'Meestal doorzien we fantasieverhalen wel'

ECHT, 11 sept. De vluchteling was per boot uit Zaire op het Europese vasteland aangekomen. Per trein zette hij de reis voort naar Nederland. Want hier wilde hij graag asiel aanvragen.

Het gesprek met een contactambtenaar van het ministerie van justitie bereidde hij voor met een hulpverlener. Ze spraken af dat hij beter tegen de contactambtenaar kon zeggen dat hij via Zwitserland naar Europa was gekomen. Als het asielverzoek hier zou worden afgewezen, zou hij ten minste daar naar worden uitgewezen als land van eerste opvang. Zo kon het gebeuren dat de Zairees met een stalen gezicht de contactambtenaar vertelde dat hij met de boot in de zeehaven van Geneve was aangekomen.

Contactambtenaar A. van Dijk haalt dit verhaal aan om nog maar eens het belang te onderstrepen van een snel contact tussen justitie en de asielzoeker. 'Vaak moeten ze lang wachten op een gesprek. In de tussentijd doen ze dan allemaal verhalen op in het asielzoekerscentrum waar ze zijn ondergebracht. Maar over het algemeen prikken we wel door die fantasieverhalen heen.' Nederland telt vijftig contactambtenaren die alle vluchtelingen die hier asiel aanvragen, moeten horen. Ze bezoeken daarvoor de asielzoekerscentra en maken vaak ter plaatse een uitvoerig rapport. Het zijn drukke tijden. De afgelopen maand kwamen 2.300 vluchtelingen ons land binnen. Het stelde het ministerie van WVC, dat verantwoordelijk is voor de opvang, voor grote huisvestingsproblemen.

Het rapport dat de contactambtenaar heeft geschreven, gaat naar het ministerie. Daar bepaalt een beslissingsambtenaar het verdere lot van de asielzoeker.

Van Dijk houdt op die manier twee interviews per dag. Na drie dagen trekt hij zich een dag terug om de concept-rapporten af te maken. 'Gemiddeld trekken we drie uur uit voor een interview. Maar het komt ook wel voor dat ik twee dagen met een vluchtverhaal bezig ben. Het is voor de mensen zeer aangrijpend om hun hele verhaal te vertellen. Vaak gaat het over martelingen, gevangenschap en vermiste familieleden. Dan las ik pauzes in. Die ruimte neem ik en krijg ik ook van justitie.' De afgelopen weken heeft Van Dijk ook mee moeten werken aan de zogenoemde 'versnelde procedure'. Dat betekende dat hij direct na het interview zijn rapport aan de meegereisde beslissingsambtenaar moest voorleggen, die vervolgens onmiddellijk een beslissing nam. Bij een negatieve beslissing werd de vluchteling voor de keuze geplaatst: het land uit of in de cel de afloop van de beroepsprocedure afwachten. Inmiddels hebben al twee raadkamers deze handelswijze van justitie afgekeurd. Ook het gerechtshof in Leeuwarden heeft de onmiddelijke invrijheidstelling gelast van twee Roemenen die op een dergelijke wijze in de cel waren beland. Niettemin houdt justitie staande dat in voorkomende gevallen asielzoekers in de cel hun beroep tegen een afwijzing moeten afwachten. Morgen zal de staatssecretaris hierover in een mondeling overleg in de Tweede Kamer aan de tand worden gevoeld.

Van Dijk heeft met een versnelde procedure op zich geen moeite. 'Iedereen is er bij gebaat. Vooral vluchtelingen uit Oost-Europa komen hier op een toeristenvisum binnen. Bij hun werkgever hebben ze gemeld dat ze op vakantie zijn. Bij een eventuele negatieve beslissing kunnen ze dan zonder problemen hun leven in hun eigen land weer hervatten', zo zegt Van Dijk die voor de grote aantallen vluchtelingen uit Oost-Europa wel een verklaring heeft. 'De mensen die ik spreek, wilden al jaren geleden hun land verlaten maar tot nu toe hadden ze daar geen mogelijkheden voor. Door de veranderingen in het Oosten kunnen ze nu wel gemakkelijker reizen en proberen ze zich in het Westen te vestigen. De vluchtelingen hebben over het algemeen geen idee wat het betekent om in een ander land asiel aan te vragen. Pas hier aangekomen realiseren ze zich dat het allemaal niet zo gemakkelijk is en dat ze niet de enige zijn. Mijn ervaring is dat als je ze uitlegt waarom ze hier niet kunnen blijven, ze daar alle begrip voor kunnen opbrengen.' Toch is Van Dijk blij dat niet hij de finale beslissing over het al dan niet toestaan van een verblijfsvergunning voor een vluchteling moet nemen. Dat negentig procent van alle aanvragen worden afgewezen, ziet hij niet als een persoonlijke prestatie maar als 'een score van het beleid.'

'Als de rechter uiteindelijk bepaalt dat een vluchteling het land uit moet, dan heb ik daar vrede mee. Ik probeer in mijn rapporten zo goed mogelijk het verhaal van de vluchtelingen weer te geven. Ik vind dat een hele uitdaging. Om het zo te verwoorden dat het recht doet aan wat de vluchteling graag wil vertellen. Ieder mens heeft toch iets interessants te vertellen. Daar naar op zoek gaan, maakt het werk voor mij aantrekkelijk. Ook al is een interview een inspannende bezigheid omdat vragen en antwoorden via een tolk worden overgebracht. Afgelopen vrijdag werkte Van Dijk in het asielzoekerscentrum in Echt. In het voormalige klooster in het centrum van het Limburgse plaatsje zitten op dit ogenblik 267 vluchtelingen terwijl de capaciteit eigenlijk slechts op 200 is berekend. Het is betaaldag. Alle vluchtelingen krijgen twintig gulden zakgeld en een zakje zeeppoeder voor het wassen van hun kleren. Van Dijk loopt zijn verhoorkamertje binnen. Voor de deur staat een nog jonge Joegoslaaf al te wachten. Hij geeft zijn vriendinnetje nog een kusje. Ze klopt hem bemoedigend op de schouder alvorens hij achter de contactambtenaar het kamertje binnen schuifelt.

    • Henk Kool