VN-comite ruziet over voedselsituatie Irak

GENEVE, 12 sept. Beraad binnen het sanctiecomite van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over de vraag of de VN voedselleveranties aan Irak 'om humanitaire redenen' kunnen toestaan is gisteren hopeloos vastgelopen. Vandaag proberen de vijftien leden voor de derde achtereenvolgende dag hun verschillen in interpretatie van sanctieresolutie 661 te overbruggen.

Een voorstel van India om de honderdduizenden gestrande Aziaten in Koeweit en Irak per schip te bevoorraden stuit op verzet van vooral Amerikanen en Britten. Zij zijn bang het handelsembargo van de VN tegen Irak te ondermijnen. Daarin staan de VN weliswaar de leverantie van levensmiddelen toe onder 'humanitaire omstandigheden', maar de formulering is dubbelzinnig.

In een ontwerp-resolutie willen de vijf permanente leden (de VS, de Sovjet-Unie, China, Groot- Brittannie en Frankrijk) alleen humanitaire organisaties toestaan om transport en distributie van voedsel te regelen. Deze organisaties moeten erop toezien dat voedsel niet in handen valt van het Iraakse leger. Het Niet-gebonden blok, onder aanvoering van Cuba, Jemen en Colombia, beticht het Westen ervan een besluit over voedselleveranties aan Irak opzettelijk te traineren. 'Westerse landen willen tijd winnen teneinde de sancties harder te laten aankomen. Diplomaten in New York die over resoluties bekvechten riskeren de levens van baby's die van de honger dreigen om te komen', waarschuwde een vertegenwoordiger van de Niet-gebonden landen in de Veiligheidsraad.

Andere leden, zoals Finland, Roemenie en Canada, menen dat de Iraakse leider Saddam Hussein de voedseltekorten overdrijft. Voedsel is in Irak tot dusver louter uit voorzorg gerantsoeneerd, suggereren zij, er zou nog voor ruim zes maanden voorradig zijn.

Tussenmaatregel

India vraagt de Veiligheidsraad als tussenmaatregel speciaal toestemming om Indiase ambassades, consulaten en bedrijven, in afwachting van een formeel VN-besluit, alvast voedsel te laten uitdelen aan gestrande landgenoten. Vooral aan rijst en meel zou gebrek zijn. Zwitserse diplomaten hebben gisteren 'de onveilige situatie in Koeweit-Stad' aangevoerd als reden hun ambassade te sluiten. Zij maken melding van horden plunderende Aziaten op zoek naar voedsel.

Hulporganisaties in Geneve zijn er niet van overtuigd dat doeltreffende controle op distributie van voedel en medicijnen aan buitenlanders in Irak mogelijk is. Zij verwijzen naar de mislukte bemiddelingspoging van voorzitter Cornelio Sommaruga van het Internationale Comite van het Rode Kruis (ICRC) van vorige week. Hij besprak in Bagdad humanitaire hulp aan zowel de Irakezen als de gestrande Aziaten en aan de Westerse gijzelaars. Het ICRC beriep zich daarbij op de Geneefse Conventies, geratificeerd door Irak, over humanitaire hulp aan de burgerbevolking in een gewapend conflict. Sommaruga keerde met lege handen terug. Bagdad weigerde op het laatste moment een gedurende vijf dagen van intensief overleg uitgewerkt akkoord met het ICRC te ondertekenen. De reden: Bagdad beschouwt de situatie niet als een gewapend conflict.

Hulporganisaties van de VN maken zich vooral zorgen over de Aziatische achterblijvers, onder wie 80.000 jonge meisjes, hulpjes in de huishouding die door Iraks invasie van Koeweit zonder werk zitten. Voor hen is de situatie precair, aldus Rolf Jenny van de IOM, de Internationale Organisatie voor Migratie.

Minder zorgwekkend

Minder zorgwekkend, zegt Jenny, is het lot van Aziaten die erin geslaagd zijn Irak en Koeweit te verlaten en die in kampen in Jordanie, Turkije en Iran wachten op repatriering. Ook UNDRO, het rampenfonds van de VN, bevestigt dat na een aanvankelijk trage reactie van de internationale organisaties en de donorlanden op de stroom migranten naar Jordanie, de hulpoperatie nu langzaam van de grond komt. , De toestand was een week geleden nog wanhopig', zegt Jenny, 'maar deze week begint de hulpoperatie beter op gang te komen'. Gemiddeld blijven 70.000 evacues in kampen in Jordanie op transport wachten. Maar voor het eerst is het aantal dat vertrekt groter dan het aantal nieuwkomers, zo bevestigt Mohammed Khatib van UNDRO. Volgens een recent 'situatie-rapport' hebben bijna 20.000 buitenlandse werknemers via Iran Irak verlaten. Teheran heeft dringend gevraagd om een half miljoen dollar voor tenten, dekens, vloermatten, warme kleding, medicijnen, sanitair en voedsel. Vijftig- tot zestigduizend migranten uit Bangladesh wachten aan de Iraakse kant van de grens nog op doorreismogelijkheid. Bij de stad Zakhu aan de Iraakse zijde van de Turkse grens wachten nog eens veertig tot zestigduizend Aziaten op verder transport.

Net als de EG concentreren de VN zich bij de hulpoperatie vooral op Jordanie, met Turkije en Egypte als tweede en derde hulpbehoevende naties. Deze landen en vooral Jordanie klaagden aanvankelijk over de trage hulpverlening door de VN. In Geneve is het rampenfonds UNDRO met coordinatie belast. Maar aan dit bescheiden kantoor, met twintig professionele krachten, en een gering aantal medewerkers in het veld, laten de overige VN-instellingen zich weinig gelegen liggen.

    • Willem Offenberg