Christa Wolf heeft recht op de Nobelprijs

In 1895 gaf Alfred Nobel via zijn testament de Zweedse Academie opdracht om jaarlijks de Nobelprijs voor literatuur toe te kennen. Vanaf 1901 nam de Academie deze taak op zich. Opvallend en volgens sommigen zelfs genant in de geschiedenis van de Nobelprijs voor literatuur is dat onder de tot nu toe 86 winnaars slechts zes vrouwen waren. Toch zijn er ook dit jaar weer voldoende vrouwen die in aanmerking komen.

Wat valt er te voorspellen over de Nobelprijs voor literatuur voor 1990, waarvan de winnaar omstreeks 21 oktober bekend wordt gemaakt. Al weken van te voren gonst het in Stockholm van de namen en tot de laatste morgen worden er weddenschappen gesloten. Meestal gokt niemand goed en gaan de bookmakers (what's in a name!) met de winst strijken.

Er gaan in Zweden steeds meer stemmen op om uitvoeriger aandacht te schenken aan vrouwelijke auteurs. De geschiedenis van de Nobelprijzen in het algemeen en van de Nobelprijs voor literatuur in het bijzonder is een grotendeels manlijke aangelegenheid. Het feminisme lijkt aan de Nobelstichting te zijn voorbijgegaan: inmiddels is het 24 jaar geleden dat de laatste vrouw (de Zweeds/ Duitse Nelly Sachs) de prijs kreeg, die ze bovendien moest delen met Samuel Agnon uit Israel. Voor haar waren er slechts vijf vrouwen van de partij: Selma Lagerlof (Zweden), Sigrid Undset (Noorwegen), Gracia Deledda (Italie) Pearl Buck (VS) en Gabriela Mistral (Chili). Wereldberoemde coryfeeen als Virginia Woolf, Marguerite Yourcenar, Simone de Beauvoir, Ingeborg Bachmann, Anna Achmatova, Else Triolet en vele anderen werden niet bekroond.

Ook nu zijn er talloze vrouwelijke literatoren wier werk voldoet aan het criterium uit Alfred Nobels testament dat de prijs voor literatuur toekomt aan 'het uitmuntendste werk met een idealistische strekking'.

Nadime Gordimer (1923), the grand lady van de Zuidafrikaanse literatuur, wordt al enkele jaren als kandidate genoemd. Dit geldt ook voor de in 1914 geboren Francaise Marguerite Duras, die onder andere bekend is van het boek en de film Hiroshima mon amour. De Egyptische arts en schrijfster Nawal El Saadawi (1931) zou een uitmuntende winnares zijn. Zij beschrijft in haar werk de onderdrukking van de vrouw op seksueel, economisch, politiek en sociaal gebied en ze ziet de patriarchale maatschappijstructuur als de oorzaak van die onderdrukking. In Ierland komt de openhartige feministe Edna O'Brien (1936) in aanmerking en in de Verenigde Staten Joyce Carol Oates (1938), die kritisch schrijft over de Amerikaanse samenleving. Ook in China zien we bij een aantal vrouwelijke auteurs een betrokkenheid bij problemen die met name vrouwen in de maatschappij en het gezinsleven treffen. Een vertegenwoordigster van deze stroming is Zhang Jie (1937). Twee van haar in het Nederlands vertaalde boeken De Ark (1984) en Zware vleugels (1985) worden in het Westen stuk gelezen.

Cassandra

Behalve Marguerite Duras en Edna O'Brien springen nog drie Europese schrijfsters eruit: De Italiaanse Natalia Ginzburg (1916), die zeer doeltreffend en efficient haar 'verdrongen optimisme' beschrijft, de Engelse Fay Weldon (1933), die ironisch over vrouwenzaken schrijft in een eigen, licht experimentele stijl en Christa Wolf (1929), uit wat nog net de DDR heet.

Zoals Thomas Mann voor zijn Buddenbrooks, Knut Hamsun voor zijn Hoe het groeide en Ernest Hemingway voor zijn novelle De oude man en de zee zou Christa Wolf voor haar Cassandra recht hebben op de Nobelprijs voor literatuur. Autobiografisch werk, reisverhalen, ingebouwde essays, mythologisch onderzoek en een roman gaan in het boekenpaar Cassandra en In de ban van Cassandra hand in hand. Wolf voldoet aan alle criteria die de Zweedse Academie impliciet blijkt te hanteren: ze is politiek interessant in verband met de Duitse eenwording; behalve fictie schrijft ze ook essays van hoge kwaliteit; ze komt uit een groot taalgebied.

Omdat Christa Wolf vorig jaar al als serieuze kandidate werd genoemd was er een lek in de Zweedse Academie? kan de aanval op Wolf van de Westduitsers Ulrich Greiner in Die Zeit en Frank Schirrmacher in de Frankfurter Allgemeine Zeitung mogelijk als kinnesinne of als een aanval met voorbedachte rade worden bestempeld: een (ex)-communiste op het hoogste literaire platvorm nu de vrije markt-gedachte floreert, zal voor vele rechtse ideologen niet zijn te pruimen. Het oude adagium wat het belangrijkste is, 'vorm of vent' (in dit geval 'vorm of vrouw' blijft kennelijk actueel.

Wat is er gebeurd? Bij het verschijnen van de Wolfs nieuwste novelle Was bleibt hebben beide heren haar frontaal aangevallen. Zij vinden haar opstelling tegenover het voormalige DDR-bewind laf en ze fulmineren tegen het feit dat ze zo lang lid van de communistische partij is gebleven is. Ook twijfelen ze aan Wolfs motieven om nu pas met een verhaal te komen over hoe ook zij heeft geleden onder de terreur van de politiestaat en de Stasi. De beide commentatoren schoffelen met de vrouw ook de vorm onder, hetgeen Wolf Biermann in zijn commentaar op de affaire in Die Zeit de opmerking in de mond geeft, dat 'men een appelboom moet beoordelen naar zijn vruchten en niet naar de mogelijkheid dat er knuppels en blokken hout voor de brandstapel van kunnen worden gemaakt'.

Goed gezelschap

Met zo'n ongezouten aanval van de twee 'gewiekste snotneuzen, die zoals menig andere criticus hun troeteldier uit de tijd van de koude oorlog slachten', aldus Biermann, bevindt Wolf zich echter in het goede gezelschap van talloze manlijke winnaars van de Nobelprijs voor literatuur, die soortgelijke aanvallen te verduren hebben gekregen.

Wat is er in die trant niet allemaal geschreven over Rudyard Kipling, Romain Rolland, Andre Gide, Thomas Mann, Jean-Paul Sartre, Bertrand Russell, Boris Pasternak, Gerhart Hauptmann en recentelijk nog over Naguib Mahfoez (over zijn jaren van zwijgen) en Camille Jose Cela (een Franco-splinter in zijn hand). In de positieve recensie over Was bleibt van Volker Hage, ook in Die Zeit wordt Wolf gewaardeerd om de heel eigen manier waarop zij beschrijft hoe iemand gevoelsmatig de vaak onzichtbare en ongrijpbare dictatuur van een politiestaat ervaart.

Bravoure in een rechtsstaat is makkelijk voor velen, heldhaftigheid in een politiestaat is maar voor weinigen weggelegd. 'Was tun', vraagt Biermann, wenn das Leben auf dem Spiel steht und nicht nur das Wohlleben?' Als de Zweedse Academie, waarin tegenwoordig vier van de achttien voor het leven benoemde leden vrouw zijn, dit jaar met hun tijd en met de tekenen van de tijd meegaan kan de scheefgetrokken geschiedenis van de Nobelprijswinnaars voor literatuur enigszins worden hersteld.

De auteur is afkomstig uit het onderwijs en maakt een studie van de Nobelprijswinnaars literatuur.

    • S. P. A. Gipman