Gezondheid en geluk

DITMAAL KON het Sint Antoniusziekenhuis in Nieuwegein de trom roeren: een medisch team slaagde erin de Nederlandse samenleving de eerste longtransplantatie te laten beleven. De patiente maakte het redelijk en met het geld zat het ook goed: de Sociale Dienst had daarvoor gezorgd. Onlangs berispte de staatssecretaris van sociale zaken de dienst voor deze uitgave van collectieve gelden. Is het ziekenhuis daarvan geschrokken? Welnee, er is intussen een meer definitieve vorm van financiering gevonden.

Ofschoon zulke transplantaties vergelijkenderwijs de kosten niet dramatisch omhoog jagen, is de procedure onbevredigend: autonome kennisvermeerdering leidt zo tot autonome uitbreiding van het zorgpakket. Ongeveer tezelfdertijd hield staatssecretaris Simons (volksgezondheid) zich onledig met de installatie van een commissie 'Keuzen in de Zorg'. De voortvarende commissie-Dekker had in 1987 haar tanden op dit thema stukgebeten en nu breekt voor de rechterhand van Dekker, de cardioloog Dunning, de revanche aan. Voor de overheid geldt dat evenzeer. De toenmalige bewindslieden Brinkman en Dees (WVC) bleven twee jaar geleden steken in de vage nota 'Grenzen aan de Zorg'. UIT SIMONS' installatierede begrijpen we dat het najagen van geluk, door middel van steeds ingenieuzere medische ingrepen, ter discussie staat. Denk toch eens aan andere schone doelen, lijkt de bewindsman de patient te willen zeggen. Deze pastorale wenk gaat uit van een misverstand, namelijk dat in de gezondheidszorg de vraag het aanbod creeert. Het is nu juist de politiek die in de prioriteitendiscussie het voortouw moet nemen, hoe onaangenaam en ondankbaar die taak ook is.

Al vaker is opgemerkt dat door grotere doelmatigheid circa tien procent van de bijna veertig miljard aan gezondheidszorg bestede guldens is terug te verdienen. Maar na de doelmatigheidsoperatie doemt onvermijdelijk de vraag op: wat zijn essentiele medische handelingen die in het pakket van de straks verplichte basisverzekering thuishoren? Zeker om 'decision by decibels' (welke belangengroep schreeuwt het hardst) te voorkomen, verdienen objectieve criteria bij de beantwoording daarvan de voorkeur. De mogelijkheden daarvoor blijven tot nog toe te veel buiten beschouwing. Voor levensverlengende ingrepen kan men zich bijvoorbeeld verlaten op de kosten per gewonnen levensjaar en daaraan een maximum verbinden. Een dergelijke benadering is kil, maar is veruit te verkiezen boven overwegingen van morele of religieuze aard.

Er is nog een andere keuze te maken: waar krijgt de patient de gelegenheid om weloverwogen van verdere op levensverlenging gerichte behandeling af te zien? Wie anderzijds straks buiten de basisverzekering om de markt van welzijn en geluk wil betreden, heeft daartoe alle recht en vrijheid. Dat zal vaak duur zijn, maar het is dan ook een illusie te menen dat Nederland in totaal minder geld aan de gezondheidszorg zal uitgeven.