Muziek als meest trouweloze minnares

VENETIE, 12 sept. Nog drie dagen en dan zal de Gouden Leeuw, de grote prijs van het Filmfestival van Venetie, worden uitgereikt. Volgt de jury de mening van het publiek, zoals die naar voren komt uit de dagelijkse opiniepeiling van een van de sponsors van het festival, dan zal Martin Scorsese met zijn Goodfellas de gelukkige zijn. Geen slechte keuze, maar je hoopt toch dat zo'n prijs niet terecht komt bij iemand die al jaren geaccepteerd is als groot cineast. Tenslotte heeft dit festival de pretentie zijn selectie te baseren op artistiek avontuur en worden de juryleden ook op die grond uitgenodigd. In de geschiedenis van het festival waren de bekroningen navenant. Aan de andere kant kunnen de films in het hoofdprogramma tot op heden Goodfellas maar moeizaam naar de kroon steken.

Zo is Mo' better blues van Spike Lee steeds wonderschoon om te zien en bij momenten uitermate meeslepend. Niemand kan seks zo mooi verfilmen als Spike Lee. Toch ligt de film in zijn geheel te zeer uit balans om te overtuigen. Lee zocht het, na zijn felle Do the right thing, in het sensuele en emotionele vlak. Mo' better blues concentreert zich op muziek. Hij vertelt over een jazztrompettist. We zien hem, opmerkelijk geslaagd gespeeld door Denzel Washington, componeren, oefenen, optreden, we zien hem in zijn kleedkamer, met zijn collega's, en we zien hem tekort schieten bij de twee vrouwen die om de beurt zijn leven delen. Hij kiest voor de trompet als enige liefde en moet dan onder ogen zien dat de muziek de meest trouweloze minnares is die hij zich had kunnen voorstellen. De muziek laat hem zitten en zegt niet eens 'het spijt me'. Dit gegeven werd door Lee, zoon van jazzmusicus Bill Lee, consequent getoonzet op de krachtige composities van zijn vader. Alles, de acteursregie, de kleurrijke aankleding en met name de gewaagde camerahoeken en -bewegingen, correspondeert met de muziek. Het verhaal speelt zich af op het tweede plan, het begeleidt de muziek zoals normaal gesproken de muziek juist onder een filmverhaal wordt gezet. Spike Lee had op die manier een krachtige jazzfilm kunnen maken, misschien wel de eerste die de zwarte jazzmuziek niet verwerkte tot een nostalgische treurmars, maar tot hedendaags drama. Tot op driekwart van zijn film doet hij dat ook, maar dan neemt het verhaal wraak. Mo' better blues sleept zich, zeker naar het einde toe, voort en vervliegt tenslotte in stereotypen en cliches.

Handelsreiziger

Voor een ontdekking zorgde opnieuw het programma van De week van de kritiek. Winckelmanns Reisen is een zwart-wit-film van de Duitser Jan Schutte, en vertegenwoordigt een kwaliteit die het verdient gekoesterd te worden. Schutte vertelt een breekbaar verhaal over een handelsreiziger die dankzij een kort oponthoud met een kind de moed vat om conventies en decorum te laten vallen, en hij doet dat uitermate knap. Hij observeert zijn personages, die je allen op straat en in de kroeg tegen zou kunnen komen. Hij bekijkt ze ironisch maar zet ze niet voor gek. Hij kent de waarde van details, zowel voor een verhaal als voor de mise en scene. Schutte werd in Nederland in kleine kring befaamd om zijn eersteling Drachenfutter en het is te hopen dat zijn tweede film de kans zal krijgen die kring te vergroten.

Ook buiten het hoofdprogramma van het Venetiaanse Festival valt Echos aus einem Dusteren Reich, een speelfilm-lange documentaire van Werner Herzog. Herzog volgt de journalist Michael Goldsmith op zijn zoektocht naar de mythe en werkelijkheid van Jean Bedel Bokassa, de gewezen tiran van Centraal-Afrika, die nu een levenslange gevangenisstraf uitzit. De kracht van de film is dat Goldsmith, zelf op beschuldiging van spionage door Bokassa gevangen gehouden en gemarteld, anders dan in de gemiddelde documentaire, alle vrijheid heeft tot oordelen. De film geeft geen antwoorden maar is over een ding duidelijk: waanzin is een te gemakkelijke verklaring voor de vorm die Bokassa's destructisme aannam. Herzogs film mondt uit in een soort inventarisatie van Bokassa's daden, die zelfs Goldsmith vermogen te verbazen en besluit verdwaasd met het beeld van een chimpansee uit de prive-dierentuin van Bokassa. Het beest zit een sigaret te roken achter zijn tralies en wij horen Goldsmith aan Herzog vragen of hij de camera uit wil doen, want 'ik kan dit niet meer aan'.