Militairen DDR pas na proeftijd in Duits leger

BONN, 11 sept. Beroepsmilitairen van de huidige Oostduitse Nationale Volksarmee (NVA), die voor 98 procent lid waren van de communistische SED, zijn bij de toekomstige krijgsmacht van het verenigde Duitsland alleen welkom als zij een proeftijd van twee jaar aanvaarden. Pas daarna wordt beslist of zij kunnen functioneren in een democratische krijgsmacht. Na de Duitse eenwording op 3 oktober gaat de Oostduitse krijgsmacht op in de Westduitse en zijn van de huidige 90.000 NVA-militairen nog maar 50.000 nodig, de helft daarvan zou beroepspersoneel moeten zijn. Zij zullen vallen onder het nieuwe 'Bundeswehrkommando Ost'. Hogere Oostduitse beroepsofficieren zullen in veel gevallen vervroegd met pensioen gaan.

Dit heeft de Westduitse minister van defensie, Gerhard Stoltenberg (CDU), gisteren meegedeeld. Na 3 oktober zullen 1.300 Westduitse officieren naar de huidige DDR worden overgeplaatst om de integratie van de NVA in de Duitse krijgsmacht tot stand te helpen brengen. De afgelopen weken hebben duizenden Oostduitse beroepsmilitairen om ontslag gevraagd, mede wegens een nu geldende afvloeiings- en omscholingsregeling. Bij sommige NVA-eenheden is het percentage vertrekkende beroepsmilitairen 60 procent, aldus gisteren een woordvoerder van Stoltenberg.

De Westduitse minister voorziet tot het midden van de jaren negentig een daling van het aantal Duitse en geallieerde militairen op Duits grondgebied tot 500.000. In 1988 waren op Duitse bodem nog ruim een miljoen militairen gestationeerd. In juli hebben bondskanselier Kohl en Sovjet-president Gorbatsjov een plafond voor de Duitse krijgsmacht van 370.000 man en het vertrek, voor eind 1994, van de 380.000 Sovjet-militairen van het huidige grondgebied van de DDR afgesproken. Stoltenberg acht straks naast een Duitse krijgsmacht van 370.000 man een totaal van omstreeks 130.000 militairen van NAVO-partners in Duitsland voldoende. Hij verwacht dat de VS en Groot-Brittannie hun troepensterkte in Duitsland de komende jaren verder zullen verminderen tot respectievelijk circa 68.000 en 25.000 personen. Die vermindering acht hij aannemelijk en mogelijk nu de Sovjet-Unie haar militairen uit Oost-Duitsland terugtrekt. De Westduitse minister hoopt dat de NAVO-partners Frankrijk, Belgie en Nederland hun militaire presentie in Duitsland zullen handhaven, eventueel in beperktere omvang. Bij de Sovjet-Unie wil hij bepleiten dat zij tot eind 1994 op het huidige DDR-gebied geen militaire oefeningen meer laat houden.