Verwarring na moord op priester bij Moskou

MOSKOU, 11 sept. Een moord op een populaire priester heeft binnen de Russisch-orthodoxe kerk tot grote beroering geleid. De verwarring wordt niet alleen veroorzaakt door een gebrek aan sporen naar de dader, maar ook door de positie van het slachtoffer zelf binnen de kerk.

Zaterdagnacht werd de priester, Aleksandr Menn, vermoord in zijn woonplaats Poesjkino, enkele tientallen kilometers van Moskou. Menn was na de vesperdienst in zijn kerk gebleven en pas diep in de nacht lopend naar huis gegaan. In de buurt van het station werd hij met een bijl neergeslagen. Zwaar gewond wist hij naar huis te kruipen. Zijn vrouw vond hem voor de deur. Maar toen was het te laat. Volgens haar miste hij de plastic tas die hij overdag naar de kerk had meegenomen.

De moord op Aleksandr Menn heeft de politie in verlegenheid gebracht omdat zijn dood het zoveelste geweldsmisdrijf in en om Moskou is waarbij de justitie met lege handen staat. Minister van binnenlandse zaken Vadim Bakatin zelf kondigde gisteren het onderzoek naar de moord aan.

Ook de kerk weet zich echter geen raad met zichzelf. Aleksandr Menn was onder parochianen zeer geliefd maar werd door de episcopale autoriteiten gewantrouwd. Ten eerste omdat hij zich onder het bewind van Brezjnev nogal compromisloos opstelde jegens het communistische gezag, hetgeen in strijd was met het beleid van de orthodoxe kerkleiders die juist naar collaboratie met de partij streefden; ten tweede omdat Aleksandr Menn theologische studies over het Oude en Nieuwe Testament op zijn naam had staan in de Russische orthodoxe kerk staat de theologie op een laag peil en in een gering aanzien en ten slotte omdat de priester uit Poesjkino zich de laatste tijd nadrukkelijk inzette voor oecumene met de rooms-katholieken en daarmee de confrontatiepolitiek doorkruiste die de kerkelijke top voert jegens bijvoorbeeld de Uniaten in de Oekraine en andere niet-orthodoxe kerkgenootschappen.