Doorbraak Westduits bridge-team

ROTTERDAM, 12 sept. In een tumultueuze finale van het knock-out toernooi om het wereldkampioenschap bridge voor teams heeft West-Duitsland tegen alle verwachtingen in de wereldtitel veroverd. In de vierde en laatste zitting van 16 spellen tegen Verenigde Staten (Moss-Coon/(ER)Chasen-Seamon) maakten Bitschene-Ludewig/Nippgen-Rohowsky een achterstand van 30 imps goed en passeerden de Amerikanen 4 spellen voor het einde om met 145-132 te winnen.

Het is de eerste internationale titel die de Duitse bridgers in het ruim 55-jarige bestaan van het georganiseerde bridge in hun land hebben behaald. Zij volgden het goede voorbeeld van het Duitse vrouwenteam dat verleden jaar, evenzeer uit het niets komend en even verrassend, de Europese titel voor het favoriete Nederland wegkaapte. Voor deze opzienbarende doorbraak van de Duitse bridgers en bridgsters naar de wereldtop is nauwelijks een verklaring te vinden. In vergelijking met ons land kennen de Duitsers geen bridgetraditie van enige betekenis. Hun bond is aanzienlijk kleiner. Grote internationale toernooien worden er niet gehouden en belangrijke bridgeliteratuur wordt er niet gepubliceerd.

Voor het uitblijven van een doorbraak van het Nederlandse 'open' team naar de wereldtop wordt vaak als verklaring gegeven dat de Nederlandse bridgers vrijwel nooit oefenen onder omstandigheden die vergelijkbaar zijn met een zwaar internationaal kampioenschap: dagen achtereen een groot aantal spellen afwerken tegen zeer sterke tegenstanders. Het zijn de omstandigheden die met name voor Amerikaanse topspelers doodgewoon zijn. Ze vormen een verklaring voor de successen die zij doorgaans in de grote internationale toernoooien boeken.

Grote druk

Maar evenmin als onze topspelers zijn de Duitse aan zulke omstandigheden gewend. Het enige duidelijke verschil tussen de Nederlandse ploegen, die geen van alle zelfs maar de achtste finale van het wereldkampioenschap wisten te bereiken, en de nieuwe wereldkampioen team is met de Duitsers tot het laatste spel toe tegen de grote druk bestand bleken en zeer geconcentreerd bleven spelen, ook na een relatief grote achterstand te hebben opgelopen. De prestatie van het team dwingt nog te meer bewondering af, omdat het pas na een hevig tumult over de uitslag van hun halve-finalematch tegen Canada aan de eindstrijd kon beginnen.

In de nacht na de verloren halve finale ontdekte een Canadese speler dat een spel verkeerd was gescoord. De correcte score zou de Canadezen de overwinning hebben gegeven. Bij het 's morgens ingediende protest beriepen de Canadezen zich op het voor dit wereldkamioenschap geldende reglement dat bepaalt dat protesten kunnen worden ingediend tot het begin van de volgende toernooifase.

Natuurlijk legden zij deze vage en dus buitengewoon onhandige definitie in hun eigen voordeel uit: dat begin van de nieuwe fase zou de start van het spelen van de eerste partij van de finalematch zijn en dat moment was 's morgens vroeg nog lang niet aangebroken. De fout kon dus nog worden hersteld, waardoor Canada finalist was.

Standaardregel

De protestcommissie onder leiding van de gezaghebbende Amerikaan Edgar Kaplan oordeelde echter anders. De standaardregel van de Wereldbridgefederatie luidt dat protesten tot een half uur na het laatst gespeelde spel kunnen worden ingediend. Dat deze regel vanwege de bijzondere speelcondities van dit wereldkampioenschap in het toernooireglement anders is geformuleerd, kan natuurlijk niet betekenen dat de strekking van de standaardregel helemaal wordt losgelaten.

Waarschijnlijk heeft de protestcommissie bovendien als begin van de nieuwe fase het moment beschouwd waarop officieel de finalisten en de opstelling waarin zij spelen, bekend worden gemaakt. Overigens is het onbegrijpelijk dat professionele topspelers niet meteen na afloop de genoteerde scores zorgvuldig controleerden zeker nu er zoveel op het spel stond en het scoreverschil in de halve finale zo gering was.

Het tekent de zwakte van de bridgefederatie dat zij er ondanks jarenlange ervaring met wereldkampioenschappen niet in slaagt waterdichte toernooireglementen te formuleren. En ook draagt het niet bij aan het gezag van de wereldbond dat de behandeling van dit probleem niet alleen een geweldige commotie veroorzaakte, maar ook een urenlange vertraging van het begin van de finalematch.

Na het verliezen van hun protest weigerden de Canadezen de partij om de derde plaats te spelen en hun Amerikaanse tegenstanders sloten zich hierbij uit solidariteit aan. In plaats van hun bonden hiervoor ter verantwoording te roepen, besloot de WBF aan beide teams het brons uit te reiken. Dat is natuurlijk, om in bridgetermen te blijven, een zwaktebod. Als de federatie het niet aanvaarden van haar eigen beslissingen beloont met medailles, belooft dit weinig goeds voor de handhaving van de toernooiregels.

    • Bob van de Velde