Opening Hongaarse grens bracht Europa aan het schuiven

ROTTERDAM, 11 sept. Vandaag een jaar geleden week in Hongarije voor duizenden Oostduitsers het IJzeren Gordijn: in de nacht van 10 op 11 september 1989, om middernacht, openden de Hongaarse wachtposten aan de grens met Oostenrijk hun slagbomen voor alle Oostduitsers die Hongarije wilden verlaten, of ze nu geldige papieren bezaten of niet. Vijfduizend Oostduitsers maakten die nacht van de mogelijkheid gebruik en namen de benen: bij de grensovergang van Hegyeshalom werden acht van de achttien rijbanen die nacht gereserveerd voor vertrekkende Oostduitsers en binnen twee weken keerden hier 25.000 DDR-burgers hun land en hun blok de rug toe. In de nacht van 10 op 11 september 1989 begon echter meer dan de grote Oostduitse exodus, de uittocht der Trabantjes: de opening van de Hongaarse grens werd het begin van het eind van Erich Honecker en zijn gerontocratenbewind, van het Oostduitse staatssocialisme en uiteindelijk van de DDR zelf. Straks, op 3 oktober, minder dan dertien maanden later, gaat de DDR op in de Bondsrepubliek en wordt het trotse bouwwerk van Walter Ulbricht en Erich Honecker gereduceerd tot wat Stefan Heym heeft genoemd 'een voetnoot in de geschiedenis'. Bovendien heeft de Hongaarse beslissing, via die val van het Oostduitse socialisme, de stoot gegeven tot de fluwelen revoluties in Bulgarije en Tsjechoslowakije.

Het Hongaarse besluit was eenzijdig en in strijd met het uit 1969 daterende verdrag met de DDR, dat bepaalde dat de Hongaren Oostduitse staatsburgers niet naar een derde land mochten laten reizen als ze daar geen papieren voor bezaten. De nood was evenwel hoog: in de loop van juli en augustus hadden zich vijftienhonderd Oostduitse vluchtelingen verzameld bij de Westduitse ambassade in Boedapest. Ze eisten Westduitse passen en uitreispapieren. Oostduitse beloften dat gunstig zou worden beschikt op een verzoek om emigratie, mits de betrokkenen eerst naar de DDR zouden terugkeren, haalden niets uit. Het aantal vluchtelingen dat naar Hongarije stroomde nam eerder af dan toe, de hygienische omstandigheden in en rondom de ambassade verslechterden en de vluchtelingen moesten worden ondergebracht in parken en op kampeerplaatsen. Uiteindelijk wachtten eind augustus meer dan vijftienduizend Oostduitse 'toeristen' in heel Hongarije op de dingen die komen gingen.

Voor Hongarije raakte de maat snel vol. Het Hongaarse bewind was formeel nog socialistisch, net als dat in de DDR, maar veel ideologische saamhorigheid was er niet. De DDR zag zich voornamelijk als een geharnaste frontstaat in de vuurlinie van de strijd tegen het imperialisme, verzette zich al jaren met hand en tand tegen hervormingen en ervoer democratisering en perestrojka als ernstige bedreigingen. In augustus concludeerden de Oostduitse media dan ook volop dat in Boedapest sprake was van lelijke machinaties van de Westduitsers, die de DDR-burgers met de valse lokroep van het kapitalisme naar Hongarije hadden gelokt. Boedapest, aldus die media, deed er het beste aan zich aan het akkoord van 1969 te houden.

Het Hongaarse bewind was ideologisch echter al van een heel ander kaliber. Het had zich in een jarenlang proces ontdaan van de ideologische restricties van het socialisme-oude-stijl: het Hongaarse socialisme was een ruim jasje geworden, waarin veel mogelijk was. Waar in de DDR de oppositie, of wat daarvoor doorging, zich alleen in de kelders van wat kerken in Oost-Berlijn en Leipzig kon manifesteren, werd in Hongarije al maanden aan een ronde tafel met de oppositie gepraat over de invoering van de democratie, vrije verkiezingen en een vrije markteconomie. Het besluit de Oostduitsers naar Oostenrijk en verder te laten vertrekken werd eind augustus genomen. Op 31 augustus lichtte minister van buitenlandse zaken Gyula Horn het in Oost-Berlijn toe. De Hongaren hadden zich met Bonn en Moskou verstaan en zouden, zo vertelde Horn, op 4 september hun grenzen openen.

De Oostduitsers verzetten zich met hand en tand: ze eisten respijt om alsnog te proberen de vluchtelingen te bewerken. Bij Horns vertrek uit de DDR kon het Oostduitse persbureau ADN nog met opmerkelijke luchthartigheid concluderen dat in het overleg met Horn 'enkele vraagstukken over het vakantieverkeer' geen probleem waren geweest niet althans tegen het licht van veertig jaar van 'gezamenlijke succesvolle pogingen de vrede te bewaren en het socialisme te versterken'. De Oostduitse poging de DDR-burgers in Hongarije tot terugkeer te bewegen faalde jammerlijk: de toestroom hield juist aan. Het aantal Oostduitse 'vakantiegangers' in Hongarije steeg van 15.000 eind augustus tot 60.000 op 10 september. De noodsituatie in Boedapest verslechterde en aan de grens met Oostenrijk deden zich voortdurend incidenten voor met Oostduitsers die die illegaal overstaken. Dagelijks slaagden tientallen, bij sommige gelegenheden zelfs honderden, DDR-burgers erin Oostenrijk te bereiken en op het laatst deden de Hongaarse grenswachten alleen nog voor de vorm pogingen hen tegen te houden.

Tijdelijk

Op 10 september, om zeven uur 's avonds, kondigde Boedapest in een regeringsverklaring aan dat de grens om middernacht open zou gaan; humanitaire overwegingen en de mislukking van interduitse besprekingen hadden de doorslag gegeven bij het besluit het bilaterale verdrag met de DDR 'tijdelijk' buiten werking te zetten. Horn op de Hongaarse televisie: 'We kunnen het ook niet helpen als sommige buren en bondgenoten geirriteerd raken'. Hongarije kon de tienduizenden Oostduitsers niet overtuigen naar de DDR terug te gaan, kon hen niet met geweld deporteren en kon hun zelfs geen vluchtelingenstatus geven omdat 'geen enkele' Oostduitser in Hongarije wilde blijven.

De DDR reageerde furieus. ADN beschuldigde de Hongaren van schendingen van het internationale recht, van inmenging in interne Oostduitse zaken en van medeplichtigheid aan 'georganiseerde mensenhandel'.

'De overbrenging van DDR-burgers van Hongarije naar de Bondsrepubliek is een illegale daad zonder precedent en wordt vergezeld van een onbelemmerde lastercampagne tegen de DDR. De grote coup van de Bondsrepubliek maakt deel uit van een imperialistische campagne tegen het socialisme, van Berlijn tot Peking.'

De Oostduitse media berichtten met goed socialistische verontwaardiging over de exodus onder koppen als 'Met militaire precisie uitgevoerde middernachtelijke provocatie tegen de DDR' en 'Zilverlingen voor Hongarije in ijskoude handel in DDR-burgers'.

De DDR protesteerde formeel en liet zich in haar verontwaardiging bijvallen door de bondgenootschappelijke media in Tsjechoslowakije, Roemenie en Bulgarije.

Het vervolg is bekend. Toen de exodus in september en oktober zulke proporties had aangenomen dat de Oostduitse economie eronder begon te lijden, toen de zieken niet meer konden worden verpleegd omdat het verplegend personeel was weggelopen, toen fabrieken afdelingen moesten stilleggen omdat de arbeiders 'met vakantie' waren en winkels dicht gingen omdat het personeel ontbrak, werd men in de DDR wakker; toen begonnen, langzaam eerst maar allengs luider, de provinciale media te klagen, de landelijke media vervolgens, de bestuurders van de blokpartijen, toen riep een (Ost-)CDU-bestuurder voorzichtig dat men in de SED moest beseffen dat de aanspraak op de macht niet vanzelfsprekend was, toen begonnen steeds meer mensen steeds duidelijker de vraag te poneren waarom het bewind de vluchtelingen almaar uitmaakte voor landverraders en Bonn de schuld gaf van de vluchtelingencrisis, maar waarom men nooit aandacht wenste te besteden aan de motieven van de jonge weglopers.

In oktober barstte de bom, uitgerekend op de 40ste verjaardag van de DDR, te Oost-Berlijn gevierd met trotse parades voor het oude-mannenregime dat voor de gelegenheid alle leiders van het blok, inclusief de nog vast in het zadel gezeten Jakes, Zjivkov en Ceausescu, had uitgenodigd. En terwijl zij plechtig de champagneglazen hieven, sloeg elders in Oost-Berlijn en in Leipzig en andere steden in de feestende DDR de Volkspolizei in op demonstranten. En die bleven komen, avond na avond, tot Honecker viel, tot de Muur viel, tot Egon Krenz viel en tot uiteindelijk het Oostduitse socialisme viel.

De opening van de Hongaarse grens voor de Oostduitsers was in 1989 niet de enige doorbraak die de kaart van Europa heeft veranderd: er waren er meer, zoals het ronde-tafelakkoord van april in Polen, de Poolse parlementsverkiezingen in juni, het Hongaarse ronde-tafelakkoord van 19 september en het Hongaarse afscheid van het socialisme als officieel model in oktober. Maar de val van Honecker cum suis werd in november wel de directe aanleiding tot de verdwijning van Todor Zjivkov in Bulgarije en speelde ook een grote rol bij de val van Milos Jakes in Tsjechoslowakije. Het openen van de slagbomen bij Hegyeshalom, vandaag een jaar geleden, heeft daarom meer dan alleen symbolische betekenis gehad.

    • Peter Michielsen