LOF DER DWANG

Het Plan-Drijfhamer ziet er als volgt uit: maandagochtend om vier uur verzamelen wij honderdvijftig werklozen op een centraal punt in Stadskanaal. Wij zetten ze in busjes en rijden ze naar boerderijen een paar honderd kilometer verderop, in Noord-Holland. Daar laten we ze een aantal weken simpel handwerk doen aan een lopende band. Het betreft werk ('bollenpellen') dat de betrokken werklozen nooit eerder hebben gedaan, en hierna ook nooit meer zullen doen. Vanwege de grote afstand kunnen de mensen 's avonds niet naar huis, dus brengen we ze in groepjes van vijf onder in vakantiehuisjes. Tonen de werklozen te weinig animo voor dit plan? Dan besluiten wij dat bollenpellen in Noord-Holland voor alleenstaande werklozen uit Oost-Groningen 'passende arbeid' is. Aangezien een werkloze die passende arbeid weigert, gekort kan worden op de uitkering is dat een effectief drukmiddel.

Het Plan-Drijfhamer heeft al een hoop commotie veroorzaakt, en die storm zal voorlopig niet gaan liggen. De directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau in Stadskanaal was zo onverstandig vooral financiele argumenten aan te voeren ter verdediging van zijn plan: de betrokken werklozen kunnen als bollenpeller driehonderdvijftig gulden per maand verdienen bovenop hun uitkering, 'een leuk extraatje voor deze mensen'.

De reactie lag voor de hand: waarom moet dit snoepje met zoveel kracht door de strot van de werklozen worden geduwd? De maatschappelijke discussie rond het Plan-Drijfhamer gaat natuurlijk vooral over het pressiemiddel dat tegen de betrokken werklozen wordt ingezet: het oprekken van de definitie van 'passende arbeid'. Opmerkelijk is vooral het onderscheid tussen gehuwden en alleenstaanden. Van alleenstaanden wordt blijkbaar verondersteld dat ze weinig of geen bindingen hebben aan hun woonomgeving.

Wanneer het Plan-Drijfhamer school maakt kan elk arbeidsbureau alleenstaande werklozen uit de eigen regio opdragen tijdelijke baantjes waar ook in Nederland te accepteren. Naar de Betuwe in de kersentijd, naar de strandpaviljoens in de bouwvakvakantie, naar Zuid-Beveland voor de appelpluk, naar de bossen als de herfststormen weer hebben toegeslagen.

Vredeling-huwelijk

Natuurlijk kan de alleenstaande werkloze te allen tijde ontkomen aan deze zwervende seizoenarbeid. Wij kenden al het Vredeling-huwelijk. Binnenkort zal Oost-Groningen getroffen worden door een golf Drijfhamer-huwelijken.

De heer Drijfhamer is ongetwijfeld met de beste bedoelingen aan dit project begonnen. 'Je wilt graag wat voor je mensen doen', zei hij in het NOS-journaal, 'en dit leek me wel een aardige gelegenheid'. Waarschijnlijk onbedoeld is zijn plannetje nu echter een 'show-case' geworden van het nieuwe beleid dat ons sociale zekerheidsstelsel zakelijker en effectiever moet maken. Minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) is met veel nadruk achter het plan gaan staan. 'Een signaal afgeven' heet dat in Haags politiek jargon: de minister zou graag zien dat onze werklozen meer werden geconfronteerd met strafkortingen en andere sancties.

Vergelijk het plan uit Stadskanaal eens met een project uit Helmond. In die gemeente bestaat al een jaar of vier een werkgelegenheidsproject, dat zich vooral richt op 'moeilijk plaatsbare werklozen' in probleem-wijken. Randgroepjongeren met een crimineel verleden, vluchtelingen, oudere buitenlanders. Dat zijn de hopeloze gevallen op onze arbeidsmarkt, de mensen die bij het arbeidsbureau in de bak 'onbemiddelbaar' staan.

In vier jaar heeft het Helmondse project meer dan 500 van die hopeloze gevallen onder handen gehad. Ruim de helft daarvan had na een jaar een betaalde baan. Na twee jaar had driekwart van de 'onbemiddelbaren' die bij het project stonden ingeschreven betaald werk gevonden. De projectgroep in Helmond is er kortom in geslaagd om 'onbemiddelbare' werklozen precies evenveel kans op betaald werk te geven als een gemiddelde witte Nederlander. Het boek waarin de VU-onderzoekers Van den Berg en Van der Veer het project evalueren heet dan ook terecht Hoezo onbemiddelbaar?. De kern van de Helmondse methode is dat de bemiddelaars die de werklozen aan een baan moeten helpen 'maatwerk' leveren. Aan de ene kant door heel nauwkeurig uit te zoeken wat elke werkloze in de mars heeft, welke sociale problemen eerst moeten worden opgelost (bij voorbeeld verslaving, of gezinsproblemen), en bij welk soort bedrijven hij of zij zou kunnen werken. Aan de andere kant door een netwerk van contacten op te bouwen met ondernemers uit de regio en zo er achter te komen aan wat voor soort mensen hun bedrijven behoefte hebben. Die aanpak werkt verbluffend goed. Maar het is natuurlijk een dure kwestie, denkt u nu. Dat is het niet. De kosten bedragen, zo hebben de twee VU-onderzoekers berekend, in totaal 7.500 gulden per succesvol geplaatste werkloze. Dat komt ongeveer overeen met vier maanden uitkering.

In het Helmondse project is van openlijke dwang geen sprake, van stilzwijgende pressie des te meer.

Paternalistisch

De aanpak van de Helmonders is minstens even paternalistisch als die van Drijfhamer. De werkloze wordt bij de hand gepakt, getest, en vervolgens door een heel traject van 'arbeidsinpassing' geleid. De mensen die het Helmondse project uitvoeren, vinden net als Drijfhamer dat zij tot op grote hoogte kunnen bepalen wat goed is voor de werkloze. Het verschil zit hem in de wijze waarop dat paternalisme in daden wordt omgezet. In Helmond wordt het paternalisme op zijn Zweeds vertaald in zeer effectieve persoonlijke begeleiding. In Stadskanaal resulteert het paternalisme, geheel volgens de Hollandse traditie, in een cynische en afstandelijke aanpak van de werklozen.

Het Nederlandse stelsel van sociale zekerheid lijkt zich onstuitbaar te bewegen in de richting van meer controle, meer sancties, en meer dwang. Nu overal in ons land de 'Lof der Dwang' wordt gezongen kan je als politicus punten scoren met voorstellen die het voorbeeld uit Stadskanaal volgen. De andere optie, de Helmondse aanpak, is veel effectiever. Maar ja, die vereist een langdurige inspanning, de opbouw van een regionaal netwerk van contacten, de inzet van extra ambtenaren en een subtielere benadering van de werklozen. Daar leg je als politicus geen eer mee in.