Regisseur en dramaturg Peter te Nuyl artistiek leider van het Frysk Tryater in Leeuwarden; Door een vaseline-lens kun je het leven niet zien

LEEUWARDEN, 12 sept. Artistiek leider worden van het Frysk Tryater in Leeuwarden 'heeft iets weg heeft van een vrijwillige ballingschap', zegt Peter te Nuyl: het gesubsidieerde gezelschap van negen spelers speelt zijn repertoire uitsluitend in het Fries en in Friesland. Niet eerder was Te Nuyl aan een gezelschap verbonden, wel was hij enige tijd 'vaste gastregisseur' van de Haagse Comedie en regisseerde hij bij groepen als het RO-theater, FAct en het Theater van het Oosten. Begin dit jaar bracht de Nederlandse Opera onder zijn leiding Glucks Orphee et Eurydice.

Volgens Te Nuyl begon 'de ongebondenheid' hem steeds meer te hinderen: telkens opnieuw had hij te maken met andere acteurs, die vaak niet dezelfde 'theatertaal' bleken te spreken als hij, met als gevolg dat hij bij iedere produktie 'opnieuw moest beginnen'. Te Nuyl: 'Ik realiseerde me dat ik een ensemble wilde. Natuurlijk had ik, zoals Frans Strijards met Art en Pro, de strijd om subsidie kunnen aangaan, maar ik ben niet zo'n vechtjas.'

Min of meer bij toeval zag hij toen een advertentie van Tryater. 'Maar het had net zo goed Arnhem of Maastricht kunnen zijn.' Het is het beslist geen bezwaar dat zijn verdere ontwikkeling zich zal voltrekken in een geisoleerd taalgebied, verzekert Te Nuyl; hij prefereert voorlopig 'de luwte' boven 'de publicitaire en politieke maalstroom' van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. 'Het publiek van Tryater is buitengewoon overzichtelijk. De taal en het isolement bindt de mensen ik vind het leuk voor zulke mensen een repertoire samen te stellen. Bovendien sluit ik mezelf niet werkelijk op door naar Tryater te gaan: ik blijf ook radio- en televisiewerk doen.

In de komende vier jaar wil hij per seizoen steeds een thema uitdiepen. Het programma van het komende seizoen stond echter al grotendeels vast voordat Te Nuyl naar Friesland kwam, zoals de bijdrage die Tryater levert aan het Frysk Festival '90: Deadeflot, een stuk van de Duitse auteur Harald Muller, over vier mensen die na een wereldramp per vlot de Rijn afzakken, op zoek naar een veilig oord. Het komende seizoen biedt verder Ynterieur van Maeterlinck en Lytse Eyolf van Ibsen, twee stukken die volgens Te Nuyl, ondanks de verschillen in stijl, veel met elkaar gemeen hebben: alletwee gaan ze over de dood van een kind. Voor volgend jaar april is reeds een produktie gepland ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de groep. Peter te Nuyl zal het jubileumstuk schrijven. Hoewel hij nog geen letter op papier heeft gezet, vertelt hij dat het gebaseerd zal zijn op een paar negentiende-eeuwse 'Friese koningsdrama's' van A. Halmael, een rechter uit Leeuwarden, die in zijn vrije tijd toneelstukken schreef. Te Nuyl: 'Het zijn onspeelbare stukken, maar het materiaal is interessant: het gaat over de Schieringen en de Vetkopers, twee groepen die elkaar aan het eind van de vijftiende eeuw in Friesland te vuur en te zwaard bestreden en dat leidde weer tot allerlei familievetes: mensen die aanvankelijk met elkaar waren verbonden en zelfs van elkaar hielden, moesten de strijd tegen elkaar aanbinden dat geeft dramatische conflicten als bij Racine.'

Artificieel

De stukken die Te Nuyl eerder schreef en regisseerde vielen meestal op door de meer symbolisch dan realistisch uitgebeelde situaties. 'Theater heeft een andere functie dan film of televisie. Sinds televisie en film er zijn, worden we geconfronteerd met het bijzonder 'lage waarheidsgehalte' van toneel: alles wat we daar zien is artificieel. Dat gevoel dringt zich niet zo snel op bij een Amerikaanse politieserie op televisie. Film oogt veel realistischer dan theater; theater is per definitie onwerkelijk. In een voorstelling zoek ik naar wat onder de realiteit ligt: onderhuidse dingen, dingen achter het netvlies. 'Trigorin, de schrijver in De meeuw van Tsjechov, zegt ergens: toneel moet niet het leven laten zien zoals het is, ook niet zoals het zou kunnen zijn, maar het moet het leven tonen zoals zich dat voordoet in een droom. Ik lees daarin niet dat je het door een vaseline-lens moet bekijken, maar als een Freudiaanse droom: doordringen tot de plek waar dingen verwerkt worden die niet in het dagelijkse leven te verwerken zijn.' Te Nuyl zegt te denken 'in stucturen en vormen' ; hij gaat niet in de eerste plaats uit van de acteurs. 'Ik ben geinteresseerd in psychologische wetmatigheden, herhalingen, dus ook in het ontbreken daarvan, in het toevallige. De gedachte dat je de hele kosmos in een formule zou kunnen vatten, boeit me: het werken aan die formule met de voortdurende wetenschap dat het niet zal lukken die ooit te vinden. Dat besef leidt niet tot fatalisme; het gaat om de reis. 'Als ik schrijf, zoek ik naar niet-klassieke dramaturgische structuren misschien omdat ik me maar al te goed realiseer dat mijn kwaliteiten als schrijver niet toereikend zijn om in de klassieke dramaturgie een goed stuk af te leveren. Wat dat betreft ben ik een verschijnsel van deze tijd: iedereen is tegenwoordig op zoek naar een dramaturgie die afwijkt van de dramaturgie die Ibsen tot de top heeft gevoerd. 'Ibsen besluit een ontwikkeling van drie eeuwen; Maeterlinck is het allereerste, prille begin van een nieuwe ontwikkeling die wie weet hoe lang zal duren. In de periode tussen 1880 en 1920 ontstaat naast het oude iets nieuws, er begint iets te wringen; zeg maar de overgang van Wagner naar Schonberg. De belangstelling voor zo'n honderd jaar geleden heeft niets te maken met nostalgie. Integendeel. Je beseft ineens dat je je aan het ontwikkelen bent; die belangstelling is juist toekomstgericht.'

    • Gezelschap Dat Voorstellingen in het Fries Brengt