Aziaten in Koeweit en Irak worden uitgehongerd

AMSTERDAM, 12 sept. Tienduizenden, mogelijk honderdduizenden Aziatische gastarbeiders in Koeweit en Irak worden met uithongering bedreigd. Zij zijn de pionnen in een door Saddam Hussein gespeeld schaakspel, met als inzet het doorbreken van de VN-sancties tegen Irak. De sanctiecommissie van de VN, die de strikte naleving van de sancties moet controleren, ruziet al dagen achter de schermen over het verzoek van India en een aantal andere Aziatische landen levensmiddelen naar Irak te mogen sturen.

De Westerse vertegenwoordigers in de sanctiecommissie, gesteund door de Sovjet-Unie, willen daarvoor pas toestemming geven als de distributie van de naar Irak gestuurde levensmiddelen door buitenstaanders (internationale hulporganisaties, zoals het Rode Kruis) wordt gecontroleerd. Zij eisen garanties dat het voedsel werkelijk bij de Aziaten terecht komt en niet bijvoorbeeld bij het Iraakse leger. Irak weigert toezeggingen over de gevraagde controle te doen.

India, Pakistan, de Filippijnen en Sri Lanka, de indieners van het voorstel, betogen dat het sturen van levensmiddelen nog de enige mogelijkheid is hun landgenoten in Koeweit en Irak in leven te houden. (Alleen al in Koeweit bevinden zich naar schatting 50.000 Filippino's en 170.000 Indiers.) Zij staan erop voedsel te sturen nu de Iraakse overheid sinds enkele dagen de grenzen met de buurlanden langzaam afsluit, door de toepassing van een aantal bijzonder ondoorzichtige maatregelen. Daardoor wordt het de Aziaten steeds moeilijker gemaakt Irak te verlaten. Zo hebben de Irakezen de grens met Iran gesloten, op het moment dat de beide landen tot herstel van hun diplomatieke betrekkingen besloten. Duizenden Aziaten zijn vorige week aan de grens met Turkije naar Bagdad teruggestuurd, omdat zij volgens de Iraakse grenspolitie de verkeerde nummerplaten op hun auto's hadden: die van Koeweit. Zij moesten eerst in Bagdad, op vele honderden kilometers afstand, in Irak nummerplaten halen.

Daarna zijn zij niet meer op de grenspost met Turkije gesignaleerd. Ook naar Jordanie neemt de vloed van Aziatische vluchtelingen zichtbaar af omdat er al weer volgens de Iraakse autoriteiten te weinig mogelijkheden zijn hen per bus te vervoeren. Vluchtelingen die wel over de grens kwamen, berichtten dat zij door de Irakezen van hun laatste bezittingen, soms zelfs van hun kleding en schoeisel, waren beroofd. Zij hadden hun vlucht overleefd, zo vertelden zij, omdat Koerden hen hadden geholpen.

Tegelijkertijd hebben de Iraakse autoriteiten vorige week in niet al te bedekte bewoordingen aan de in Bagdad gestationeerde ambassadeurs van India, Pakistan en Sri Lanka te kennen gegeven dat het lot van de Aziatische gastarbeiders in 'Groot-Irak' thans in handen is van hun eigen regeringen. Deze kunnen door voedselzendingen dat wil zeggen door het breken van het VN-embargo het leven van hun landgenoten redden. Een en ander gebeurt op het moment dat de Iraakse president Saddam Hussein gratis olie heeft aangeboden aan de arme en onderontwikkelde landen in de wereld wat eveneens een inbreuk op het embargo van de VN zou betekenen.

De Aziatische gastarbeiders in Koeweit, die onmiddellijk na de Iraakse invasie min of meer vogelvrij werden, zijn volgens betrouwbare berichten van vluchtelingen zonder enig onderdak. Zij hebben geen eten, geen drinken en geen geld. In Irak worden honderdduizenden Aziaten thans door eenzelfde lot bedreigd, nu de Iraakse autoriteiten hebben besloten dat zij geen recht hebben op distributiekaarten, zodat zij geen levensmiddelen kunnen kopen op de inmiddels zeer strikt gerantsoeneerde markt. De Iraakse invasie in Koeweit had als direct gevolg dat de Aziatische gastarbeiders in Koeweit hun banen verloren. Aanvankelijk werden de mannen onder hen met rust gelaten. Maar nadat Iraakse militairen en leden van het 'volksleger', dat de bezettingsautoriteiten na de invasie hadden opgericht, de Koeweiti's systematisch hadden beroofd van alles wat waardevol was, werden ook de Aziaten doelwit van de plundertocht. De Aziatische vrouwen en meisjes waren al op grote schaal verkracht en in sommige gevallen zelfs naar een onbekende bestemming meegenomen. Velen van hen kunnen geen kant op, omdat zij geen paspoort of andere papieren hebben; die moesten zij, toen zij in dienst traden van hun vroegere Koeweitse broodheren, overhandigen. Nu hun Koeweitse bazen naar het buitenland zijn gevlucht, het bevolkingsregister van Koeweit is leeggehaald en in brand gestoken, en de Aziatische ambassades in Koeweit onder dwang zijn gesloten, hebben deze vrouwen geen enkele mogelijkheid om zich de benodigde identiteitspapieren te verschaffen. Zij zitten als ratten in de val.

Soortgelijk drama

In de Iraakse hoofdstad Bagdad ontwikkelt zich een soortgelijk drama. Daar bevolken tienduizenden uit Koeweit afkomstige Aziaten de trottoirs rondom hun ambassades. Zij drinken water uit de goot en proberen zich in leven te houden door het laatste hemd aan hun lijf op geimproviseerde marktjes aan Irakezen te verkopen. Met de aldus verdiende dinars kopen zij tomaten en komkommers. Hun ambassades hebben geprobeerd rijst voor hen te kopen, maar de Iraakse autoriteiten lieten weten dat 'rijst onder de huidige omstandigheden in eerste instantie gereserveerd is voor Iraakse staatsburgers'. Tot dusverre hebben de Iraakse autoriteiten alle hulp van buitenaf aan deze ongelukkigen verboden. Ook het Internationale Rode Kruis, dat erop had gerekend hulp te mogen bieden, heeft daarvoor geen toestemming gekregen. Zelfs de verstrekking van medicijnen is niet toegestaan. Buitenlandse journalisten, die ter plaatse zijn geweest overigens tot groot ongenoegen van de Iraakse autoriteiten, die hun vragen waar zij zich mee bemoeien rapporteren dat de situatie rampzalig is en dat er binnen een paar dagen epidemieen zullen uitbreken.

De uithongering van de Aziaten gebeurt volgens een goed doordacht patroon. De Indiers krijgen bijvoorbeeld een iets betere behandeling omdat India zeer cooperatief is geweest bij de door Bagdad geeiste ontruiming van zijn ambassade in Koeweit. Daarom zijn veel Indiers ondergebracht in vluchtelingenkampen die door de Iraakse autoriteiten zijn ingericht. Maar ook in die kampen is de voedselvoorziening volgens diplomaten meer dan problematisch. Zij verwachten dat het uitdelen van voedsel op elk gewenst moment door de Irakezen kan worden gestopt, al naar gelang de politieke noodzaak. 'Als er doden vallen, komt dat de regering in Bagdad zeer goed uit', aldus een goed ingevoerde waarnemer. 'Dan kan Saddam Hussein dat, met behulp van de Iraakse en de Amerikaanse televisie, op rekening schuiven van het misdadige embargo tegen Irak.' De noodtoestand heeft er al voor gezorgd dat de Aziatische diplomaten in diverse Westerse hoofdsteden beschuldigingen uiten van racisme. Zoals een Indiase diplomaat opmerkte: 'Is het niet merkwaardig dat blanke vrouwen en kinderen wel met vliegtuigen uit Bagdad kunnen worden weggehaald, maar dat wij onze boten met voedsel voor onze vrouwen en kinderen niet Irak mogen binnenbrengen?'

    • Michael Stein