Vrouwelijke wetenschap

'Toen de leerlingen van Galileo eenmaal wisten dat de aarde rond was in plaats van plat, konden ze het nooit meer anders zien. Zo is het ook met vrouwenstudies', zegt J. Soetenhorst-de Savornin Lohman, voorzitter van de Stimuleringsgroep Emancipatie-Onderzoek (STEO). ' Wie door vrouwenstudies ontdekt dat alles mannelijke en vrouwelijke kanten heeft, kan niet meer terug.' Dat nog niet het hele wetenschappelijk bedrijf doordrenkt is van deze 'ontdekking', blijkt uit het eindadvies dat de STEO vandaag heeft gepresenteerd aan minister Ritzen van onderwijs en staatssecretaris Ter Veld van sociale zaken. Na zes jaar stimulering van vrouwenstudies concludeert de STEO dat 'de concrete uitwerking' aan de universiteiten 'meestal teleurstellend' is. ' Zelden werden daadwerkelijk fondsen vrijgemaakt voor de beoefening van vrouwenstudies.'

Toch is in die tijd veel onderzoek gedaan, verspreid over verschillende studierichtingen. Onderwerpen als politieke opvattingen van vrouwen, het beeld van vrouwen in de literatuur en de onderbetaling van vrouwen op de arbeidsmarkt werden bestudeerd. Op dit ogenblik tellen de universiteiten in Nederland dertien hoogleraren, zes universitaire hoofddocenten en ongeveer 75 wetenschappelijk medewerkers die zich bezighouden met de feministische wetenschapsbeoefening het grootste deel bestaat uit vrouwen.' Dat lijkt allemaal mooi, maar het gaat vaak om tijdelijke aanstellingen en deeltijdbanen', zegt R. van Og, medewerker bij de STEO. ' Het is daarom de komende jaren erop of eronder.'

Ook de verdeling over de verschillende studierichtingen speelt vrouwenstudies parten. Vrouwenstudies zijn vooral een perspectief van waaruit bij andere vakgebieden onderzoek wordt gedaan naar het sekseverschil, de betekenis en de oorsprong ervan. Dat maakt het volgens de STEO moeilijk geld te krijgen van fondsen voor onderzoek. Van Og: ' Stel: je wilt onderzoek doen naar seksueel geweld. De vraag is dan of dat valt onder rechten, geneeskunde of sociologie.'

Wel honoreert de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek via de zogeheten tweede geldstroom inmiddels een kwart van het aantal ingediende voorstellen en dat aantal wijkt niet af van dat bij andere studies.

Na zes jaar zit de taak van de STEO er in februari volgend jaar op. De opdracht luidde destijds: ' Zorg dat vrouwenstudies aan elke universiteit worden geaccepteerd', zegt Van Og. Maar dat bleek hetzelfde te zijn als ' zorg dat de wereld verandert'.

De STEO bestaat uit zeven leden, onder andere afkomstig uit de wereld van vrouwenstudies, die beschikken over een overheidsfonds van 820.000 gulden per jaar. De STEO is ingesteld door de ministeries van onderwijs en sociale zaken.

Bijna aan het einde van haar bestaan oppert de STEO dat een college van deskundigen op het gebied van vrouwenstudies het 'emancipatie-onderzoek' voortaan gericht zou moeten bevorderen. Het college zou jaarlijks dienen te beschikken over een bedrag van zes miljoen gulden. ' Zo'n college moet de aandacht niet versnipperen', zegt voorzitter Soetenhorst. ' Alleen universiteiten waar vrouwenstudies wortel hebben geschoten, moeten geld krijgen voor onderzoek en onderwijs. Daardoor kunnen zij goede onderzoeksvoorstellen doen en zo toegang krijgen tot internationale fondsen. Zij moeten zich steeds meer profileren. De onderlinge concurrentie moet worden bevorderd.'

Masculinistische cultuur

De vrouwenbeweging deed haar intrede op de universiteit eerder dan de STEO. Zestien jaar geleden pleitte Andreas Burnier, hoogleraar criminologie aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, voor een ' metamorfose van de dominante masculinistische cultuur' aan de universiteit. De discussie die daarna op gang kwam over de positie van vrouwen binnen de wetenschap, leidde in 1976 aan de faculteit der sociale wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam tot de eerste tijdelijke aanstellingen voor vrouwenstudies. Tegelijkertijd maakte de universiteit van Nijmegen, eveneens binnen de sociale wetenschappen, plaats vrij voor de beoefening van feministische wetenschap. ' Er werd van je verwacht dat je naast je baan aan de universiteit strijd zou leveren in de maatschappij', vertelt M. Brouns, die in opdracht van het ministerie van onderwijs het boek 'Veertien jaar vrouwenstudies in Nederland; een overzicht '(1988) schreef. ' Uitsluitend onderzoek doen was misbruik maken van de beweging. Je moest je aansluiten bij een vrouwenhuis of een Blijf van mijn Lijfhuis.'

De opvattingen van die dagen zijn achterhaald, oude doelstellingen verlaten. Vrouwenstudies hadden in het begin vooral kritiek op het seksisme binnen de universiteit: mannen en de mannelijke blik domineerden de wetenschap. Daarnaast richtten vrouwenstudies zich op de onderdrukking van de vrouw. Brouns: ' Die turflijst bestaat niet meer. Nu zou je heel globaal kunnen zeggen dat vrouwenstudies kennis produceren over het sekseverschil, met specifieke aandacht voor machtsposities'.

Want dat is volgens haar hetzelfde gebleven: vrouwenstudies hebben nog steeds een politieke lading. ' Feministische wetenschapsbeoefenaars zijn alert op machtsverhoudingen. Het is nog te vroeg om te zeggen dat ongelijkheid tussen mannen en vrouwen niet meer bestaat. Kijk maar naar zaken als incest en verkrachting. Ook het verschil in loon tussen mannen en vrouwen bestaat nog steeds.' Maar het begrip 'de vrouw' is taboe. ' Van dat woord kregen we het benauwd. Het doet geen recht aan verschillen tussen vrouwen.'

Binnen vrouwenstudies vraagt men zich tegenwoordig af of de vlag de lading nog dekt: is het niet beter te spreken van 'genderstudies'? Het verschil tussen mannen en vrouwen is niet alleen biologisch bepaald, maar ook historisch en cultureel, zeggen sommige onderzoekers. Het engelse woord 'gender' verwijst naar dat laatste.

Niet in beta-wetenschappen

Vrouwenstudies zijn inmiddels aan alle universiteiten in Nederland tot ontwikkeling gekomen, waarbij die van Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Groningen en Leiden voorop lopen. Ze zijn vooral ver doorgedrongen tot de sociale wetenschappen, theologie, letteren en geschiedenis, en sinds het begin van de jaren tachtig ook tot rechten, de economische wetenschappen en gezondheidswetenschappen. In de betawetenschappen verkeert het feministisch onderzoek nog in een pril stadium. De politiek heeft de afgelopen jaren soms gebruik gemaakt van de inzichten die het onderzoek binnen vrouwenstudies opleverden. STEO-voorzitter Soetenhorst noemt als voorbeeld de Wet Gelijke Behandeling. ' Bij die wet speelt natuurlijk mee in hoeverre vrouwen anders zijn dan mannen.'

Zaken als vrouwenhulpverlening en positieve actie, waarbij vrouwen bij sollicitaties voorkeur krijgen boven mannen, zijn door vrouwenstudies 'gevoed'. J. Outshoorn, politicologe en hoogleraar vrouwenstudies aan de Leidse universiteit, merkt op dat vrouwenstudies ook een aandeel hebben gehad in de discussies over de abortuswetgeving. De resultaten van onderzoek binnen vrouwenstudies hebben volgens haar vaak geleid tot publieke en politieke debatten, vooral waar het ging om seksueel geweld. Outshoorn is vanaf het begin betrokken geweest bij vrouwenstudies. Al die tijd is er kritiek geweest op de harde scheiding tussen disciplines binnen de wetenschap, herinnert ze zich. ' We wilden meerdere methoden van onderzoek gebruiken en meerdere inzichten. Dat is nog steeds zo. Onze onderwerpen overschrijden de grenzen tussen vakgebieden.'

Een 'eye opener', zo omschrijft M. Bal de vrouwenstudies. Ze is bijzonder hoogleraar semiotiek en vrouwenstudies aan de Rijksuniversiteit van Utrecht en onlangs benoemd tot hoogleraar in de theoretische literatuurwetenschap en de vrouwenstudies Letteren aan de Universiteit van Amsterdam. ' Vrouwenstudies hebben de rol van voortrekker, omdat ze kritiek hebben op de wetenschap. Daardoor kom je tot complexere inzichten.' Vrouwenstudies laten volgens haar twee dingen zien: ' Allereerst dat onderzoek politiek is. Waarom is bijvoorbeeld nooit iets effectiefs uitgevonden tegen pijn bij bevallingen of menstruatiepijn? De dokters zijn er nooit in geinteresseerd geweest. Daarnaast laten vrouwenstudies zien dat de waarheid niet bestaat. Wij zeggen dat we door ons feministisch engagement niet objectief kunnen zijn. Dat is minder erg dan denken dat je objectief de wetenschap bedrijft.' Het besef dat wetenschap altijd subjectief is, moet zowel op het terrein van onderwijs als op dat van onderzoek worden aangewakkerd, meent Bal. ' Ik ben pas tevreden als vrouwenstudies overbodig zijn.'

Vrouwenstudies hebben universiteiten een beetje veranderd. Vandaag ontving minister Ritzen het advies meer geld te steken in vrouwenstudies. De 13 hoogleraren die zich in deeltijd met feministische wetenschap bezighouden, zijn niet voldoende om overleving te garanderen.