Monumentenzorg laat universiteit onderzoek instellen; Sluizenraken in de versukkeling

GOUDA, 12 sept. Gouda en naaste omgeving vormen zo'n beetje de nationale 'snoepwinkel' op het gebied van sluistypen, of beter gezegd: als het gaat om de afsluitmiddelen of deuren van dit waterbouwkundige fenomeen. Men vindt er vijf verschillende soorten: puntdeuren, waaierdeuren, kruisende deuren, hefdeuren en roldeuren.

De ongeveer 200 jaar oude 'donkere sluis' in het hart van Gouda is het enige nog resterende Nederlandse voorbeeld van een sluis met kruisende deuren. Vlakbij de stad in de Hollandse IJssel richting Haastrecht is nog een zeldzame en bovendien zeer fraaie waaiersluis in gebruik, voorzien van waaierdeuren, die als bijzonderheid hebben dat ze tegen de waterdruk in kunnen worden geopend. Deze vinding wordt algemeen toegeschreven aan de befaamde inspecteur-generaal van de waterstaat Jan Blanken (1755-1838), al zijn er ook die hem de eer betwisten. Het is ongeveer als met de uitvinding van de boekdrukkunst. Toch vertegenwoordigt Gouda niet alle nog bestaande typen sluisdeuren. Voor segmentdeuren bijvoorbeeld moet men in Rotterdam bij de Kleine Parksluis zijn, terwijl de Oranjesluizen in Amsterdam nog een toldeur kennen, al maakt die deel uit van de klassieke en veel toegepaste puntdeur. Als zelfstandig functionerende afsluiting is de toldeur uit de Nederlandse wateren verdwenen en datzelfde geldt voor de klepdeuren (laatstelijk aanwezig in sluizen bij Roosteren en Maasbracht) en gekoppelde deuren (vroeger in sluizen bij Maastricht en Terneuzen). Dergelijke verliezen, die regelmatig samenvallen met de sloop van complete sluizen, hebben de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in Zeist gealarmeerd. Ze vreest dat dit deel van het vaderlandse erfgoed nog verder in de versukkeling raakt en heeft daarom de afdeling Geschiedenis van de Bouwtechniek van de Technische Universiteit in Delft opdracht gegeven een onderzoek naar de Nederlandse sluizen in te stellen.

Zo'n onderzoek, dat deels een inventariserend karakter draagt, sluit aan bij de groeiende belangstelling van hogerhand voor jongere bouwkunst (uit de periode 1850-1940) en het betrekkelijk nieuwe verschijnsel van de industriele archeologie, die zich bezighoudt met monumenten van bedrijf en techniek. Voorbeelden daarvan zijn historische NS-stations, oude fabrieken, watertorens, bruggen en gemalen, maar ook sluizen, die zo kenmerkend zijn voor het Nederlandse en vooral Hollandse cultuurlandschap. In Delft hebben ir. G. G. Nieuwmeijer en ir. G. J. Arends als respectievelijk projectleider en sluizenexpert deze klus op hun bord gekregen. Ze hebben een dik jaar de tijd, want eind 1991 moeten hun naspeuringen resulteren in een gedegen boekwerk, dat een gezamenlijke uitgave van de TU Delft en Monumentenzorg wordt. 'Het gaat', zegt Arends, 'hoofdzakelijk om literatuuronderzoek, maar als aanvulling verzamel ik ter plekke gegevens uit het veld en praat ik her en der met mensen en organisaties die er meer van weten: Rijkswaterstaat, waterschappen, historische verenigingen en verenigingen voor industriele archeologie. Bovendien wordt ons informatie toegespeeld uit het project voor monumenteninventarisatie, waarmee ze zich in Zeist bezighouden'. Arends verdeelt sluizen ruwweg in twee groepen: sluizen voor de waterhuishouding (dat zijn de meeste) en scheepvaartsluizen, waarvan de schutsluizen weer de hoofdmoot vormen. Verder zijn er nog keersluizen, die beide functies in zich verenigen.

Nederland telt op het ogenblik naar schatting 1.200 sluizen, van de grootste ter wereld (de Sluizen van IJmuiden) tot de simpele schuif om water in een polder te laten dan wel daaruit te doen wegvloeien. Vermoedelijk zijn er in totaal 1.500 geweest. Arends: 'Sluizen verdwijnen vaak omdat ze hun functie hebben verloren en dat gebeurt met name als het kanaal waarin ze zijn gebouwd in onbruik is geraakt. Ook worden sluizen wel gesloopt omdat ze een te geringe capaciteit hebben of omdat de constructie is verouderd en niet meer aan de veiligheidseisen voldoet. In zo'n geval zie je vaak dat de oude sluis verdwijnt en er een nieuwe voor in de plaats komt. Soms worden twee oude sluizen vervangen door een nieuwe. Zo zijn bijvoorbeeld de schutsluizen met klepdeuren, een interessant type, uit het Julianakanaal bij Maasbracht en Roosteren verdwenen. Laatst was ik in Oost-Groningen achter Termuntenzijl waar juist een sluis werd gesloopt. Alleen een paar muren stonden nog overeind.' Daarnaast zijn vooral de bewegingsmechanismen onderhevig aan vernieuwing, ook bij kleinere sluizen. De handbediening met zwengel verdwijnt ten gunste van automatische bediening.

Volgens de man van de TU begon de sluizenbouw in Nederland kort na 1200 ter regulering van de waterstand. De eerste schutsluis, in de buurt van Spaarndam, dateert van 1255. Van dit bouwwerk resteren alleen nog de fundamenten. In diezelfde contreien bevindt zich nog een complete sluis uit de zestiende eeuw, die op de lijst van beschermde monumenten staat.

Andere beschermde objecten in deze categorie zijn de Parksluizen in Rotterdam, een sluis te Weesp, de gerestaureerde waaiersluis in de Hollandse IJssel bij Gouda en de Stolwijkersluis daar vlak in de buurt. De provincie Zuid-Holland probeert deze laatste sluis, die geen dienst meer doet, van de lijst afgevoerd te krijgen, maar Monumentenzorg en de gemeente Gouda verzetten zich daartegen. Hierover loopt op het ogenblik een procedure bij de Raad van State.

Nieuwmeijer en Arends zeggen 'om een veel gehoord misverstand uit de weg te ruimen' met nadruk dat het hun taak niet is de monumentenlijst op sluizengebied aan te vullen en uit te breiden. 'Wij verrichten onderzoek en daarna wordt door andere instanties bekeken wat er eventueel voor plaatsing op de lijst in aanmerking komt.'

    • F. G. de Ruiter