Literaire Tijdschriften

Palmen in de regen

Het zijn niet de geringste Engelse schrijvers die uit Ierland kwamen. Jonathan Swift, Oscar Wilde, G. B. Shaw, James Joyce, Samuel Beckett, Iris Murdoch, Elisabeth Bowen, Edna O'Brien, W. B. Yeats, Bram 'Dracula' Stoker, Brendan Behan, John Banville, Seamus Heaney, Patrick Kavanagh; klinkende namen waar de Ieren dan ook graag mee pronken. Tientallen pubs in en buiten Dublin zijn naar de favorieten genoemd. Alleen het genie Wilde ligt, een eeuw nadat hij om zijn homoseksualiteit tot zware dwangarbeid werd veroordeeld (de tredmolen!), nog altijd wat gevoelig.

Dublin bezoeken zonder aan boeken herinnerd te worden, is onmogelijk, en de boekwinkel met de meeste verrassingen is Fred Hanna in Nassaustreet. Hier zijn ook literaire tijdschriften te vinden.

Stet is een kwartaalblad uit Cork op TLS-formaat, dat zich met teveel aplomb 'the national literary and arts quarterly' noemt. 'Arts' omvat hier toneel, mixed media, schoolzaken en politiek. Net als de andere richt ook dit tijdschrift zich hoofdzakelijk op de eigen Ierse Literatuur. Vertalingen zijn wonderlijk schaars.

Voor het zomernummer (Yeats op het omslag) ging redacteur Niall Mac Monagle naar Michael O'Loughlin (32), schrijvend en dichtend vertaler in Amsterdam.

In het gedicht 'Dublin' geeft hij treffend weer hoe hij, als een van Ierlands talloze literaire emigranten, denkt over zijn geboortestad 'Your children are all exiles/ whether they stay or go; / in your mad microclimate// the heart swears allegiance to nothing/ but the palm trees swaying/ in freezing rain'.

De dichter haat zijn huidige woonplaats en de Hollandse non-culture: 'The Dutch are joyless, judgemental, Calvinist. (...) And the Dutch talk a topic to death. The Irish love talking for its own sake.' Stet, Summer 1990. 20 blz. (L)1,20. Amazon Press, 10 Audley Place, Patrick's Hill, Cork.

Kunst noch scholastiek

Michael O'Loughlin krijgt er op zijn beurt van langs in het jonge, kritisch gestemde blad Graph. Zijn verhalenbundel The Inside Story past volgens een boze criticus veel te perfect in 'that sad collection of pathetic images of women by Irish Male Writers'.

O'Loughlins vrouwen dienen slechts een doel, stelt Evelyn Conlon vast, zij zijn louter sekssymbolen in zijn van seksisme doortrokken fraaie proza. Als schrijvers Neanderthalers van mannen opvoeren, moeten ze wel laten merken of ze er zelf ook zo over denken, vindt Conlon. Graph probeert met dit artikel een polemiek los te maken over de vraag of schrijvers volledige vrijheid van verbeelding mogen eisen.

In ditzelfde nummer wordt een Banville-debat voortgezet. Inzet is de voor de Engelse Booker-Prize genomineerde roman The Book of Evidence van John Banville. Eerder werd de roman gekraakt als academisch, bedacht dus en gekunsteld. Doet Banville mee aan het stilzwijgende complot van de doorgeleerden die de roman tot bloedeloosheid in een dwangbuis willen persen? Nee, zegt een verdediger, deze roman is kunst noch scholastiek, maar gaat over verdorvenheid, over een met bloed bevlekte zondaar die straf en genade zoekt. Was de aanval vooral gericht op de vorm, Banville's verdediging wordt vanuit de inhoud gevoerd.

De teksten in Graph zijn veelal kort en nadrukkelijk opinierend. Een, over de 'rage' in films met een gehandicapte held (Rain Man, My Left Foot) is te kort en bovendien zeurderig. Een bijdrage is gesteld in het Gaelic en gaat over Descartes en Freud.

Aardig is het onderzoekje van redacteur Michael Cronin naar opvattingen van schrijvers over Dublin in recente fictie. Vrijwel zonder uitzondering maken ze zich grote zorgen over de vernieuwingen die, doorgaans per bulldozer, worden uitgevoerd in naam van welvaart en vooruitgang. Het is, en niet alleen in Dublin, een veelgehoorde klacht. Sommigen gaan zelfs zo ver Dublin met Dresden te vergelijken. Voor je het weet is alle levende romantiek verdwenen uit Cementsville, vrezen ze. De mooiste beschrijvingen van de Ierse hoofdstad vloeiden steevast uit de pen van schrijvers die er niet wonen, constateert Cronin, meer betrokkenen beklagen zich over het oude (vervallen, grijs en vuil) en/of het nieuwe (stijlloos beton en neon). In 1991 is Dublin culturele hoofdstad van Europa; 'carnival and cash'. Ondertussen gaat het slopen van al dat vervallen moois natuurlijk gewoon door, ook dat wat James Joyce vereeuwigde in Ulysses.

Graph 8, Summer 1990. 32 blz. (L)1,20. 34 Bellevue Park Avenue, Booterstown, Co. Dublin.

Terug naar de kliffen

De vooruitgang gaat misschien gewoon te snel in Ierland. Ook het kwartaaltijdschrift The Salmon telt legio bezorgde gedichten over de leefbaarheid van de steden. Patrick Chapman is bang dat alle charme van Dublin weggesloopt zal worden 'Those summer visitors, / Stealing your landmarks, / Demanded in a foreign tongue/ The relics that you couldn't give; / So they took the city with them when they left'.

Andere dichters idealiseren van de weeromstuit het Ierse landleven, dat vaak haast onaangeraakt is door moderne ideeen en technologieen. Schapen, turf, sappelen en met heel het gezin op zondag naar de kerk en de pub. The Salmon geeft ook ruimte aan literatuur uit het buitenland. Voor dit nummer werden gedichten vertaald van vijf hedendaagse Chinese schrijvers. En een enkel gedicht is afgedrukt in het uitstervende, voor leken volkomen onbegrijpelijke Gaelic 'Domhnach si'ora'i samhraidh a bh'i ann. Chuaigh/ m'e ar thuras i ngluaistean gorm.' Het meest Ierse aan dit literaire tijdschrift is waarschijnlijk het algemeen vrij hoge niveau van de berichten, hoewel ook de inhoud vaak aan het groene eiland gebonden is.

Brendan Cleary schrijft cynische gedichten, geboren uit de gevoelens van een naar Engeland geemigreerde Ulster-Ier. 'Back to the idyllic hearths en cottages/ to a green mosaic of good-natured decency// to the barren cliffs en glens that haunt me/ only when I pretend to strangers that I miss them'.

Cleary betoont zich schaamteloos bang en zakkig in zijn oude thuishaven 'as for me well I'm the trendy guy in the London jacket/ who flits in now en then to patronise en smirk'.

In 'Ulster: A Tourist Guide' spreekt hij ronduit over zijn angsten: 'because I'm an alien now en usually stoned en rootless/ all the bombs en guns en bible thumping scare me more.// men I grew amongst who never caught the ferry out/ on my casual strolls poise sten guns at my throats.' The Salmon 23, 103 blz. (L)1,75. Salomn Publishing, Auburn, Upper Fairhill, Galway.