Wie beheert de oliekraan: Bush of Saddam?

De meeste landen en de meeste mensen hopen en verwachten dat de sancties tegen Irak het gewenste effect zullen hebben, zonder dat het noodzakelijk is oorlog te voeren. Niemand voert graag oorlog tegen een staat die een zeer groot leger heeft en bereid is elk moment gifgassen in de strijd te gooien.

De sancties zullen dus het werk van de strijdkrachten moeten vervangen, hoewel sancties volgens berekeningen van de deskundigen in driekwart van de gevallen waarin men ze tegen een land toepaste, geen of nauwelijks het gewenste resultaat hadden. De deskundigen zijn het er tevens over eens dat tegenover Irak de sancties pas over vele maanden echt zullen bijten. Bovendien beseft iedereen dat een werkelijke uithongeringsoorlog door een Westerse mogendheid in het tijdperk van de televisie uitgesloten is. De Westerse publieke opinie zou dat niet toestaan, op het moment waarop zij getrakteerd wordt op de beelden ervan. En we hebben al kunnen constateren dat Saddam ruim van deze mogelijkheid gebruik zal maken.

Toch doen de politici het voorkomen dat sancties binnen een aanvaardbare periode die niemand nog kan en durft te definieren resultaat zullen hebben. In hetzelfde kader stellen politieke partijen en regeringen met de grootst mogelijke nadruk dat er geen enkele actie tegen Irak mag worden ondernomen, behalve die acties die door de Verenigde Naties worden toegestaan. Waarbij iedereen weet dat de kans dat de Verenigde Naties tot een oorlog besluiten, vrijwel uitgesloten is.

Wie de landkaart een ogenblik bekijkt, ziet hoe gemakkelijk het is om Irak plus het bezette Koeweit vanaf zee af te sluiten. Er zijn nu al zoveel marineschepen naar het gebied gestuurd, dat men met recht kan spreken van een gigantische inspanning die, volgens de militaire deskundigen, meer van symbolische dan van praktische aard is.

Al die schepen en vliegtuigen zullen volgens bijna alle militaire specialisten uiteindelijk niet in staat zijn om Saddam Hussein en zijn bewind ten val te brengen. Om dat doel te bereiken, is zeer waarschijnlijk een zeer bloedige oorlog te land noodzakelijk. De voorstanders van die oorlog stellen dat het verkiesbaar is om tienduizenden doden nu te hebben dan miljoenen doden later als Saddam over kernwapens beschikt. Zoals een generaal bereid is een bataljon op te offeren teneinde een divisie te redden.

De Amerikanen bouwen, met deze optie in het achterhoofd, hun troepenmacht in Saoedi-Arabie op. Zij beseffen dat zij uiteindelijk gedoemd zijn, als er geen oorlog komt en als Saddam niet vernietigd wordt, permanent in het Midden-Oosten te blijven. In wezen beseffen de Arabieren ter plaatse dat ook. Feit is dat dank zij Saddam Hussein de Verenigde Staten thans militaire bases in Saoedie-Arabie en in de andere Golfstaten hebben, bases waar ze jaren om hebben gesmeekt en die ze nooit mochten krijgen.

Na dit Golfconflict zal de Arabische wereld nog zwakker en verdeelder zijn dan zij nu al was. Want Saddam heeft met zijn overval op Koeweit niet alleen de internationale orde geschonden, maar ook de Arabische orde, zoals die sinds de Juni-oorlog van 1967 afgesproken was.

Om inzicht te geven hoe ernstig deze verstoring is, moet ik een heel klein stukje geschiedenis geven. De Arabische wereld heeft sinds de Tweede Wereldoorlog een uiterst moeizaam dekoloniseringsproces meegemaakt, omdat men zich eigenlijk al sinds de Eerste Wereldoorlog gefrustreerd voelde over de enorme kloof tussen haar mogelijkheden en haar realiteiten. In theorie waren de mogelijkheden enorm: als men verenigd opereerde, kon men welllicht een eigen Arabisch-islamitisch imperium opbouwen, zoals in vroeger dagen. De realiteiten waren echter dat men diep verdeeld was en dat de Westerse mogendheden er alles aan deden om die verdeeldheid te continueren.

De verdeeldheid was niet zo verbazingwekkend. Er waren nationale staten gecreeerd uit wat voordien familie-, clan- en tribale verbanden waren geweest, die elkaar nooit erg hadden bemind en dus elkaar zeer vaak bestreden hadden. En de nieuwe politieke leiders deden in feite wat de oude politieke leiders voordien traditioneel hadden gedaan: via steeds wisselende bondgenootschappen hun eigen leiderschap bevestigen en tegelijkertijd streven naar grotere Arabische verbanden, alweer onder hun leiderschap.

De inter-Arabische strijd en de oorlogen, die als gevolg van dit streven uitbraken, werden na de Juni-oorlog van 1967 gestaakt. Het Arabische nationalisme en het daarmee kortstondig verbonden Arabisch socialisme hadden, zo bleek, gefaald. De rijke olie-Arabieren die met de mond het Arabisch nationalisme evenzo beleden als hun vijanden, maar het Arabische socialisme verfoeiden, konden verlicht ademhalen. Tot dan waren zij bedreigd door bijvoorbeeld een land als Egypte. Nu maakten zij afspraken dat zij niet langer lastig zouden worden gevallen door de radicalen, die zich op revolutionaire en marxistische leuzen beriepen. In ruil voor die afgekochte vrede kregen de armere Arabische broeders grote sommen geld.

Aan die afspraken, waarvan bijvoorbeeld de PLO enorm profijt trok, is nu een einde gekomen. Saddams inval in Koeweit en de daarop gevolgde intensieve haatcampagne tegen de emirs en sjeiks bestond al heel lang. Toen de Egyptische president Sadat na zijn vrede met Israel ruzie kreeg met de overige Arabieren, trok hij op ouderwetse wijze fel van leer tegen deze geldhongerige 'dwergen'. Maar na een korte periode staakte hij zijn campagne omdat hij besefte dat die zich op den duur tegen hem zelf zou kunnen keren.

Nu is die campagne met alle felheid opnieuw bovengronds gekomen. En de haat is thans zo groot dat men aan beide kanten van de Arabische scheidslijn elkaaar echt naar het leven staat. Iedereen beschuldigt elkaar te zijn omgekocht door Saddam, door Bush met miljoenen dollars om naar de pijpen van de ander te dansen.

Daarmee is het Noord-Zuidconflict dat in de Arabische wereld twee decennia lang tot zwijgen was gebracht, nieuw leven ingeblazen. Het zou helemaal niet verbazingwekkend zijn als de olie-Arabieren aan de Golf nu definitief besluiten om zich formeel en publiekelijk te verbinden met het Westen. Een paar dagen geleden zei de president van de Kuwait Petroleum International dat de Koeweiti's 'vroegere benaderingen opnieuw moeten bezien'.

Zij moeten, zodra de soevereiniteit van Koeweit is hersteld, met de buitenlandse oliemaatschappijen tot de een of andere regeling komen om de Koeweitse olievelden gemeenschappelijk in bezit te hebben.

Zo'n opmerking is natuurlijk gefundenes Fressen voor de Arabo-islamitische anti-imperialisten, die achteraf hun gelijk dat Koeweit en alle emiraten nooit deugden, nu bewezen zien.

Saddam legt er voortdurend de nadruk op dat wat er nu gaande is, een strijd is tussen de haves en de have-nots. Dat is slechts zeer gedeeltelijk het geval. Irak is een typisch voorbeeld van een potentieel zeer rijke Derde wereld-have', die zijn enorme hoeveelheid kapitaal heeft verspild aan agressieve acties en oorlogsinspanningen.

Maar in het Midden-Oosten doet het er absoluut niet toe wat de feiten zijn. De feiten zijn, in het bijzonder in tijden van crisis, volledig irrelevant. Van veel groter belang is wat men gelooft, wat de perceptie is. En die perceptie is dat het Westerse en christelijk imperialisme opnieuw de klauwen uitstrekt naar de rijkdommen van de Arabieren en de moslims. Daarom hamert Saddam Hussein nu op het thema van de heilige oorlog, de jihad.

De verspreiding van steeds meer hoogwaardige vernietigingswapens in de Derde Wereld na het einde van de Koude Oorlog heeft tot gevolg gehad dat de wereld allesbehalve veiliger is geworden. Velen kunnen thans een greep doen naar ten minste regionale macht om vandaar uit hun machtsbereik uit te breiden. Wat zij behalve vernietigingswapens daarvoor nodig hebben, is een overkoepelend idee dat zij niet namens hun eigen land of streek te werk gaan, maar namens een veel groter geheel.

Daarom heeft Saddam Hussein niet namens Irak de strijd aangebonden, maar in naam van de Arabische Natie en nu zelfs van de islam. Precies zoals Japan een halve eeuw geleden vocht voor een 'nieuw Azie'. En zoals Hitler een halve eeuw geleden 'namens Europa' oorlog voerde.

De strijd gaat over de vraag: Wie heeft in laatste instantie het beheer over de oliekraan Bush of Saddam? De uitkomst is beslissend voor de macht in de hele wereld.

Saddam zei op 28 augustus voor de televisie dat het Westen niet bang hoefde te zijn. Letterlijk zei hij: 'De Arabieren willen de olie niet in hun eigen zakken houden, maar verkopen aan de Amerikanen, Europa en Japan.'

Natuurlijk willen zij dat. Maar welke hoeveelheid en tegen welke prijs? En wat moeten de afnemers in ruil leveren? Wie voldoende olie, voldoende geld, voldoende vernietigingswapens en voldoende vastberadenheid bezit, kan de hele wereld naar zijn hand zetten. Die kan van de hele wereld een Irak maken.

Amerika dient op zijn minst de politieke en de economische adem te krijgen om de sancties tegen Irak te kunnen uitvoeren. Op lange termijn heeft het die adem onvoldoende als Europa en Japan hun verantwoordelijkheden slechts slapjes en gedeeltelijk nemen. Als Amerika verliest, verliest daarmee het hele Westen. Als Amerika wint, zonder voldoende steun van zijn bondgenoten te hebben gekregen, zal dat een blijvende en zeer ernstige belasting vormen voor de toekomstige relaties.

De Engelse schrijver Edmond Burke merkte twee eeuwen geleden op: 'When bad man combine, the good must associate, else they will fall one by one.'

Die uitspraak lijkt mij hier zeer op haar plaats.

    • Michael Stein
    • Redacteur NRC Handelsblad Dit is een sterk verkorte versie van een rede die de auteur vorige week heeft gehouden voor de Amsterdamse Commissionairs Combinatie