Benzineprijs nog lang niet op niveau van vijf jaargeleden

ROTTERDAM, 13 sept. Automobilisten, directies van industriele bedrijven en politici maken zich grote zorgen over de sterk stijgende brandstofkosten, maar in feite betalen ze niets meer dan tien jaar geleden. Als de oorlogsdreiging in het Midden-Oosten kan worden afgewend, is een daling van de olieprijs (gisteren ruim 30 dollar) en de daaraan gekoppelde brandstofprijzen over enige maanden te verwachten. Weliswaar wordt nu verwacht dat er tegen de winter een zeker tekort in de toevoer van ruwe olie naar de importerende landen zal zijn, maar de voorraadpositie is nog nooit zo goed geweest en Saoedi-Arabie voert zijn produktie snel op. Veel automobilisten zijn het vergeten, maar zo'n vijf jaar geleden betaalden ze meer voor een liter benzine aan de pomp dan nu: ruim twee gulden. In de tien jaar sinds de tweede oliecrisis, van 1979-1980, zijn de prijzen voor ruwe olie op enkele momenten nog aanzienlijk hoger geweest dan nu, tot bijna 40 dollar per vat.

Ruwe olie wordt op de markt in dollars betaald. De wisselende dollarkoers heeft in die tien jaar de prijs voor de Nederlandse consument sterk beinvloed. De laatste tijd heeft de sterk gedaalde koers een matigend effect op die prijs. Als we kijken naar het aantal guldens dat over een lange periode, sinds de eerste oliecrisis in 1973 voor een vat olie betaald werd, en het inflatie-effect corrigeren, blijft een gemiddeld bedrag in reele guldens over dat tot dusver geen jammerklachten over deze crisis rechtvaardigt.

In feite zijn aardolie en de daaruit vervaardigde brandstoffen nog steeds relatief goedkoop. Westerse regeringen zoals de Nederlandse, verdienen op de olieprodukten meer dan de Arabische producenten, door de accijnzen, belastingen en heffingen. Van de opbrengst van elke liter verkochte superbenzine gaat zo'n 65 procent naar de staat. Bovendien krijgt minister Kok dit jaar door de koppeling van de aardgasprijs aan de olie vele honderden miljoenen extra in zijn schatkist. De Nederlandse olie-inkoper betaalde vorig jaar gemiddeld nog 36,39 reele guldens voor een vat olie, net iets minder dan in 1978 en 1979, vlak voor de tweede oliecrisis. De prijs die gisteren in Londen op de termijnmarkt voor een vat Noordzee-olie werd betaald, 30,12 dollar, komt gecorrigeerd voor inflatie overeen met 66,85 gulden, twee gulden meer dan in 1980. In 1985 werd het hoogste niveau tot nu toe gehaald: 110,74 gulden.

Grote industriele energieverbruikers ondervinden van de prijsstijging de meeste problemen, omdat ze de afgelopen jaren in hun begrotingen rekenden met een lage olieprijs. 'Het is bijvoorbeeld een dikke klap voor een bedrijf als Elektro Schmelz in Delfzijl (produktie van siliciumcarbide, voor de vervaardiging van slijpstenen) om maar een extreem voorbeeld te noemen', zegt ir. P. J. Heddema van het ingenieursbureau Ferrante in Hilversum, gespecialiseerd in energievraagstukken. 'Daar maken de energiekosten de helft uit van de produktiekosten. Het is maar de vraag hoe snel deze prijsslag verwerkt kan worden, gezien de internationale concurrentieverhoudingen', aldus Heddema. Dat geldt ook voor de methanolindustrie, de ammoniakfabrieken en de petro-chemische industrie, die aardgas, olie en nafta als grondstoffen gebruiken.

Aardgas wordt op termijn ook duurder, maar de kleine consument staat slechts een lichte prijsstijging per 1 januari te wachten. Grootverbruikers moeten daarentegen rekening houden met een flinke stijging van de aardgasrekening omdat de gasprijs voor deze categorie gekoppeld is aan stookolie en er geen maximumaanpassing geldt, zoals bij de kleinverbruikers.

    • Theo Westerwoudt