat achter een dicht netwerk van steigers en is voorzien van een provisorisch dak. De steigers en het dak zijn betaald door de Duitse Westbank, die in ruil voor de financiering van onder meer de restauratie van het Melnikov-huis een filiaal in de buurt wil openen zodra de roebel vrij inwisselbaar is geworden. Inmiddels is de restauratie stilgelegd. De Westbank vindt dat het vermolmde dak moet worden vervangen door een stalen overkapping, maar Viktor Melnikov houdt vast aan het oorspronkelijke houten 'cassettendak'. Als een kapitein op een zinkend schip bewoont hij nu in zijn eentje het huis en brengt hij de nachten door op een smal tussenverdiepinkje om te verhinderen dat dieven via de steigers het huis betreden. Hij gaat een koude winter tegemoet.

Valt er voor Viktor Melnikovs koppigheid bij de restauratie van zijn huis veel te zeggen, de eisen die hij aan een tentoonstelling in Nederland verbond, neigden naar het absurde. Eerst wilde hij met zijn twee dochters op kosten van de Stichting Melnikov langdurig in Nederland verblijven. Toen dit verblijf was geregeld (zij het minder lang dan hij wilde), stelde hij de eis dat de tekeningen voor ongeveer 60 miljoen gulden werden verzekerd, terwijl het Poesjkin-museum ze voor de tentoonstelling voor nog geen 400.000 gulden had verzekerd. Die kwestie werd geregeld, maar tenslotte eiste Viktor Melnikov ook nog dat de Nederlandse staat zich garant zou stellen voor de tekeningen. Hieraan wilde het ministerie van WVC niet voldoen. De Bond van Architecten probeerde vergeefs druk op Melnikov uit te oefenen, maar daarvan raakte hij niet onder de indruk, omdat de Bond, zoals veel culturele instellingen in de Sovjet-Unie langzaam desintegreert; vele architecten beginnen tegenwoordig een eigen bureau zonder zich iets aan te trekken van de bepalingen van de Bond. Ook een beroep van de Stichting Melnikov op het Sovjet-ministerie van cultuur had geen effect. De tentoonstelling had nooit in samenwerking met de Bond van architecten moeten worden geregeld, was het antwoord van het ministerie, dat zelfs onder de dreigende schending van het cultureel verdrag nauwelijks bereid was iets te doen.

De verwikkelingen rond de Melnikov-tentoonstelling zijn kenmerkend voor het huidige culturele leven in de Sovjet-Unie. Particulieren, vaak in bezit van prachtige collecties, zijn vol wantrouwen na tientallen jaren tegenwerking door de staat, en de verschillende culturele instellingen zijn nauwelijks meer tot iets in staat of werken elkaar tegen. Musea zijn zonder aanwijsbare redenen langdurig gesloten, tentoonstellingen gaan niet door of worden plotseling afgebroken en voor conferenties vergeet men sprekers uit te nodigen. Wie verbijsterd aan een 'kunstambtenaar' vraagt hoe dat allemaal komt, krijgt meestal als minzaam antwoord: 'In deze tijd van perestrojka is niets zeker, daar zullen we aan moeten wennen.'

    • Bernard Hulsman
    • Ma t
    • M 6
    • den Dolech 2
    • M Zo 9-18 Uur. Publikatie
    • 'Konstantin Melnikov And The Muscles Of Invention'