Delegatie terug van 'reis met dilemma's' door Zuid-Afrika

JOHANNESBURG, 12 sept. Voor het handjevol Zuidafrikaanse journalisten dat de moeite had genomen gisteren aan het einde van de middag naar de VIP-room van de luchthaven Jan Smuts van Johannesburg te komen, voltrok zich een bijzonder tafereel. Achter een tafel nam een soort tribunaal plaats, bestaande uit zes van de zeven leden van de Nederlandse Tweede-Kamerdelegatie. Na een acht dagen durend intensief onderzoek in Zuid-Afrika spraken de politieke rechters uit Nederland, elk afzonderlijk, hun vonnis uit. De beklaagde werd schuldig bevonden, maar hij werd wegens getoond berouw voorwaardelijk op vrije voeten gesteld.

Het betrof een afsluitende persconferentie van de delegatie, die, begeleid door een zwerm journalisten, met zo'n 115 mensen gesprekken had gevoerd. 'We hebben niet geweten dat het zo erg, zo schrijnend zou zijn', zei delegatievoorzitter Aarts (CDA). 'Wat ik in Soweto en Crossroads heb gezien is erger dan wat ik heb meegemaakt in de Filippijnen, Bangladesh en Namibie. Deze mensonterende toestanden zullen moeten worden veranderd.' Het was een 'bezoek van dilemma's' die, zei Aarts, de leiders in het land ook voelden. Het positieve vormde de politieke wil, de moed en de vastberadenheid' van de beide hoofdrolspelers, president De Klerk en ANC-leider Nelson Mandela. Het negatieve was het gegroeide besef van de enorme problemen van wat tijdens hun verblijf in Zuid-Afrika binnen de delegatie de 'post-apartheid' was gaat heten. Valkuilen, struikelblokken en doodlopende straten doemden daarbij op, zei Aarts, het politieke metaforen-register wijd opentrekkend.

Het was duidelijk dat de delegatievoorzitter de dertien uur vliegtijd naar Amsterdam geestelijk al had overbrugd. Hij wist dat, terug in het vaderland, de dingen er wel eens anders uit komen te zien. Hij legde zich dus op niets meer vast dan de consensus die in de loop van de reis binnen de delegatie was gegroeid: de menselijke contacten met Zuid-Afrika kunnen worden hersteld, de culturele en wetenschappelijke boycot wordt opgeheven. Over een meer controversieel punt als intrekking van het wetsvoorstel voor een verbod op nieuwe investeringen in Zuid-Afrika zweeg Arts; daarover geen gemeenschappelijke conclusie.

De kwestie van het verbod op de investeringen is een typisch Binnenhof-punt. Het gaat om een wetsvoorstel dat de minister van buitenlandse zaken heeft ingediend, maar dat al langer dan anderhalf jaar niet in behandeling wordt genomen als gevolg van de veranderde politieke situatie in het land. Er is dus geen wet aangenomen die zou kunnen worden ingetrokken; het gaat om het wel of niet intrekken van een wetsvoorstel, waarvan iedereen vindt dat het toch al niet in behandeling moet worden genomen. Bovendien betreft het een investeringsstop die vrijwel niets te betekenen heeft, omdat thans geen zakenman investeert als gevolg van de onduidelijke politieke ontwikkelingen.

Het opmerkelijke is dat er uit dit feitelijke non-punt een principieel politiek probleem kan ontstaan. De CDA-specialist voor Zuid-Afrika, De Hoop Scheffer, kondigde aan dat hij formeel intrekking van het ontwerp zal voorstellen. Omdat zijn VVD-collega Weisglas, die de reis ook meemaakte, hetzelfde plan heeft, ontstaat er een meerderheid voor intrekking. Nu zijn er mogelijkheden om hier ondershand via de vaste Kamercommissie voor buitenlandse zaken een mooie regeling voor te treffen, maar wanneer de PvdA-fractie besluit dat hierover in de Kamer moet worden gestemd, zou het CDA dat zich normaal gesproken achter de woordvoerder schaart moeten 'vreemdgaan' met de VVD om het voorstel erdoor te krijgen. En zoiets is zelfs voor een verstandshuwelijk als dat van CDA en PvdA niet bevordelijk.

Zowel CDA als PvdA kunnen zich op het regeerakkoord beroepen, dat op het punt van het Zuid-Afrika-beleid wel interpretatiemogelijkheden biedt. Er staat dat het kabinet in de loop van 1990 dit beleid zal evalueren 'ten einde te kunnen oordelen of de regering-De Klerk tot werkelijke hervormingen bereid is'.

Is dat het geval en dat vindt De Hoop Scheffer dat schrijft het regeerakkoord voor 'stappen te zetten in de richting van normalisering van de verhoudingen met Zuid-Afrika'.

Is dat niet het geval dan moet Nederland zich inzetten voor uitbreiding van het bestaande sanctiepakket 'met ten minste een verbod op invoer van kolen'.

Ook al geen punt waarover De Klerk zich het zweet van het voorhoofd zal wissen.

Bovendien vindt de PvdA eigenlijk ook dat De Klerk tot werkelijke hervormingen bereid is. Niettemin wilden Van Traa en Verspaget gisteren in Johannesburg vasthouden aan 'het boven de markt laten hangen' van een wetsontwerp investeringsstop. Een gedachte die werd gesteund door Van Es (Groen Links) en door Eisma (D66). President De Klerk zou een handje kunnen helpen dit opdoemend dilemma binnen de coalitie op te lossen door in de komende weken verdere maatregelen te nemen ter afschaffing van de apartheid. Dan kan de PvdA immers verklaren dat als gevolg daarvan nu inderdaad het moment is aangebroken het wetsvoorstel van tafel te halen. Dat geldt in het bijzonder als de Zuidafrikaanse president wat correcties zou aanbrengen in de top van de politie, want Verspaget is er na de gesprekken in Zuid-Afrika van overtuigd dat de politie de slachtpartijen in de zwarte woonoorden mede op touw zet, ze althans opzettelijk ineffectief bestrijdt.

De Nederlandse delegatie toonde zich gisteren in Johannesburg op een punt voorzichtig: het geweld in de zwarte woonoorden kan alle mooie ontwikkelingen naar opheffing van apartheid doorkruisen. Dat geweld beeindigen heeft prioriteit. Het is wel duidelijk dat als de Zuidafrikaanse president op korte termijn door personeelsmaatregelen de objectiviteit van de politie vergroot hij volgende maand in Den Haag op een bereidwillig onthaal kan rekenen. Of daardoor ook het geweld in de zwarte woonwijken zal afnemen, is twijfelachtig.

    • Rob Meines