Kohl en Gorbatsjov eens over 12 mld mark

BONN, 11 sept. Bondskanselier Kohl en Sovjet-president Gorbatsjov zijn het gisteren in een telefoongesprek van ruim een half uur eens geworden over een totaalbedrag van 12 miljard mark Duitse financieel-economische hulp aan de Sovjet-Unie. Hun beginsel-akkoord was een vereiste voor de ondertekening van het afsluitende document van het zogenoemde twee-plus-vier-overleg over de externe voorwaarden voor de Duitse eenheid, morgen in de Moskou. Vorige week had Bonn niet verder willen gaan dan zeven miljard mark hulp; de Sovjet-Unie had achttien miljard gevraagd.

De afspraak betreft onder meer Duitse bijdragen in de kosten van legering en vertrek van Sovjet-militairen, de bouw van woningen voor hun repatriering, garanties voor voortzetting van bestaande DDR-leveranties, alsook garanties voor de invoer van Russische olie en aardgas en hulp bij de exploratie daarvan. In Bonn werd de nader afgesproken omvang van de hulp gisteren niet officieel bevestigd. In Moskou wel, namelijk door Sovjet-minister van buitenlandse zaken Sjevardnadze.

De Westduitse staatssecretaris Kohler (financien) is vandaag naar Moskou gereisd om de details te regelen van de Duitse tegenprestaties voor de instemming van de Sovjet-Unie met de Duitse eenwording en soevereiniteit per 3 oktober en de militaire ontruiming van de huidige DDR voor eind 1990.

Gisteren zijn Kohl en vice-kanselier en minister van financien Waigel (CSU) overeengekomen dat na de Duitse eenwording op 3 oktober ook een politicus van de Oostduitse CSU, zusterpartij van de Beierse CSU, tijdelijk minister zonder portefeuille in Kohls kabinet zal worden. De CSU en DSU waren er gepikeerd over dat behalve aan drie Oostduitse CDU'ers (premier De Maiziere, Volkskammer-voorzitter mevrouw Bergmann-Pohl en staatssecreatris Krause) ook de FDP'er Ortleb tot de Duitse parlementsverkiezingen op 2 december een post als minister in Bonn zou worden aangeboden, maar niemand uit de CSU. In Bonn is gisteren verder bekend geworden dat acht leden van de bondsdagfractie van de CDU/CSU bij het Westduitse constitutionele hof in Karlsruhe bezwaar hebben gemaakt tegen het tussen Bonn en Oost-Berlijn overeengekomen Duitse eenheidsverdrag. De acht parlementariers hebben in meerderheid banden met de Westduitse miljoenen-organisaties van verdrevenen uit vroegere Duitse gebieden in het huidige Polen. Zij willen via het hof in Karlsruhe opschorting van de parlementaire ratificatie van het eenheidsverdrag afdwingen omdat zij het er niet mee eens zijn dat het verdrag een definitieve streep trekt onder mogelijke aanspraken op vroegere Duitse gebieden (voor 1937), onder andere Silezie en Pommeren.