Crisis in Midden-Oosten biedt mariniers een gouden kans

Met het einde van de Oost-Westtegenstelling wordt de drang tot bezuinigen op de defensie steeds groter. In West- en Oost-Europa nemen politici een voorschot op een nog te sluiten CFE-akkoord over troepenreducties en ook in Nederland doen herhaaldelijk bezuinigingsplannen de ronde. Opvallend is dat men wil bezuinigen nog voordat een blauwdruk van een toekomstige krijgsmacht is gedefinieerd. Steeds vaker klinkt de mode-term 'Rapid Deployment Force', want in crisistijd blijken lichtgewapende en snel verplaatsbare troepen van groot belang. Als voorbeeld kan hier het Midden-Oosten dienen, waar Amerikaanse mariniers de kolen uit het vuur moeten halen.

Nederland beschikt over een dergelijke Rapid Deployment Force in de vorm van het korps mariniers. Men zou dus kunnen verwachten dat voor dit marine-onderdeel een goede toekomst is weggelegd. De overheid heeft echter een reductie van tien procent op het aantal mariniers voorgesteld, een voorstel dat waarschijnlijk door de marineleiding wordt overgenomen. Nieuw is dit niet: de geschiedenis van het korps mariniers wordt gekenmerkt door pogingen tot liquidatie door de politiek, gevolgd door een ambivalente houding van de marineleiding in Den Haag.

De Tweede Kamer heeft minister Ter Beek (defensie) gekritiseerd over de aangekondigde reductie, waarop de minister heeft beloofd de plannen 'in heroverweging' te nemen. 'Maar dit houdt natuurlijk geen enkele garantie in', zegt kolonel der mariniers A. H. P. Knoppien, voorzitter van de belangenvereniging KVMO, de Koninklijke Vereniging van Marine-officieren. 'De marineleiding wil de aangekondigde bezuinigingen gelijkelijk over de marine verdelen, de zogenoemde kaasschaafmethode, en neemt het voorstel waarschijnlijk over.' Naar het zich laat aanzien zal ook het korpscommando zich hierbij neerleggen. Knoppien: 'De slimmigheid ligt hierin dat de reductie van tien procent zal worden gezocht in de logistieke sfeer. De vent in het camouflagepak zal niet verdwijnen, maar de gevechtskracht zal op den duur wel degelijk een deuk oplopen.'

Immers, als er bijvoorbeeld koks en chauffeurs afvloeien, zal hun werk door anderen moeten worden overgenomen. Of, zoals Knoppien het uitdrukt: 'Als de man die in de kazerne op een bezem leunt verdwijnt, dan moeten we toch een vent uit het veld halen om die bezem over te nemen.'

Stiefkind

Het 325 jaar oude korps mariniers is door de jaren heen altijd behandeld als het stiefkind van de marine. Oorspronkelijk was de marinier een zeesoldaat die het vijandelijk schip enterde om aan dek 's lands oorlogen te beslechten. Nu is het korps voor het grootste deel samengesteld uit infanteristen en hoe zijn die in te passen in een 'ocean-going' vloot? Op het moment dat de marine financieel wat krap komt te zitten, krijgt vooral de marinier het benauwd.

Nadat het hoofdstuk Nieuw-Guinea in 1962 was afgesloten, richtte de Koninklijke Marine zich meer en meer op onderzeeboot- en mijnenbestrijding in NAVO-verband. Dit betekende dat de marinier geen gevechtstaak meer had en eigenlijk werkloos werd. Voor een deel werd dit opgevangen door het korps allerlei klussen te laten doen: bewaking, ordehandhaving en opleiding.

Pas in 1973 kreeg het korps een NAVO-gevechtsopdracht. Niet zozeer omdat de Koninklijke Marine haar mariniers beter wilde inzetten, maar veel meer als gevolg van het alert reageren van de toenmalige korpscommandant Lamers. Door een geslaagde bemiddeling wist hij van de Engelse aanwezigheid in Noord-Noorwegen een gezamenlijke NAVO-taak te maken. Hiermee werd het bezuinigingsgevaar van de commissie-Van Rijckevorsel afgewend en een mogelijke opheffing van het korps ongedaan gemaakt. Internationale afspraken zijn nu eenmaal moeilijker te herroepen.

Het optreden van mariniers bij de ontknoping van diverse gijzelingsaffaires heeft hun veel krediet verschaft. Een minister van defensie zou zich in de jaren zeventig, na de grote gijzelingsdrama's, zeer impopulair hebben gemaakt als hij het korps mariniers zou hebben aangepakt. Maar met het einde van de Oost-Westtegenstelling wordt de aanwezigheid in Noord-Noorwegen minder urgent. Het gevaar bestaat dat het korps zijn legitieme taak verliest en vatbaar wordt voor bezuinigingsoperaties.

Stingers

De crisis in het Midden-Oosten blijkt een goede mogelijkheid voor de Koninklijke Marine om zich te profileren, maar dit geldt tevens voor het korps mariniers. Mocht de situatie in het Midden-Oosten erom vragen, dan is het korps als enig Nederlands krijgsmachtonderdeel in staat snel manschappen in te zetten: binnen 24 uur, waar ook ter wereld. Duidelijk is dat het dan gespaard moet blijven van een bezuinigingsslag.

Op dit moment bevindt zich een groep mariniers aan boord van Belgische mijnenvegers in het oostelijk deel van de Middellandse Zee. Hun taak bestaat uit het bedienen van 'stingers', anti-vliegtuigwapens die vanaf de schouder worden afgevuurd. De inzet van Amerikaanse mariniers in het Midden-Oosten heeft nog duidelijker aangetoond dat dergelijke Rapid Deployment Forces zeer bruikbaar zijn. Dergelijke voorbeelden zouden een rol moeten spelen bij de formulering van een nieuw defensiebeleid, dat niet langer wordt gevoed door het verstarde Oost-Westdenken. Of, zoals de chef-defensiestaf generaal P. J. Graaff al enkele maanden geleden zei in een gesprek met NRC Handelsblad: 'Meer taken voor de Verenigde Naties. Kleinere eenheden, mobieler en sneller.' Nederlandse mariniers zouden zich moeten bevrijden van hun stiefmoeder, de marine. (Foto J. Wolterbeek)