FNV kapittelt Indonesische bond over invloed militairen

JAKARTA, 12 sept. In Jakarta vond vanmorgen een ongewoon openhartige gedachtenwisseling plaats tussen kaderleden van de Indonesische eenheidsvakcentrale SPSI en een Nederlandse vakbondsman. Beleidsmedewerker T. Etty van de FNV, die optrad op als gastspreker op een studiebijeenkomst over 'internationale arbeidsnormen', belegd door het Internationaal verbond van vrije vakverenigingen (IVVV) en de SPSI, sneed een tweetal gevoelige kwesties aan: de relatie tussen SPSI en overheid en de prominente rol van ex-militairen binnen de Indonesische vakcentrale.

Mede op aandringen van de FNV diende het IVVV in december 1987 een klacht in bij de Internationale arbeidsorganisatie (ILO), onder meer over de gebrekkige naleving van ILO-conventie nr. 98 (over het recht op collectieve onderhandelingen) door Jakarta, dat dit verdrag al in 1957 ratificeerde. Na lang intern beraad leidde deze stap in 1988 en 1989 tot een tweetal veroordelingen. Kort na indiening van de klacht ontving het IVVV een brief van de SPSI, waarin met zoveel woorden werd ontkend dat er in Indonesie problemen waren met de uitvoering van ILO-conventies. Etty vertelde zijn gehoor dat 'wij in het IVVV enigszins in verlegenheid waren gebracht door het feit dat de SPSI zichzelf als het mikpunt beschouwde van onze klacht. Die was immers bedoeld om de speelruimte van de Indonesische vakbeweging te vergroten. De SPSI had hier juist blij mee moeten zijn en deze kans moeten grijpen om zich te profileren als onafhankelijke werknemersorganisatie'.

De FNV-medewerker uitte ook kritiek op het feit dat een groot aantal gepensioneerde legerofficieren vooraanstaande posities bekleedt binnen de SPSI. De Indonesische strijdkrachten maken namelijk aanspraak op een 'dubbelrol':een militaire rol (defensie en binnenlandse veiligheid) en een civiele rol (bestuur en ontwikkeling van het land). Etty: 'Met alle respect voor de bestuurlijke kwaliteiten van ex-militairen, door hun prominente aanwezigheid binnen de organisatie bewijzen zij een zich emanciperende vakbeweging een slechte dienst'.

Hartono, de voorzitter van het SPSI-departement voor plantage-arbeiders, reageerde heftig: 'U overdrijft. Ik heb ook jaren in ons leger gediend. Maakt me dat minder geschikt als voorzitter? Ik heb geen enkel privilege, ik offer mijn militaire pensioen aan de bond en ik kom op voor mijn mensen. Die hebben me onlangs herkozen. Wat is daar fout aan?' Etty: 'Ik twijfel aan niemands persoonlijke integriteit. Het gaat mij om het principe dat ex-militairen leiding zouden moeten geven aan maatschappelijke organisaties. Excuseert u mijn Hollandse botheid, maar ik acht dit een ongezond beginsel'. Het seminar wordt vanmiddag afgesloten. De komende dagen gaat de IVVV-delegatie ook praten met bedrijfskader van de SPSI in Semarang, Bandung en Surabaya. De Indonesische organisatoren hopen door een uitwisseling van opvattingen en ervaringen de weg te effenen voor toetreding van de SPSI tot het IVVV. Sinds de grondvesting van Suharto's Nieuwe Orde onderhoudt de Indonesische vakbeweging een moeizame relatie met beide grote internationale vakbondsorganisaties, het IVVV en het Wereldverbond van arbeid (WVA).

De Indonesische strijdkrachten zagen in de bonden uit de Soekarno-periode broeinesten van communistische agitatie en ontbonden in 1965 alle bestaande vakorganisaties. In 1972 werd de weg vrijgemaakt voor een nieuwe eenheidsvakcentrale, de FBSI, een koepel van zo'n twintig vakbonden. Daarvan sloten enkele zich aan bij de Internationale bedrijfstakssecretariaten (ITS), loten aan de IVVV-stam. In december 1985 werd de FBSI drastisch gereorganiseerd en omgedoopt tot SPSI. De B in FBSI stond vooer buruh arbeider. De ideologen van de Nieuwe Orde beschouwden dit als een ongewenste klasse-aanduiding, die niet strookte met de staatsfilosofie Pancasila. Deze leer benadrukt immers sociale harmonie en consensus. In de nieuwe naam, SPSI, staat de S voor het wat neutralere pekerja, werknemer. De twintig bij de FBSI aangesloten bonden werden opgeheven en vervangen door een tiental SPSI-'departementen'. De Indonesische minister van arbeid is tevens voorzitter van de adviesraad van de SPSI. De ITS besloten dat 'er in Indonesie geen onafhankelijke vakorganisaties meer waren' en de SPSI bleef buiten het IVVV. In 1989 zond de SPSI een goodwill-missie naar het IVVV-hoofdkwartier in Brussel en naar enkele industrielanden, waaronder Nederland, om de interne Indonesische situatie uit te leggen en het IVVV-lidmaatschap aan te vragen. Met de bijeenkomst die dezer dagen in Jakarta plaats heeft verwacht de SPSI de verstandhouding met het IVVV te verbeteren.

    • Dirk Vlasblom