Senaat akkoord met nieuwe omgangsregeling na scheiding

DEN HAAG, 12 sept. De Eerste Kamer heeft gisteren ingestemd met een wetsvoorstel dat het recht op omgang na echtscheiding toekent aan kinderen en de ouder die niet tot voogd is benoemd en de kind(eren) niet langer verzorgt of opvoedt.

De nieuwe wettelijke regeling, die per 1 december van dit jaar in werking zal treden, opent voor kinderen ouder dan twaalf jaar de mogelijkheid zelf naar de rechter te gaan. Via een briefje aan de rechter kunnen ze te kennen geven dat ze de omgangsregeling willen wijzigen of stoppen. De rechter moet dan beoordelen of hij de wens van het kind zal honoreren.

De rechtbank zal het recht op omgang niet honoreren als de omgang met de ouder 'ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind'. Een omgangsrecht zal door de rechtbank ook worden verworpen als de ouder 'kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat is' tot omgang.

Twee andere redenen om omgangsrecht niet toe te kennen zijn 'zwaarwegende belangen van het kind' die omgang in de weg zouden staan of wanneer het kind dat ouder is dan twaalf jaar ernstige bezwaren heeft tegen de omgang.

Met de nieuwe wet wordt vooral tegemoet gekomen aan de bezwaren van gescheiden ouders die vinden dat de oude wettelijke bepalingen de verzorgende moeders in staat stelden de omgansregeling eenvoudig te frusteren. Vooral vaders zouden na echtscheiding vaak omgang met hun kind geblokkeerd zien door onwillige moeders.