Superieure nonsens

Begin september liggen de velden er meestal nog als zonnetjes bij en je zou zeggen dat het maken van doelpunten hoe lastig in principe ook in die periode van het jaar toch iets minder moeilijk is dan in andere jaargetijden. Neem de winter. U mag hem van mij onmiddellijk weer inpakken en wegleggen, maar als hij dan toch als voorbeeld genomen moet worden, mag worden vastgesteld dat de moeilijkheidsgraad bij sneeuw, ijs, hagel en keiharde grasmatten met minstens drie moet worden vermenigvuldigd. Ook extreme gladheid, windkracht 10 en meer van dit soort treurnis maken het de gemiddelde voetballer onmogelijk een gave partij te spelen. Maar jongstleden zondag bij Ajax-FC Twente leken de elementen royaal mee te werken om een kostelijk schouwspel te doen ontstaan. Het gras lag er dik en kortgeschoren bij. De windkracht was gering. Zelfs de zon trad niet hinderlijk op de voorgrond. En de tribunes waren uitstekend gevuld. Verder mag men ervan uitgaan dat alle spelers er zin in hadden.

Nu moet gezegd dat het veldspel er lang niet kwaad bij lag. Ajax blijft een ploeg, die tussen omstreeks 1920 en 1990 vrijwel altijd verzorgd en op techniek en positiespel gebaseerd combinatievoetbal heeft vertoond. Op dat punt verandert er in De Meer zelden iets en mocht het nieuwe stadion er komen, dan zal het daar exact zo toegaan. Hoogstens kun je je afvragen of het mogelijk zal zijn sfeer te kweken in een tempel met 55.000 plaatsen. Want vaker dan een keer of drie per seizoen zal zo'n stadion niet in de buurt van uitverkocht komen. Tenzij er een Europese competitie zou worden georganiseerd. Ajax intussen is momenteel een orkest zonder paukenslag: de violen zingen charmant, maar er is geen daverende finale. Zeventien min of meer uitgespeelde kansen zij het minder duidelijk uitgespeeld dan de vier of vijf van de FC-Twente waren slechts goed voor een enkele treffer. En de Tukkers counterden zo goed dat zij met enig recht van spreken van een verdiend gelijkspel konden praten. Hoe is het mogelijk dat een getalenteerde ploeg kan uitblinken in het ene onderdeel en tegelijkertijd een fikse onvoldoende haalt op een ander, minstens zo belangrijk punt? Johan Cruijff je wilt best wel eens over hem zwijgen, maar hij komt altijd weer om de hoek kijken zei eens tegen me dat voetbal, mits foutloos uitgevoerd, eigenlijk geen goalpalen nodig heeft. Dat zei hij in 1974, toen Oranje midden in eenglansperiode plotseling de draad een ogenblikje kwijt was geraakt. Dat was achteraf best te verdragen, want de ploeg kwam toch wel in de finale van Munchen, maar het bleef superieure nonsens. Zo kunnen de Ajacieden van vandaag in een moment van zelfbeklag ook wel juichen over dat fraaie veldspel, maar het mooiste blijven de voltreffers en op 17 kansen er slechts een benutten, is veel te weinig voor een BV die kampioen wil blijven. Ik ga nog niet zover, mij de woorden van de dichter Adriaan Morrien eigen te maken, die destijds schreef: 'ik lig er nachtenlang van wakker en denk bekommerd aan Beenhakker', maar feit is dat een schotvaardige speler in een eredivisie waarin geen duimbreed ruimte wordt gegeven een koninkrijk waard is.

Wat mij daarentegen uitstekend beviel was de nieuwe terughoudendheid waarmee achtervolgende verdedigers doorgebroken aanvallers bejegenden. De angst om rood te krijgen (met de bal op de stip bovendien) weerhield menigeen van de ultieme schop of duw. Dat is winst. Maar de aanvallers zouden dit moeten belonen door vaker te scoren. Omdat niets helemaal waar is, moet gezegd dat dit land over vele bekwame doelverdedigers beschikt. Ik heb altijd begrepen dat onhoudbaar iets is waar geen keeper iets aan kan veranderen, maar zo'n man uit Twente als Hans de Koning gaf de indruk dat dit begrip eergisteren in Amsterdam even niet bestond.

    • Herman Kuiphof