Particuliere kinderopvang boos over 'oneerlijkeconcurrentie'; Gemeenten nemen oppas over

DEN HAAG, 12 sept. Hoewel er een nijpend tekort is aan plaatsen in de kinderopvang, gaan binnenkort de deuren van het kinderdagverblijf Dadoe in Den Bosch voorgoed dicht. In Groningen gebeurde dat al eerder. Andere particuliere kinderdagverblijven die zich richten op kinderen van personeel van bedrijven en instellingen staat hetzelfde lot te wachten.

Als gevolg van de maatregel om kinderopvang te stimuleren, die de gemeenten sinds 1 januari in staat stelt het aantal plaatsen voor kinderopvang sterk uit te breiden, voltrekt zich in de ogen van de Stichting Kinderopvang Nederland (SKON) een ramp. Gemeenten zouden de maatregel niet goed uitvoeren, waardoor bestaande kinderopvang verdwijnt en nieuwe kinderopvang niet tot stand komt. Conclusies die wel bijzonder voorbarig zijn, vindt beleidsmedewerker W. P. J. Bertels van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De 'eerste en grootste particuliere organisatie voor bedrijfsgerichte kinderopvang', zoals de SKON zich noemt, wijst de Tweede Kamer en regering dezer dagen onder meer met de nota 'Bedrijfsgerichte kinderopvang bedreigd' en demonstratieve bijeenkomsten op de problemen. Als er niet snel een einde komt aan de 'oneerlijke concurrentie' waaraan gemeenten zich schuldig maken, zullen er onvermijdelijk meer particuliere kinderdagverblijven sneuvelen. Dat was ook de boodschap die kinderen, hun ouders en personeel van SKON-kinderdagverblijven vandaag in Den Haag op het Binnenhof verkondigden.

De kinderopvang, die het mogelijk maakt om de combinatie van ouderschap en werk te verbeteren, heeft dit jaar een grote vlucht genomen. Binnen de gemeenten gonst het van de activiteiten, stelde directeur K. G. de Vries van de VNG enkele maanden geleden vast. 'Gemeentebestuurders en -ambtenaren zijn druk doende het kinderopvangbeleid op de rails te zetten.'

De verhoogde activiteit is vooral het gevolg van de stimuleringsmaatregel kinderopvang. Tot en met 1994 kan dank zij de belastingoperatie-Oort per jaar 130 miljoen gulden extra over de gemeenten worden verdeeld om nieuwe opvangplaatsen te creeren. De regering stelt elk jaar extra geld ter beschikking vanaf volgend jaar vooral bedoeld voor de opvang van kinderen van 4 tot en met 12 jaar oplopend tot 160 miljoen gulden in 1994. In vijf jaar wordt er dus ruim 1,2 miljard gulden in de kinderopvang gepompt. 'Dat is veel meer dan een druppel op een gloeiende plaat, maar nog niet toereikend om aan de vraag te kunnen voldoen', zegt een woordvoerster van het ministerie van WVC. In een onderzoek dat in 1987 in opdracht van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid werd uitgevoerd, werd alleen al een tekort aan opvang geschat voor 70.000 tot 160.000 kinderen onder de 4 jaar. Nederland telt nu ongeveer 18.000 kinderopvangplaatsen. De zes jaar oude Stichting Kinderopvang Nederland beschikt over 35 kinderdagverblijven voor ruim 1.500 kinderen. Klanten zijn (veelal grotere) bedrijven en (overheids-)instellingen, waaronder een aantal ministeries. De bezwaren die de stichting heeft tegen de uitvoering van de stimuleringsregeling zijn talrijk. Veel gemeenten weigeren om bij de opzet van nieuwe 'kindplaatsen' samen te werken met bestaande professionele organisaties, aldus de SKON. Subsidies zouden worden gebruikt om flinke kortingen op de huurprijs van een 'kindplaats' te geven.

Ook blijken gemeenten de nieuwe plaatsen geheel of grotendeels te reserveren voor de kinderen van hun werknemers en/of werknemers bij andere non-profitorganisaties. Organisaties van werkgevers en werknemers hebben hebben daar voor gewaarschuwd toen de regering in maart besloot kinderopvang te laten regelen door de gemeenten. Om bedrijven te stimuleren opvangplaatsen te creeren voor hun werknemers, zo betoogden de sociale partners tevergeefs, zou het bedrijfsleven door middel van financiele prikkels ook moeten kunnen profiteren van de regeling kinderopvang. De miljoenenstroom voor kinderopvang gaat echter richting gemeenten, 'omdat daar tot nu toe het meeste is gebeurd', aldus minister d'Ancona (WVC) in een toelichting op het omstreden kabinetsbesluit. 'Als je ernaar toe wilt dat kinderopvang een basisvoorziening wordt, is het ook logisch dat de gemeenten de overheid aan de basis dat regelen', voegt beleidsmedewerker Bertels van de VNG daar aan toe.

De gemeenten hebben volgens de Stichting Kinderopvang Nederland nog maar een klein deel van de beoogde opvangplaatsen tot stand gebracht. Het doel van de overheid, 12.000 plaatsen extra aan het eind van dit jaar, zal niet worden gehaald, voorspelt de stichting. Op het ministerie van WVC, waar men nog niet beschikt over het vorige week verschenen rapport van de SKON, komt men tot andere bevindingen: de helft van alle gemeenten ligt op schema, een kwart ligt voor en een kwart heeft een achterstand. Die 12.000 extra plaatsen zijn er dus aan het eind van dit jaar, verzekert een woordvoerster van het ministerie. Wat de overige kritiek op de uitvoering van de regeling betreft, licht zij toe dat gemeenten zelf moeten bepalen hoe ze de kinderopvang regelen. Nadrukkelijk heeft het Rijk er weinig regelgeving op losgelaten. Er bestaat bijvoorbeeld geen verplichting voor gemeenten om samen te werken met de particuliere kinderopvang. Samenwerking met het bedrijfsleven wordt sterk aangeraden door WVC en VNG. Over twee jaar zal worden gekeken hoe de regeling werkt.

Bertels: 'Het lijkt erop dat de SKON wil voorkomen dat de gemeenten goed beleid gaan voeren. En mochten particuliere organisaties zoals de SKON daardoor uit de markt worden gedrukt, dan zal dat best wel een zure ervaring zijn'.

    • Ward op den Brouw