Congres van dierenartsen over veterinaire acupunctuur; Huisdier krijgt oertherapie

De patient is de 16-jarige Duitse staander Boris. Hij lijdt al acht jaar aan een stijve rug, heup en elleboog en komt ongeveer om de negen maanden naar de dierenartspraktijk van K. E. Hovius voor een acupunctuurbehandeling. 'Het is mijn best regearende patient', zegt Hovius als de hond op de behandeltafel staat, zijn kop tegen het vrouwtje gevlijd. 'Hij komt hier meestal vrijwel kreupel binnen, maar na de behandeling loopt hij weer een tijd goed.' De eerste naald wordt in punt blaas-23 geprikt. Anders dan de naam doet vermoeden ligt het punt opzij van de ruggegraat tussen de tweede en derde lendewervel. Zowel links als rechts wordt een naald gezet. Boris vertrekt geen spier. Blaas-23 ligt op de blaasmeridianen die zowel links als rechts naast de ruggegraat van nek tot heup en dan over door de billen en benen tot aan linker- en rechterhiel lopen. Een meridiaan is in de acupunctuur de fictieve lijn die een serie acupunctuurpunten met elkaar verbindt. Dat acupunctuurpunten bestaan is tegenwoordig vrij zeker. Er zijn op plaatsen van de traditionele punten uitstulpingen van zenuwvezels gevonden. De manier waarop de punten op meridianen zijn gegroepeerd blijft echter een raadsel.

Blaas-23 werkt op het deel van de rug dat er vlakbij ligt. Hovius prikt ook nog een ver punt voor de rug aan: blaas-34. Het ligt net onder de knie. De naald verdwijnt tussen scheenbeen en kuitbeen.

Stijve rug 'Ik kan niet voorspellen of een dier goed op acupunctuur zal reageren', zegt Hovius. 'De toepassingsmogelijkheden zijn beperkt, maar de effecten soms groot. Ik gebruik het alleen voor bot- en gewrichtsklachten en bij pijn, maar al met al niet vaker dan tweemaal per week. Honden met een stijve rug, met heupdysplasie of reuma-achtige aandoeningen, daar kun je weinig aan doen behalve wat pijnstillers geven. Acupunctuur heelt soms enorm.' Ter behandeling van de arthrose in zijn elleboog verdwijnen er bij Boris naalden in de punten dikke-darm-4, 9 en 11. Net zoals de blaasmeridiaan niet uitsluitend vlak bij de blaas ligt, ligt ook de dikke-darmmeridiaan niet in de buurt van de darmen. Dikke-darm-4 is een punt tussen duim en wijsvinger. Dikke-darm-11 ligt aan de buitenkant van de elleboog. Het zetten van deze naalden laat Boris niet helemaal onberoerd.

Hovius stimuleert nu de punten door de naalden rustig te draaien en bewegen. Na een vijftal minuten verstijft het weefsel rond sommige naalden. Ze komen vast te zitten. Hovius: 'Dat is het zogenaamde Chi-effect, een belangrijke sensatie die aangeeft dat het juiste punt is aangeprikt. Mensen omschrijven het vaak als een tintelend gevoel.'

Acupunctuur bij mensen wordt, als het helpt, door sceptici wel als een placebo-effect omschreven. Het verminderen van de klachten zou het gevolg zijn van het feit dat er wordt behandeld, niet hoe er wordt behandeld. Een placebo-effect kan louter psychologisch zijn: de patient voelt zich beter doordat hij aandacht krijgt, of hij knapt op door de suggestie dat de behandeling effect moet hebben, of hij schrikt zo van de gebeurtenis dat hij zijn leefstijl aanpast. Dieren kunnen zichzelf niets wijsmaken. Is het placebo-effect daarom ook afwezig? Hovius: 'Dat betwijfel ik eerlijk gezegd. Een behandeling duurt al snel een half uur. Als de naalden er eenmaal in zitten, heb je niet veel meer te doen. In die tijd praat je wat met de eigenaar van het dier en natuurlijk gaat het gesprek over de patient. Je hebt het erover hoe het dier wordt behandeld, hoe hij wordt uitgelaten, wat hij te eten krijgt. Dan zijn er wel eens momenten dat je aanwijzingen geeft. Een hond met heupdysplasie, of een stijve rug moet je niet hoog naar een stok laten springen. Ook moet je hem bij het uitlaten niet helemaal uitputten. Als dat verandert kan dat al een groot effect hebben. Er zijn voorbeelden van honden die van eigenaar veranderden en ineens van hun klachten verlost waren. Ik kan me dus een placebo-effect voorstellen in de zin dat het dier voortaan anders wordt behandeld.' Boris wordt ondertussen wat suffig, maar schrikt op als Hovius de naalden manipuleert. Aanraking van de vastzittende naalden is kennelijk gevoelig.

Twintig Nederlandse dierenartsen geven, voor zover Hovius bekend, acupunctuurbehandelingen. Zij zijn verenigd in de Stichting Nederlandse Veterinaire Acupunctuur die van donderdag 13 september tot en met zaterdag 15 september in Noordwijk het zestiende congres van de International Veterinary Acupuncture Society (IVAS) organiseert. Ongeveer 150 dierenartsen uit de VS, alle Westeuropese landen, de DDR, Polen, Litauen, Finland en China worden daar geinformeerd over de wetenschappelijke kanten van de acupunctuur.

De bakermat van de veterinaire acupunctuur ligt ongetwijfeld in China. Sommige archeologen denken dat opgravingsresultaten aantonen dat al 180 eeuwen geleden acupunctuur op vee werd toegepast. Legerofficier Bai Le (ook wel bekend als Sun Yang) is waarschijnlijk de grondlegger van een theorie over vee-acupunctuur. Hij leefde in de vijfde of zesde eeuw. Zijn theorie staat in een boek uit het einde van de zestiende eeuw, maar zeker is dat er vele oudere edities zijn geweest. De militair Bai Le publiceerde vooral over ziekten bij het paard. Tijdens de Ming-dynastie (1368-1644) schreven de broers Yu Ben Yuan en Yu Heng over de behandeling van paarden, koeien en kamelen. Hun werk is nog herdrukt in 1963 en 1979 door het Chinese Agricultural Publishing House. Het is het compleetste boek over traditionele Chinese diergeneeskunde, waarin naast acupunctuur ook andere technieken worden beschreven.

Bijzonder is dat alle diagnostiek op oppervlakkige waarnemingen berust: het uiterlijk van het dier, de snelheid van hartslag, ademhaling en andere pulsen, en de secrementen als speeksel, uitwerpselen en urine. De veterinaire geneeskunde sloot daarmee helemaal aan bij de traditie van de Chinese menselijke geneeskunde waarin ook slechts schematische kennis van de anatomie bekend was. De artsen waren echter meesters in de uiterlijke waarneming.

Technieken

In Europa waren wellicht in de tijd van de Romeinen al enkele technieken bekend die we nu onder acupunctuur scharen. Het is niet zeker of ze uit China zijn geimporteerd. Er waren zo nu en dan contacten.

Willem ten Rhijne, een arts van de Verenigde Oostindische Compagnie, valt de eer te beurt voor het eerst het woord acupunctuur in een Westerse diergeneeskundige publikatie te hebben genoemd. Dat was in 1693. Die eeuw was er al meer bekend geworden over de naaldenmethode van de Chinezen. Sinds die tijd is acupunctuur bij tijd en wijle populair geweest in de veeartsenijkunde. De laatste twintig jaar is er een duidelijke opleving. Vooral in de VS, terwijl Europa langzaam volgt. Het organisatiecomite van het congres, met nuchtere Nederlanders, dierenarts Hovius is er voorzitter van, koos een wetenschappelijke invalshoek. Sprekers uit Oost en West doen uit de doeken wat er bekend is over de lichaamsprocessen tijdens en na acupunctuur. Veel gecontroleerde studies zijn er nog niet. Wel veel casussen met mislukkingen en opmerkelijke successen. Vooral eigenaren van dure spring- of renpaarden stropen nog wel eens de diergenezersmarkt af op zoek naar wonderbaarlijk herstel voor hun potentiele geldbron die om onverklaarbare redenen kwam droog te liggen.

Dat alles zal Boris een zorg zijn. Met een snelle maar voorzichtige beweging trekt Hovius aan het eind van de sessie de naalden uit de hond, die daarna zichtbaar tevreden met zijn baasje naar huis wandelt.