Raymond Chandler en z'n alter ego Philip Marlowe

Pas na de dood van zijn vrouw Cissy werd Raymond Chandler een beetje gelukkig. Niet omdat hij haar haatte (wat hij naar alle waarschijnlijkheid wel deed), maar omdat hij na vijfenveertig jaar in Californie gewoond en geschreven te hebben voor het eerst weer in Londen kwam, waar hij een groot deel van zijn jeugd had doorgebracht.

In Londen kreeg hij eindelijk de erkenning die hij zelf meende te verdienen en ook verdiende, maar hem in Amerika werd onthouden. Chandler werd ontvangen door collega-auteurs als Eric Ambler, elke week verscheen er wel een interview met hem in een van deserieuze kranten, hij bezocht theaters en werd aldus een terugkerend onderwerp in de roddelrubrieken van de tabloids. Chandler kon eindelijk zijn wat z'n alter ego Philip Marlowe al die jaren altijd was geweest: een lady-killer. Terug in La Jolla, zijn Californische woonplaats, schreef Chandler de eerste vier hoofdstukken van The Poodle Springs Story, waarin hij Marlowe in het huwelijk laat treden met Linda Loring, met wie hij zich aan het einde van The Long Goodbye al had verloofd. Even werden de rollen omgedraaid.

Chandler voltooide het boek niet omdat hij in 1959 overleed. Het portret dat de NOS vanavond van Raymond Chandler uitzendt dateert uit 1988. Een jaar later werd The Poodle Springs Story voltooid door Robert B. Parker, kenner en liefhebber van Dashiell Hammett en Raymond Chandler. In Poodle Springs (Putnam Publications, f. 22,75) wordt de historische onjuistheid uit The Long Goodbye gecorrigeerd: Marlowe eindigt alleen, zonder verloofde, met een glas in zijn hand.

Raymond Chandler werd op 23 juli 1888 in Chicago geboren, een ziekelijk en zwak kind met een alcoholist als vader. Met zijn moeder verhuisde Raymond in 1896 naar Londen, waar hij Dulwich College bezocht. Chandler was trots op zijn opleiding: de naam Marlowe stamt van een van de schoolgebouwen. Chandler vond werk in The Civil Service en schreef voor verschillende bladen, onder andere recensies voor The Westminster Gazette. In 1912 vertrok hij naar de Verenigde Staten. Hij kwam terecht in Los Angeles, een corrupte en harde stad waar je het kon maken als je elders mislukt was een losers town, volgens Robert Mitchum, die als 16-jarige naar LA kwam en later in verfilmingen van Chandlers boeken de rol van Marlowe vertolkte. Chandler zelf ging het in die dagen voor de wind: hij verdiende $1000 per week in de olie-industrie, maar werd ontslagen omdat hij door affaires met secretaresses soms dagenlang niet op kantoor kwam. Om geld te verdienen, schreef hij verhalen voor pulp-magazines als Black Mask. Zijn grote voorbeeld was Dashiell Hammett, die als enige 'The American Language' schreef: ongekunsteld, maar wel echt. In 1939 publiceerde hij zijn eerste roman met Philip Marlowe, The Big Sleep.

Het portret van Raymond Chandler geeft een prachtig beeld van het moeizame leven dat hij ondanks het succes van boeken leidde: de ruzies met filmproducenten voor wie hij scenario's schreef (hij haatte Billy Wilder, omdat die Duitser was en hem te vaak vroeg de deur te sluiten: 'Wilder has to say please'). Zijn drankzucht (hij verklaarde het script voor The Blue Dahlia niet op tijd af te krijgen als hij nuchter bleef, maar voor de goede zaak wilde hij wel weer naar de fles grijpen) en zijn ambivalente houding tegenover vrouwen, die in zijn werk meestal de rol van schurk krijgen toebedeeld. Wat dat laatste betreft zijn kenners het niet met elkaar eens: vond hij vrouwen 'sexual corrupt and lawless' (Matt Brucolli, literatuurwetenschapper), idealiseerde hij vrouwen en vreesde hij ze als gevolg daarvan (Frank McShane, zijn biograaf) of verpersoonlijkten zij slechts 'The corruption of the human soul' (George V. Higgings, misdaadauteur).