Notaklonen

Nationaal Onderwijsmagazine Debat, gezamenlijke uitgave van de onderwijsvakorganisaties. Algemene Bond van Onderwijs Personeel, Herengracht 54, 1015 BN Amsterdam; Katholieke Onderwijs Vakorganisatie, Postbus 5826, 2280 HV Rijswijk; Nederlands Genootschap van Leraren, Postbus 407, 3300 AK Dordrecht en Protestants Christelijke Onderwijsvakorganisatie, Postbus 87868, 2508 DG Den Haag.

Wordt het weer spannend in het onderwijs, zoals bijna een jaar geleden in Den Haag minister Ritzen en zijn staatssecretaris Wallage beloofden? Het valt te betwijfelen. Uit het Nationaal Onderwijsmagazine Debat, een gemeenschappelijke uitgave van vier landelijke onderwijsvakbonden (ABOP, KVO, NGL en PCO), blijkt in elk geval dat het vertrouwen in beide heren snel is geslonken. Van Ritzen en Wallage wordt niet veel heil meer verwacht.

Komt dat, doordat bij discussies in het onderwijs de pen altijd in gal of azijn is gedoopt? Is het inderdaad zo, zoals de directeur-generaal voor het voortgezet onderwijs S. J. C. van Eijndhoven onlangs in kleine kring opmerkte, dat discussies in Nederland over het onderwijs een hoge zuurgraad kennen? Een uitspraak waar hij vorige week in een van de vele onderwijsbladen aan toevoegde dat ' betrokkenen in het onderwijs altijd weer het beeld weten te vestigen dat het Nederlandse onderwijs vooral een zaak is van kommer en kwel'. Of hebben de zo prententieus begonnen bewindslieden gewoon hun hand overspeeld en de problemen onderschat, waardoor er een sfeer is ontstaan waarin ' je onze Jo en Jacques maar beter niet in alle openheid en vertrouwen meer kunt benaderen omdat het gevaar groot is dat dit wordt afgestraft' (voorzitter Andriessen van het college van bestuur van de Hogeschool van Amsterdam bij de opening van het studiejaar)? Debat geeft er geen antwoord op. Dat is jammer, want zo'n antwoord zou een beetje de toon kunnen bepalen bij het 'Nationale Onderwijsdebat' dat de vier onderwijsvakbonden morgen houden over de vraag of de samenleving voldoende in kennis investeert. En ook op die vraag heeft Debat geen eenduidig antwoord.

Debat bevat de opvattingen die de tien inleiders morgen in Utrecht aan de orde zullen stellen. De discussie is gegroepeerd rond vijf thema's, die in hun titels weinig klagerig zelfs eerder uitdagend zijn, zoals 'de zelfstandige school' of 'onderwijs in 2000'. Er moet veel, heel veel aan het onderwijs worden gesleuteld, zo luidt de opvatting van het grootste deel van de inleiders. En er zijn zoveel oplossingen mogelijk voor de problemen van het onderwijs in de komende decennia dat enige sturing van de discussie over die toekomst gewenst zou zijn.

De inleiders zijn niet primair om hun deskundigheid op het terrein van het onderwijs gekozen. Ze vertegenwoordigen bijvoorbeeld werkgevers, culturele minderheden, werknemers, vrouwen en bedrijfsleven en kijken met die pet op naar 'het' onderwijs. Dat levert voor een deel de bekende standpunten op. Onderwijs moet beroepsgerichter, moet meer rekening houden met de sociale achterstand van minderheden, met de religieuze geaardheid van leerlingen, moet individuele ontplooiing stimuleren, moet de achterstand van vrouwen ongedaan maken en zo nog wat meer. 'Het' onderwijs zelf neemt niet aan de discussie deel, of je zou de onderwijskundige prof. dr. J. Dronkers als representant moeten beschouwen.

Zijn bijdrage onderscheidt zich van de anderen doordat hij de verwachtingen ten aanzien van het onderwijs relativeert. Zo heeft het onderwijs de afgelopen decennia alle inspanningen ten spijt maar weinig kunnen doen aan de sociale ongelijkheid waar mensen bij hun geboorte mee te maken krijgen en die in belangrijke mate hun levensloop bepaalt.

Uit de meeste bijdragen vallen ook als ze niet worden genoemd de rapporten en nota's te achterhalen die de auteur als voorbereiding heeft doorgenomen. Omdat zeker de laatste jaren veel van die nota's klonen zijn elk rapport neemt het vorige als referentie, zonder dat de vraag aan de orde komt of het gemelde juist is zijn in de bijdragen een groot aantal gemeenschappelijke thema's terug te vinden. Zoals de individualisering van het onderwijs, het gebruik van de moderne onderwijstechnologie, grotere zelfstandigheid van scholen en de bijbehorende vermindering van de bureaucratie, en het levenslange leren waarvoor de leerling al in zijn eerste schoolperiode moet 'leren te leren'. Het moeten de niet erg beargumenteerde oplossingen zijn voor de al evenmin erg helder beschreven problemen waarvoor het onderwijs zich de komende decennia geplaatst zou kunnen zien.

Als minister Ritzen morgenmiddag aan het slot van het debat zijn commentaar levert op wat er al die uren ervoor is gezegd, zal hij zeker kunnen concluderen dat het een inspirerende discussie was en er veel aan de orde is gesteld. Maar veel wijzer zal hij er niet van zijn geworden.

    • Quirien van Koolwijk