President Samuel Doe stierf zoals hij leefde: gewelddadig

NAIROBI, 11 sept. De Liberiaanse president Samuel Kanyon Doe (38) is geeindigd zoals hij leefde: gewelddadig. In de tien jaar dat hij aan de macht was trok Doe een spoor van bloed door het Westafrikaanse land. Hij wakkerde de aloude stammentwisten aan ten koste van duizenden doden. Na een maandenlange strijd tegen twee rebellenlegers, die Doe steeds verder in het nauw dreven, moest hij gisteren een poging het land uit te vluchten met de dood bekopen. Samuel Doe vocht zich op 12 april 1980 een weg naar de macht. Hij bouwde in een razendsnel tempo en vermoedelijk als een bewuste politiek het aanzien op van een meedogenloos leider. Tijdens de coup executeerde hij president Tolbert in diens slaapkamer. Enkele dagen later liet hij dertien ambtenaren van het ancien regime doodschieten op het strand van de hoofdstad Monrovia. Toen een zoon van Tolbert zijn toevlucht zocht in de Franse ambassade liet Doe deze diplomatieke post bestormen door zijn soldaten.

Geschokte Westafrikaanse staatshoofden deden Doe daarop in 'quarantaine' en weigerden hem een jaar lang de toegang tot regionale conferenties. De plaatselijke grootmacht Nigeria sloot zelfs zijn ambassade in Monrovia. De toenmalige president van Burkina Faso, Sangoule Lamizana, merkte op: 'Ieder land kan zijn regime wijzigen, maar de methodes die in Liberia worden toegepast, zijn een schande voor Afrika'.

Doe's bewind toonde zijn meest brute gezicht na een mislukte staatsgreep in 1985 door de voormalige legerleider Thomas Quiwonkpa, een couppoging waaraan ook de huidige rebellenleider Prince Johnson meedeed. De soldaten van Doe's Krahn-stam richtten een slachting aan onder de burgers die in de eerste uren de staatsgreeppoging hadden verwelkomd. Daarna richtten de militairen enorme vernielingen aan in de regio Nimba, woonplaats van Quiwonkpa's Ghio-stam. Eerst werd Quiwonkpa's geslachtsdeel afgesneden, pas daarna werd hij geexecuteerd en zijn gemutileerde lichaam ter afschrikking voor het publiek tentoongesteld. De tribale spanningen in Liberia werden daarna groter dan ooit. Hoewel in het Amerikaanse congres de kritiek op Doe de afgelopen jaren toenam, bleef Washington hem discreet steunen. Gaven de VS in 1979 19 miljoen dollar hulp (inclusief militaire steun), in 1985 liep dat op tot meer dan 80 miljoen, het hoogste Amerikaanse hulpbedrag per hoofd van de bevolking voor een Afrikaans land. Vooral de grote corruptie onder Doe baarde de VS zorgen. In 1988 keerde na een jaar werk een Amerikaans team van zeventien financiele experts naar huis terug na een vergeefse poging om de corruptie in de Liberiaanse regering tegen te gaan. Pas dit jaar verminderde Washington zijn hulp drastisch en ook het IMF en de Wereldbank keerden Liberia de rug toe wegens de financiele chaos.

De staatsgreep van Samuel Doe in 1980 had aanvankelijk grote verwachtingen gewekt onder de bevolking. Niet alleen betrof het de eerste coup sinds Liberia's onafhankelijkheid in 1847, het betekende bovendien een aanval op de positie van de Americo-Liberianen, de afstammelingen van de ex-slaven die Liberia hadden gesticht en sindsdien het politieke, economische en culturele gezicht van het land bepaalden.

De autochtone Liberianen leefden meer dan een eeuw onder een vorm van zwarte koloniale heerschappij door de Americo-Liberianen en hun True-Whig-Partij. De Americo-Liberiaan William Tolbert zette na 1971 voorzichtig de beperkte hervormingen door die zijn voorganger William Tubman vanaf 1943 was begonnen, zonder dat de elite haar macht verloor.

Te voorzichtig, want in 1979 bezat nog steeds 4 procent van de bevolking 60 procent van 's lands rijkdommen. In het onderwijs lag de voorkeur van de regering bij prive-scholen waar de Americo-Liberianen hun kinderen naar toe stuurden. De economie werd grotendeels beheerst door leden van de True-Whig-Partij, enkele voorname partijleden wisten zich eigenaar van gigantische lappen grond. Cultuur en nationale identiteit werden gedomineerd door de nazaten van de ex-slaven. De jonge Doe, afkomstig van de autochtone Krahn-stam, maakte hieraan na zijn machtsgreep slechts ten dele een einde.

De autochtone Liberianen kregen posities in het politieke apparaat en de rechtspraak. Doe schafte de hutbelasting af, die vooral de autochtonen zwaar trof. In de economie werd de macht van enkele Americo-Liberiaanse families gebroken. Autochtone talen kregen naast het Amerikaanse Engels meer ruimte in het onderwijs en de media. Maar de voorsprong die de Americo-Liberianen genoten in opleiding (75 procent van de bevolking is analfabeet) en de economie maakte hen onmisbaar. Velen kregen daarom hun oude posities na enige tijd terug. In 1984 vaardigde de regering een wet uit waardoor na de coup geconfisqueerde bezittingen werden teruggegeven aan hun eigenaren. De economische belangen van de Americo-Liberianen en van de Verenigde Staten vallen veelal samen. Amerikaanse bedrijven als Firestone (rubber) en Lamco (mijnbouw) controleerden, voor de chaos begin dit jaar intrad, een aanzienlijk deel van de economie, de totale Amerikaanse investeringen in dit landje met 2 miljoen zielen bedragen meer dan 4 miljard gulden. De grillige Doe veranderde snel na het veroveren van de macht in een consistente belangenbehartiger van de gevestigde orde. Niet hervormingen werden zijn hoofddoel, maar zijn eigen machtspositie en die van zijn Krahn-stam. In de eerste vijf jaar schakelde hij op hardhandige wijze zijn kameraden uit waarmee hij de coup had gepleegd. Hij vertraagde de terugkeer naar een burgerbewind en toen hij in 1985 eindelijk verkiezingen uitschreef, vervalste hij op grove wijze de uitslag om met 50,09 procent van de stemmen te winnen.

Iedere vorm van oppositie onderdrukte hij genadeloos. Ten koste van vijftig doden sloegen zijn troepen in 1984 studentenprotesten neer, onafhankelijke kranten werden opgeheven en journalisten vermoord of gevangen gezet, en leiders van (legale) oppositiepartijen verdwenen eveneens achter de tralies. Door de negen maanden oude opstand van wispelturige, op wraak zinnende rebellen, geleid door Charles Taylor en Prince Johnson, twee vroegere medewerkers van de president, ging Doe dan gisteren eindelijk ten onder. De 'bevrijdingsstrijd' was al ontaard in een bloedige confrontatie tussen Doe's Krahn-stam en andere stammen, geleid door Liberiaanse cowboys van het type Doe. De chaos is nu compleet. Doe droeg in belangrijke mate bij aan de vernietiging van zijn land, zijn nalatenschap valt te vergelijken met die van maarschalk Idi Amin en keizer Bokassa.