De oude tragedienne en haar trouwe secretaris

Henny Orri kon zich, toen ze in 1988 haar veertigjarig toneeljubileumvierde met het stuk Memoires, heel goed in Sarah Bernhardt verplaatsen. Die opvliegerige momenten, die voortdurend wisselende stemmingen ze kende het. 'Grilligheid hoort bij een actrice, ' zei ze in een interview in De Tijd. 'Ik ben zelf ook maandags zus en vrijdags zo en zaterdags weer anders. Wat dat betreft had ze hetzelfde in huis als ik, al zal het bij haar nog wel wat heviger zijn geweest. ' Memoires is vanavond onder de titel Madame Sarah op de televisie te zien. Het stuk werd geschreven door de Canadese auteur John Murrell, die de biografische bijzonderheden over de grote theaterdiva aan de werkelijkheid ontleende, maar de situatie verzon.

Stel, bedacht hij, dat Sarah Bernhardt in 1922 vlak voor haar dood nog het tweede deel van haar memoires zou willen dicteren aan haar secretaris. En stel dat die secretaris tegelijk haar laatste publiek en haar laatste tegenspeler was. Dan zou ze trachten hem te koeieneren, te behagen en om haar vingers te winden, precies zoals ze dat decennia lang met haar uitverkochte zalen had gedaan. En hij, de man die al veel langs zijn brede rug heeft laten afglijden, sputtert tegen, maar doet uiteindelijk toch wat ze van hem eist.

Murrell construeerde uit die elementen een fijnzinnig kat-en-muisspel, waar raskomedianten als Henny Orri (als Sarah) en Willem Nijholt (als de secretaris) met zichtbare wellust en vlekkeloze timing een glansnummer van konden maken. Orri op de chaise longue, onder een baldakijn van oude lappen, haar zwaar bepleisterde gelaat met de geschilderde blosjes beschermend tegen de zon, en Nijholt als de frustraat met de loden last op zijn schouders. Zij roept in duizend verschillende toonaarden haar secretaris bij de naam (Pitou!), hij is de impotente bediende die alleen aan zijn gerief komt als hij zijn idool mag bewonderen en in de rol van iemand anders kan uitschelden. Samen roepen ze de sfeer op van pluche en schmink, van geexalteerd gezwijmel en gesnotter in de zaal. Wat ik me van de voorstelling herinner, is vooral het aanstekelijke theaterplezier van die twee en de vaststelling dat de schrijver na het eerste uur niet veel meer aan zijn stuk had toe te voegen. Toen de verhoudingen eenmaal duidelijk waren, viel hij in herhalingen. De tv-versie is iets korter dan de voorstelling; daarmee zou dat bezwaar voor een deel opgeheven kunnen zijn.