Een energieke courantier

De Haagsche Post, de Haagse Post of de HP, is niet meer. Het weekblad fuseerde met het voormalige dag- en weekblad De Tijd en verschijnt vandaag onder de titel HP/DE TIJD. Een terugblik op het turbulente bestaan van de oprichter van de Haagsche Post, S. F. van Oss (1868-1949), die op 10 januari 1914 het eerste nummer op de markt bracht.

Een energieke courantier

Solomon Frederik van Oss dacht in grote lijnen en had oog voor het detail. Toen hij in 1914 het eerste nummer van de Haagsche Post deed verschijnen, zorgde hij er niet alleen voor dat zijn blad in Brussel, Parijs en Wenen te koop was, maar had hij ook uitgezocht of het nieuws voortaan niet in geparfumeerde inkt gedrukt moest worden. 'Er was eens een natie, en die natie was de Haagsche Post. (...) Die natie werd prachtig geregeerd door een autocraat, dus geen constitutioneel koning: die autocraat was de heer S. F. van Oss', zo schreef de gerenommeerde kroniekschrijver Louis Couperus in een 'Epigram' dat de HP in 1917 afdrukte. Voordat de in 1868 geboren Van Oss, oprichter, eigenaar en hoofdredacteur van de HP werd, had hij al een energiek leven achter de rug.

Als twintigjarige jongeman die zich in zijn geboorteplaats Vierlingsbeek verveelde, vertrok Van Oss naar Londen. Hij bood Het Handelsblad aan regelmatig 'brieven' te schrijven. Op proef wilde de krant er wel een paar hebben. Ze bevielen en hij werd aangesteld als correspondent. Als een George Orwell avant-la-lettre bracht hij een tijd door in openbare slaaphuizen om opstellen over de slums te schrijven. Naar eigen zeggen (in zijn memoires Vijftig jaren journalist) vertaalde hij iedere ochtend voor het ontbijt een artikel uit de Times, vervolgens zette hij het Nederlands weer om in het Engels om het resultaat te vergelijken met het oorspronkelijke artikel. Zo werd hij in Londen de enige perfect Engels sprekende journalist die ook buitenlandse bladen las en daarom werd hij door de Review of Reviews gevraagd de Europese tijdschriften te bespreken. Maar Van Oss dacht in grote lijnen, in spoorlijnen zelfs. Hij wilde naar Amerika om daar het spoorwegnet te bestuderen.

Ambitie

Wellicht is het deze aan zijn krant kenbaar gemaakte kostbare ambitie geweest die ervoor zorgde dat Het Handelsblad hem kort na zijn vaste aanstelling weer ontsloeg. Nu moest hij wel gaan. Als 'European Railway Expert' doorkruiste hij Amerika en schreef hij talloze artikelen voor het Boston Commercial Bulletin. Toen Van Oss in 1896 met een Engelse vrouw trouwde, verdiende hij 1800 pond per jaar met zijn spoorwegartikelen, in onder meer Paul Mall Gazette, Financial News en Frankfurter Zeitung.

Zijn ware doorbraak als financieel deskundige beleefde hij door een artikel waarin hij waarschuwde tegen de optimistische investeringen in de Zuidafrikaanse mijnen. Het stuk dat in het gezaghebbende tijdschrift Nineteenth Century afgedrukt stond, sloeg in als een bom. Gelukkig voor Van Oss werd de knal zelfs in Nederland gehoord want tegelijk met zijn succes verloor hij ook veel opdrachten, omdat hij er geen geheim van maakte dat zijn sympathie in Zuid-Afrika bij de boeren lag. Dat was niet goed voor een financieel deskundige die in Engeland aan de kost wilde komen.

In 1902 ging Van Oss terug naar Nederland om hoofdredacteur te worden van de Nieuwe Financier en Kapitalist. Hij ging ook veel geld verdienen met een door hem opgerichte onderneming die in Amerikaanse spoorweg-obligaties handelde, kennelijk tot grote tevredenheid van de Amerikanen, want in Oklahoma vernoemden ze een stadje naar hem.

In 1914 was Van Oss een gefortuneerd man. Twaalf jaar lang was hij voornamelijk zakenman geweest. Verloren jaren, vond hij zelf, want journalist was tenslotte zijn beroep. Op 10 januari 1914 maakte hij zijn rentree in de serieuze journalistiek door met een nieuw weekblad op de markt te komen dat hij de Haagsche Post noemde. De naam was gekozen nadat hij een jongen met een welluidende stem op het Scheveningse strand zes mogelijke titels had laten afroepen. 'Haagsche Post klonk het klaarst en het opwekkendst. ' Het liberale beginselprogramma dat Van Oss tot aan de Tweede Wereldoorlog elke week afdrukte, was overgenomen van de New York Evening Post. Het rose papier waarop de HP gedrukt was, had hij afgekeken van het Londense avondblad The Globe. Dat rose werd zoals we het nu zouden noemen tot huisstijl verheven. Niet alleen het blad maar ook de enveloppen, briefkaarten en folders waren rose. Van geparfumeerde inkt zag hij af omdat het een hinderlijk bijluchtje gaf, maar wel konden de lezers de HP ter hand nemen zonder vieze vingers te krijgen. 'Vooral dames moeten niets hebben van kranten die hun vingers bevuilen.'

Verder ontwierp Van Oss zelf het posthoornvignet dat onder ieder HP-artikel stond afgedrukt. Een journalistiek novum was dat iedere bijdrage bovenaan de pagina begon. Dit alles bleef niet zonder resultaat, van het eerste nummer werden al direct 12.000 exemplaren verkocht. Dat er in 1938 alleen al 25.000 exemplaren per week los werden verkocht, is niet in de laatste plaats te danken aan het steeds serieus genomen principe it pays to advertise. Het succes werd geschraagd door het medewerkerschap van Couperus en Van Oss was zich daar terdege van bewust. Nadat Couperus er waarschijnlijk valselijk van was beschuldigd, betrokken te zijn geweest bij een zedenschandaal waarbij ook de naam van Prins Hendrik viel, maakte Van Oss een groot gebaar en stuurde hem op reportage naar Afrika.

Spreekbuis

De HP alleen was voor Van Oss niet voldoende om zijn energie in kwijt te raken. In 1922 richtte hij naast zijn weekblad ook een Haagsch Maandblad op. Tien jaar later gaf hij dit tijdschrift cadeau aan mr. W. Westerman, die er prompt een fascistische spreekbuis van maakte. En passant installeerde en betaalde Van Oss in Leiden een leerstoel voor de journalistiek en zette hij de Haagsche Post voor Nederlandsch Indie op poten.

Met zijn ruime ervaring en zijn net van internationale contacten kon Van Oss in de HP goede sier maken. Van iemand die regelmatig met Paul Kruger ontbeten had, verbaast het ons niet dat hij de enige was die in 1919 tijdens de vredesonderhandelingen een interview met president Wilson mocht hebben. De diplomatie lag in die dagen dichter bij de journalistiek dan tegenwoordig. Van Oss fungeerde ook als tolk voor de Italiaanse premier Giolitti en de Engelse Lloyd George en ging op huisbezoek bij de Franse president Poincare om hem op zijn internationale politiek aan te spreken. Mussolini wist hij op zijn praatstoel te krijgen door een provocerende opmerking. Als er nieuws was waaraan hij zijn naam niet wilde verbinden, publiceerde hij het anoniem (wat in die tijd eerder regel dan uitzondering was) of in zijn dagboek dat onder het pseudoniem Johan Goeree d'Overflaquee in de HP afgedrukt stond.

Vanwege zijn Joodse afkomst mocht Van Oss zich vanaf 1940 niet meer met zijn blad bemoeien. Om de tijd toch nuttig door te komen, schreef hij tijdens de oorlog zijn memoires, een verhalenbundel en twee romans. 'Een gezond mensch kan makkelijk zestig uren werk per week aan', schreef de 78-jarige Van Oss toen zijn blad op 4 mei 1946 eindelijk een papiertoewijzing kreeg en weer mocht verschijnen. 'Misschien vergis ik mij maar ik geloof dat ik mij als journalist in mijn land en in mijn werk nog op bescheiden wijze nuttig kan maken.'

Daar had hij gelijk in, want hij blies de HP weer nieuw leven in en volgde het redactiebeleid tot aan zijn dood op 31 januari 1949 in grote lijnen. In een leeg redactielokaal aan de Amsterdamse De Ruyterkade staat zijn bronzen borstbeeld. Foto Maurice Boyer Borstbeeld van S. F. van Oss Eerste nummer van de Haagsche Post

    • Hans Renders